Latijns-Amerika blijft het gevaarlijkste continent voor verdedigers van land- en milieurechten. Een nieuw regionaal verdrag belooft betere bescherming door overheden in de regio. Maar ook Europese beleidsmakers en bedrijven moeten hun verantwoordelijkheid nemen.

Begin deze maand sloten 24 Latijns-Amerikaanse staten een juridisch bindend verdrag af, dat strenge maatregelen belooft om landrechten- en milieuactivisten te beschermen tegen bedreigingen en fysiek geweld. In het verdrag staat onder meer dat natuurbeschermers het recht hebben op 'leven, persoonlijke integriteit, vrijheid van meningsuiting, vreedzame manifestatie en bewegingsvrijheid'.

Klinkt evident? Niet in Latijns-Amerika. Het verdrag betekent dan ook een overwinning voor al wie zich in de regio inzet voor ecologie en mensenrechten. "Dit is één van de belangrijkste milieu- én mensenrechtenverdragen van de laatste twintig jaar", tweette de Speciale Rapporteur van de Verenigde Naties voor Mensenrechten & Milieu, John Knox. De verschillende nationale overheden moeten het verdrag nu ratificeren.

Het akkoord, voluit Latin American and Caribbean countries declaration on Principle 10 (LAC-P10), verankert de rechten op toegang tot informatie, deelname aan de besluitvorming en toegang tot rechtsspraak inzake milieukwesties, in lijn met Principe 10 van de Rio-Verklaring inzake Milieu en Ontwikkeling (1992). In Europa is ditzelfde principe vastgelegd in het Verdrag van Aarhus (2001).

Aanslagen, bedreigingen, laster

Fysiek geweld, bedreigingen en lastercampagnes tegen natuurbeschermers zijn een wereldwijd fenomeen. Maar Latijns-Amerika krijgt het extra zwaar te verduren. Volgens cijfers van The Guardian en Global Witness werden op het continent vorig jaar meer dan honderd landrechten- en milieuactivisten vermoord: vooral boeren, inheemse leiders en medewerkers van ngo's en sociale organisaties. Gewone burgers, die hun landbouwgrond, water en biodiversiteit willen vrijwaren van de onstilbare honger van grootschalige mijnbouw-, energie- en agroprojecten. Gemeenschappen die opkomen voor hun recht om te blijven wonen op hun voorouderlijk land. Waar het goede leven hen omringt.

Ook organisaties met wie Broederlijk Delen samenwerkt, krijgen dagelijks met geweld en bedreigingen te maken. Voor een deel is het nieuwe LAC-P10-verdrag hun verdienste: ze lobbyden bij tal van instanties mee voor strenge normen ter bescherming van milieuactivisten. Deze week spreken vier activisten in Brussel met tal van Belgische en Europese beleidsmakers. Ze analyseerden de systematisch terugkerende patronen van machtsmisbruik en geweld in de verschillende landen, en stellen een nieuw rapport voor met concrete voorbeelden en aanbevelingen.


Hun verhalen zijn divers: van pogingen tot censuur van een gerenommeerd onderzoeksinstituut in Bolivia, over het verjagen van inheemse gemeenschappen voor grootschalige kopermijnbouw in Ecuador, tot de bouw van een mega-stuwdam middenin een zwaar getroffen conflictgebied in Colombia. Eén constante in al deze voorbeelden: bedrijven en overheden zijn kritische stemmen liever kwijt dan rijk. Wat deze activisten verder nog delen, zijn de grote persoonlijke tol en risico's die hun engagement vergt. Hun getuigenissen tonen aan dat een specifiek verdrag over natuurbeschermers niets te vroeg komt.

Gevoelige snaar voor Europa

De problematiek is geen louter Latijns-Amerikaans probleem. Ook Europa heeft een verantwoordelijkheid: de Europese Unie heeft handelsverdragen afgesloten met de regio en verschillende Europese bedrijven en banken investeren in projecten in de sector van natuurlijke rijkdommen. Belgische en Europese beleidsmakers zwaaien graag met de vlag van de mensenrechten, maar wanneer het gaat over milieu - en dus ook over eigen economische belangen - ligt de kwestie een pak gevoeliger.

Naast diplomatieke druk op overheden in Latijns-Amerika om het LAC-P10-verdrag te ratificeren, moet Europa dan ook de hand in eigen boezem steken. Het debat over een bindend VN-verdrag rond bedrijven en mensenrechten is volop aan de gang: de Europese Unie en België hebben met dit proces een concrete hefboom in handen om hun zelfverklaarde voortrekkersrol rond mensenrechten en duurzame ontwikkelingsdoelen waar te maken. Het is tijd om verplichtingen in deze domeinen, én de bescherming van de mensen die hiervoor opkomen, wettelijk afdwingbaar te maken. Zodat activisten niet langer als oproerkraaiers maar als onmisbare gesprekspartners worden gezien. We kunnen alvast een voorbeeld nemen aan het Latijns-Amerikaanse verdrag.

Dit artikel verscheen als opiniestuk op Knack.be op 20/03/2018.