Op 17 mei 2018 stemmen de Burundezen over een grondwetswijziging. Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen beantwoorden vijf vragen over het referendum en de impact op het vredesproces in Burundi.

Wat houdt de grondwetswijziging juist in?

Sinds 2005 is Pierre Nkurunziza president van Burundi. Momenteel loopt zijn derde mandaat, na gecontesteerde verkiezingen in 2015. Als Nkurunziza in 2020 voor een vierde termijn wil gaan, is daar een grondwetswijziging voor nodig. Eind 2017 kondigde hij een referendum aan om deze wijziging door te voeren. In feite moet die Nkurunziza nog langer aan de macht houden, de macht van de president vergroten en zijn partij CNDD-FDD dominanter maken.

De grondwetswijziging zou ook de presidentiële ambtstermijn verlengen. Nu bedraagt die vijf jaar, onder de nieuwe grondwet wordt dat zeven jaar. Met de nieuwe grondwet zou Nkurunziza president kunnen blijven tot 2034, zoals zijn ambtgenoot Paul Kagame in Rwanda. Met de grondwetswijziging wil het Burundese regime ook sleutelen aan de etnische quota’s die vandaag gelden in de politiek en in het veiligheidsapparaat. Op die manier komt de positie van de Tutsi-minderheidsgroep in het gedrang.

Waarom bedreigt dit de vrede in Burundi?

Het vredesakkoord van Arusha uit 2000 vormde de basis voor de uitbouw van een democratische rechtsstaat in Burundi. Het sloot een bloederige periode van burgeroorlog af. Maar sinds het verkiezingsjaar 2010, en de start van Nkurunziza’s tweede ambtstermijn, glijdt het land steeds verder af naar een eenpartijstaat. Met het derde mandaat van Nkurunziza werd het vredesakkoord van Arusha ernstig bedreigd.

Met de grondwetsherziening verlaat het regime de geest van het akkoord volledig. De campagne voor het referendum verliep in een repressieve en gewelddadige context. Vooral de jongerenafdeling van de presidentspartij en de veiligheidsdiensten intimideren iedereen die zich openlijk tegen het regime en de grondwetswijziging verzet.

Welke impact heeft dit op de bevolking?

De afgelopen jaren verergerde de humanitaire situatie in Burundi. Politieke opposanten worden monddood gemaakt. Het werk van mensenrechtenorganisaties wordt bemoeilijkt. De regering nam sinds 2016 een nieuwe wetgeving aan, waardoor veel ngo’s nu op een zwarte lijst staan of in hun werking worden gehinderd. Ook de vrije pers wordt aan banden gelegd. Sinds het protest en de mislukte staatsgreep van 2015 zijn duizenden burgers vermoord, aangehouden of spoorloos verdwenen, terwijl 400.000 Burundezen het land ontvluchtten naar de buurlanden.

Het gespannen politieke klimaat heeft negatieve gevolgen voor de noden van de bevolking. Volgens de Verenigde Naties zijn ondertussen 3,6 miljoen Burundezen afhankelijk van humanitaire hulp. Het werk van ngo's zoals onze partnerorganisatie ADISCO is broodnodig, aangezien die de plaatselijke boeren ondersteunt. Zo worden steeds minder boeren afhankelijk van voedselbedeling en kunnen zij hun eigen levenskwaliteit verbeteren, los van de politieke ontwikkelingen.

Hoe reageert de internationale gemeenschap?

In 2015 reageerde de internationale gemeenschap kritisch op het derde mandaat van Nkurunziza en het geweld tegen de betogers. Maar er was toen ook al sprake van verdeeldheid tussen het Westen, Oosterse spelers zoals Rusland en China, en de Afrikaanse landen. België schortte toen een deel van de hulp aan de Burundese overheid op. Sindsdien heeft ons land minder diplomatieke ruimte om te wegen op de situatie. Onze regering kiest ervoor om vanuit de EU te reageren en bepleit een sterkere rol voor de Afrikaanse landen.

Frederica Mogherini, de buitenlandvertegenwoordiger van de EU, veroordeelde het klimaat van repressie en intimidatie waarin de campagne voor de grondwetsherziening plaatsvond. Ze riep daarbij op om het vredesakkoord van Arusha te blijven handhaven. De Afrikaanse Unie beschouwt de herziening als een stap achteruit voor het vredesproces en vroeg bemiddelaar Oeganda om meer te doen om verdere destabilisatie te vermijden.

Wat brengt de toekomst?

De kans is groot dat het ja-kamp wint en dat Nkurunziza en zijn partij zegevieren. Wat de uitkomst ook wordt, de bevolking heeft op korte termijn nood aan humanitaire hulp en op lange termijn aan uitzicht op meer politieke stabiliteit, veiligheid en een betere socio-economische toekomst.

In de gebieden van Burundi waar onze partnerorganisaties actief zijn blijkt uit eigen onderzoek alvast dat er minder conflicten gerapporteerd worden. Er is ook een hogere mate van solidariteit aanwezig. Zelfs in het huidige klimaat loont het dus om de bevolking de middelen te geven om zelf hun eigen leven te verbeteren. Ook de internationale wereld moet daarom druk blijven uitoefenen op de Burundese autoriteiten, zodat de toegang voor hulporganisaties gegarandeerd kan worden.