Dror Etkes is een Israëlische mensenrechtenactivist die zich specialiseerde in de bezetting en landbezit. Onze beleidsmedewerker Brigitte Herremans ging met hem in gesprek over 50 jaar bezetting.

Om Israëls ontvreemding van land en de transformatie van de Palestijnse gebieden nog beter te documenteren, richtte Etkes in 2012 de organisatie ‘Kerem Navot’ op.  Die belicht de landroof in de zogenaamde C-zone, goed voor 61 percent van de Westelijke Jordaanoever.  

Wat betekent 50 jaar bezetting voor jou?

Israël, Palestina, conflict, mensenrechten
"Ik antwoord vanuit mijn persoonlijke ervaring. Ik ben geboren eind juli 1968, iets meer dan één jaar na het begin van de bezetting. Mijn hele levensverhaal is verweven met de bezetting. Ik ben opgegroeid in een nederzetting in Noord-Oost-Jeruzalem. Daar gingen mijn ouders wonen toen ik drieënhalf was. Mijn jeugd verliep rustig en in alle veiligheid. Ik was me niet bewust van de realiteit waarin ik leefde."

 

"Op een luttele 200 meter van ons stonden huizen die we ‘huizen van Arabieren’ noemden. We vroegen ons als kind nooit af wie deze ‘Arabieren’ waren. Of van wie het land geweest was waar wij nu op woonden. Het was pas toen ik dertig was dat ik me vragen begon te stellen over die ‘Arabieren’. Wie zijn dat? Waarom wonen zij op een paar meter van onze ouders?"

"Vandaag weet ik dat deze Palestijnse families oorspronkelijk afkomstig zijn uit het voormalige dorp Lifta (nvdr: dat nu in Israël ligt). Deze families hebben het geluk op hun eigen land te kunnen wonen, omdat dat zich ten oosten van de Groene Lijn (nvdr: de wapenstilstandsgrens van 1949  tussen Israël en de Westoever) bevindt. Als ik nu jonge kolonisten ontmoet die geen flauw idee hebben van de Palestijnen om hen heen, zie ik delen van de persoon die ik zelf ooit was terug in hen."

Mijn hele levensverhaal is verweven met de bezetting. Op 200 meter van ons stonden 'huizen van Arabieren’. We vroegen ons als kind nooit af wie die ‘Arabieren’ waren. Pas toen ik 30 was, begon ik me vragen te stellen.

"Ik wil met mijn verhaal twee dingen duidelijk maken. Ten eerste wil ik aantonen hoe makkelijk het is om een kolonist te zijn in de Westoever. Het systeem is zo georganiseerd dat het ontzettend makkelijk is voor gewone Israëli’s (wat dat woord ook moge betekenen) om naar de Westoever te verhuizen. Ze kunnen daar hun dagelijkse leven leiden zonder dat ze zich slecht hoeven te voelen over zichzelf, of over het feit dat de prijs voor hun bevoorrechte leven betaald wordt door anderen."

"En ten tweede omdat ik ons er allemaal aan wil herinneren dat mensen kunnen veranderen. Het feit dat we ergens geboren worden en opgroeien wil niet zeggen dat we gedoemd zijn om voor altijd op dezelfde plaats te blijven."

Wat zijn de belangrijkste evoluties die je hebt waargenomen tijdens de laatste tien jaar?

"De belangrijkste evolutie voor mij in de afgelopen tien jaar was geen objectieve evolutie, maar eerder een subjectieve. Toen ik in 2002 bij de Israëlische vredesorganisatie Peace Now begon te werken, was ik ervan overtuigd dat de 'nederzettingen' het belangrijkste probleem waren. Ik bezocht de nederzettingen en de voorposten die overal uit de grond opschoten en ik raakte ervan overtuigd dat ik de realiteit van de Westoever behoorlijk goed kende."

"Maar gaandeweg besefte ik dat de belangrijkste ontwikkelingen plaatshebben buiten de nederzettingen, in heel de C-zone. Deze zone beslaat 61 percent van de Westoever, terwijl de nederzettingen maar zo’n 1,5 percent van de Westoever in beslag nemen."

"Tijdens de volgende jaren ben ik mijn blik beginnen verruimen naar wat er in de volledige C-zone gebeurt. Meer bepaald naar hoe de Israëlische overheid omgaat met de het land en hoe kolonisten voortdurend meer grond inpalmen met de de facto steun van de overheid."

Israël, Palestina, muur, Jerusalem

 

"Dit doet me denken aan een ander besef dat ik in de afgelopen tien jaar gekregen heb, namelijk de kwalijke manier waarop de overheid en de kolonisten samenwerken. Hierover schreef ik een aantal jaar geleden al."

"De illegale inname van grond voor Israëls landbouwbehoeften in de Westoever vloeit voort uit het gebrek aan ordehandhaving. Deze teloorgang is niet toevallig en ook niet onbelangrijk. Er zit een consistente en duidelijke afweging achter die overal in de Westoever aanwezig is: de wet wordt opgeofferd ten voordele van de territoriale ambities van de nederzettingenpolitiek."

"Om dat te kunnen doen, werkt de Israëlische staat via twee wegen: de officiële weg waarbij duizenden dunams (nvdr: 1 dunam is 1000 vierkante meter) land in de Westoever op verschillende manieren worden geconfisqueerd van Palestijnse eigenaars en door het Civiele Bestuur overgedragen aan de nederzettingen. En daarnaast de schijnbaar onofficiële overname van duizenden dunams private Palestijnse gronden door kolonisten, die gebeurt onder directe en/of indirecte aanmoediging, financiering en organisatie van de staat. ”

De illegale inname van grond voor Israëls landbouwbehoeften in de Westoever vloeit voort uit het gebrek aan ordehandhaving: de wet wordt opgeofferd ten voordele van de territoriale ambities van de nederzettingenpolitiek.

Hoe is Israël erin geslaagd om de bezetting ‘onzichtbaar’ te maken voor zijn burgers?

"Is de bezetting onzichtbaar voor de Israëlische burgers, of kiezen we ervoor om ze niet te zien, zodat we ons niet slecht hoeven te voelen over onze collectieve keuzes? Wat het juiste antwoord ook is (en het is goed mogelijk dat ze allebei tot op zekere hoogte juist zijn), uiteindelijk komt het hierop neer: de ‘joods-Israëlische’ linkerzijde, die tegen de bezetting is, blijft ontzettend klein."

"Als we die vraag eerlijk willen beantwoorden, moeten we erkennen dat het Palestijns-Israëlische conflict niet begonnen is in 1967 en dat het waarschijnlijk zelfs niet helemaal voorbij zou zijn als Israël alle nederzettingen zou afbreken. Dat zou niet genoeg zijn om dit gelaagde conflict volledig op te lossen. Wat dat betreft, heeft de Israëlische rechterzijde - die pro-bezetting en nederzettingen is -waarschijnlijk meer gelijk met zijn opvatting dan de institutionele linkerzijde die strijdt tegen de bezetting."

"De opvatting dat het conflict niet louter over de bezetting uit 1967 en de nederzettingen gaat, heeft veel Israëli’s doen geloven dat er geen oplossing mogelijk is voor het conflict en dat “er niets anders opzit dan sterk te zijn”. Deze pessimistische, zelfs nihilistische, conclusie zorgt ervoor dat veel mensen in Israël de misdaden die Israël dagelijks begaat tegen de Palestijnse bevolking ofwel negeren, als “noodzakelijk” beschouwen of zelfs steunen."

"Als activist die vandaag in Israël strijdt tegen de bezetting, blijf ik elke dag dromen van een politieke realiteit die niemand zich eigenlijk echt kan inbeelden. Dat doe ik niet omdat ik ervan overtuigd ben dat ik de oplossing voor vrede ken. Ik doe het omdat ik, sinds mijn ogen opengegaan zijn en ik de kwaadaardigheid van de bezetting heb ingezien, niet langer kan doen alsof ik van niets weet."