29 maart 2017 - Inspraak en vrede - Congo - Nadia Nsayi

Op 28 maart 2017 werden twee Westerse VN-onderzoekers en een Congolese begeleider dood teruggevonden in Kasaï. Beleidsmedewerker Nadia Nsayi geeft uitleg bij het geweld in die regio waar sinds 2016 al 400 doden vielen. Een overzicht in vijf vragen.

Waar komt het geweld vandaan?

Het geweld in de Kasaï-regio is het gevolg van de manipulatie en politisering van een lokale machtswissel binnen de traditionele macht. Jean-Prince Mpandi (traditionele naam: Kamwina Nsapu) keerde terug uit Zuid-Afrika om zijn overleden vader op te volgen als traditionele chef in de provincie Kasaï-Centraal. Kamwina Nsapu werd niet ontvangen door de politieke autoriteiten. De gouverneur Alex Kande benoemde zelfs iemand anders tot nieuwe chef. De niet-erkenning van Kamwina Nsapu vormde de directe aanleiding voor het conflict.

In april 2016 vielen veiligheidstroepen het huis van de traditionele chef aan. Als reactie riep Kamwina Nsapu zijn aanhangers op zich te verzetten tegen de overheid. In augustus 2016 werd hij vermoord en zonder overleg met zijn familie begraven. Het conflict escaleerde en wakkerde het ongenoegen bij zijn aanhangers en de bevolking aan.

De provinciale autoriteiten, in overleg met nationale ministers, hebben de traditionele opvolgingskwestie slecht aangepakt en het lokaal probleem groter gemaakt dan het oorspronkelijk was. De overheid is te snel overgegaan tot repressie en geweld, in plaats van via een dialoog met Kamwina Nsapu een vreedzame oplossing te vinden.

Na de dood van de traditionele chef heeft de verzetsbeweging zich uitgebreid. Bovendien is er geen leider meer om de aanhangers op te roepen tot kalmte. In maart 2017 bezocht de Congolese minister van Binnenlandse Zaken Ramazani Shadari de regio en beloofde het lichaam van de chef vrij te geven voor een traditionele begrafenis. Het is echter onzeker of de rust hierdoor zal terugkeren.

Rebellengroep of volksbeweging?

In de berichtgeving van de Congolese autoriteiten en (internationale) media wordt gesproken over een lokale militie of rebellengroep. Plaatselijke journalisten, religieuzen en ngo-medewerkers hebben het ook over een semi-religieuze, bijna mythische volksbeweging zonder centrale aansturing. De aanhangers van Kamwina Nsapu vallen symbolen van de Congolese overheid aan. In maart 2017 werden 39 politiemannen gedood.

De verzetsbeweging krijgt steun van de bevolking omdat ze inspeelt op de grote ontevredenheid over het politiek bestuur. Kasaï kent namelijk een armzalige sociale en economische situatie. De bevolking voelt zich al jaren gemarginaliseerd en jongeren hebben geen waardig toekomstperspectief.

Analisten leggen een verband met de politieke spanningen in de hoofdstad Kinshasa en de toename van het geweld in andere provincies (Kongo-Centraal, Noord-Kivu, Tanganyika). Het uitstel van de verkiezingen en het aanblijven van de impopulaire president Joseph Kabila in 2016 verhogen ook in Kasaï het ongenoegen over het regime.

Het politiek akkoord van 31 december 2016 biedt een uitweg uit de aanslepende crisis, maar drie maanden na de ondertekening bevinden de onderhandelingen over de uitvoering zich in een totale impasse. Het overlijden van oppositieleider Etienne Tshisekedi, afkomstig uit Kasaï, heeft de uitvoering nog meer vertraagd.

Wat zijn de gevolgen voor de bevolking?

Het geweld dat aanvankelijk ontstond in Kasaï-Centraal (op zo’n 100 km van de provinciehoofdstad Kananga) breidde zich uit, zelfs naar de naburige provincies Oost-Kasaï en Lomami. Volgens de VN vinden er zware schendingen van de mensenrechten plaats. Er stierven al 400 mensen, ook kinderen.

RFI en Reuters berichtten over 8 massagraven, terwijl de VN spreekt van 10 en eventueel 17 graven in Kasaï-Centraal en Oost-Kasaï. In januari 2017 trok het humanitair VN-agentschap OCHA al aan de alarmbel. Ondertussen zouden 200.000 mensen op de vlucht zijn.

De Congolese bisschoppen getuigen over dorpen die in brand worden gestoken en families die vluchten en zich schuil houden in het bos. Door de onveiligheid is het moeilijk om de kinderen naar school te sturen en op het veld te werken wat kan leiden tot een voedselcrisis. Onder de aanhangers van Kamwina Nsapu bevinden zich veel jongeren en zelfs minderjarigen.

De aanwezigheid van extra militairen, die vaak slecht omkaderd worden, zorgt voor meer wantrouwen en onveiligheid bij de bevolking. De militarisering van de regio heeft ook gevolgen voor het verkiezingsproces. Door het geweld kunnen kiezers zich niet laten registreren bij de kiescommissie. Zonder registratie is het onmogelijk om deel te nemen aan de verkiezingen. Dit is vooral nadelig voor de oppositie en in het bijzonder voor de partij UDPS van Tshisekedi.

Geplunderde huizen in Kabeya Kamuanga

Zijn onze partners in gevaar?

Vanaf haar ontstaan is Broederlijk Delen aanwezig in de Kasaï-regio. Kabeya Kamuanga in Oost-Kasaï ligt net over de grens met Kasaï-Centraal en is het centrale punt voor ons landbouwprogramma. Sinds 1989 werkt een partner met de boeren van Kabeya Kamuanga.

In oktober 2016 vonden er gevechten plaats in Kabeya Kamuanga. Het Congolese leger drong huizen binnen, burgers werden gedood, huizen werden geplunderd en in brand gestoken. Er vielen meer dan 50 doden. De lichamen van de aanhangers van Kamwina Nsapu en gewone burgers werden in massagraven gedumpt. Het stoffelijk overschot van de militairen werd afgevoerd. Eén massagraf bevindt zich in de werf van onze partner.

Boeren zijn op de vlucht en schuilen in het bos. Momenteel is het veiliger dankzij de aanwezigheid van de VN-vredesmissie MONUSCO. Mensen keren langzaam terug naar hun dorpen maar hun huizen zijn vernield en ze hebben alles verloren. Door de onveiligheid zijn veldbezoeken moeilijk te organiseren. Broederlijk Delen heeft ateliers voor de partners en basisorganisaties moeten verplaatsen naar de provinciehoofdstad Mbuji Mayi.

Wat kan België doen?

De aandacht van de internationale gemeenschap gaat vooral naar de hoofdstad Kinshasa en de Kivustreek. Twee recente gebeurtenissen leidden eindelijk tot internationale verontwaardiging over het geweld in Kasaï: (1) in februari 2017 circuleerden videobeelden waarop militairen burgers doodschieten en (2) begin maart 2017 verdwenen twee Westerse VN-onderzoekers (een Amerikaanse man en een Zweedse vrouw) en hun vier Congolese begeleiders. Zij werden op 28 maart dood teruggevonden.

In het parlement vroeg minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders een onafhankelijk onderzoek naar de misdaden in Kasaï en elders in het land. Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen vinden dat België zich niet tevreden mag stellen met een onderzoek door Congo zelf. Ons land moet pleiten voor een internationaal onderzoek geleid door de VN.

Daarnaast vragen we de opschorting van de militaire samenwerking met Congo tot het land constructief meewerkt aan een VN-onderzoek en de misdaden berecht. België steunt de organisatie en werking van de Militaire Academie in Kananga. Sinds 2015 zijn de Belgische activiteiten beperkt tot de inzet van een team van 3 à 5 personen voor ongeveer 2 maanden. De volgende opdracht staat gepland voor juni 2017. Wij vinden het onverantwoord om Belgische militairen naar Kasaï te sturen, zeker nu blijkt dat westerlingen een doelwit zijn.

België kan ook aandringen op betere bescherming van de bevolking in Kasaï door te pleiten voor een versterking van de aanwezigheid van de VN-blauwhelmen. Tot slot is het belangrijk dat ons land blijft ijveren voor de uitvoering van het politiek akkoord, met name door aan te dringen op de benoeming van een nieuwe premier en regering. Zij moeten samen met de kiescommissie eerlijke en veilige verkiezingen organiseren, zonder de kandidatuur van president Joseph Kabila.

Lees ook ‘Kamuina Nsapu Insurgency Adds to Dangers in DR Congo’ (21 maart 2017)