26 oktober 2017 - Peru

Op zondag 22 oktober werd tijdens de volkstelling in Peru een van de vrijwilligsters verkracht. Overal in het land komen organisaties en personen nu in opstand onder het motto "Peru, land van de verkrachters". Onze vrijwilligster in Peru, Maxime, schreef een persoonlijk verslag.

Zondag 22 oktober. Dag van de nationale censo, de volkstelling. Niemand mag die dag een voet buiten de deur zetten. Vrijwilligers trekken van huis naar huis om de inwoners een lijst van 47 vragen voor te schotelen.

Van blijdschap naar protest

Een paar dagen geleden vierden we nog dat het INEI, het Nationale Instituut van Statistieken en Informatica dat de volkstelling organiseert, de vraag in de lijst opnam hoe inwoners van Peru zichzelf zouden identificeren. Voelen ze zich Quechua, Aymara, inheems uit het Amazonegebied, zwart, mulat, Afro-Peruaans, blank of mesties?

De blijdschap maakte al snel plaats voor een ander gevoel. Vandaag staan we luidkeels te protesteren voor de deur van het instituut. Want tijdens de volkstelling werd een vrouwelijke vrijwilliger verkracht terwijl ze haar werk deed. En het INEI vraagt om te zwijgen.

Peru, censo, opstand, protest, derechos humanos sin fronteras

Politiebescherming

Zo'n 585000 vrijwilligers werden door het INEI aangesteld om de volkstelling op zich te nemen. Zestig procent van die vrijwilligers waren vrouwen. Van acht uur 's ochtends tot vijf uur 's avonds gingen ze alle huizen van Peru langs om de inwoners aan hun vragen te onderwerpen. Om half twaalf die ochtend ging het mis.

Ten zuiden van Lima, in Villa El Salvador, werd een 37-jarige vrijwilligster verkracht. Toen ze opstond nadat ze haar vragen had afgerond, haastte de 45-jarige ondervraagde zich om zijn deur op slot te draaien. Met geweld trok hij de vrouw zijn slaapkamer in, gooide haar op bed, ontdeed haar van haar kleding en verkrachtte haar.

Vraag om gerechtigheid

In een land waar seksueel geweld zo vaak voorkomt, hadden vrouwelijke vrijwilligers bescherming moeten krijgen wanneer ze bij wildvreemden aanklopten. En die bescherming ontbrak. Het slachtoffer gaf het INEI dan ook aan bij de politie voor gebrek aan veiligheid en bescherming.

De reactie? Het INEI drong er bij het slachtoffer en haar broer op aan de zaak stil te houden. In ruil bood een van hun functionarissen hun zelfs 1000 soles (250 euro). Maar het slachtoffer wil gerechtigheid. En het hele land trekt nu met haar in opstand.

Protest in het hele land

In Lima, in Cusco, in Arequipa, in Chiclayo, verspreid over heel Peru voeren organisaties protest voor de deuren van de kantoren van het INEI. Ook Derechos Humanos Sin Fronteras, partner van Broederlijk Delen in Cusco, nam gisteren deel aan het protest.

Bovendien was de verkrachting niet het enige geval van misdrijf afgelopen zondag. Zo werd een vrijwilligster van amper achttien jaar ook aangevallen op straat toen ze langs de huizen trok. Aangezien het INEI geen stappen ondernam om zijn vrijwilligers te beschermen, richt de woede zich nu op hen.

#metoo, overal ter wereld

Een week geleden deelden we allemaal en overal ter wereld nog massaal de hashtag #metoo op sociale media. Gisteren stonden wij hier te kijken hoe er onder luid gekrijs een verkrachting werd nagebootst voor de deur van het INEI. Nepbloed vloeide, het slachtoffer huilde haast echt. Nadat de media ons de afgelopen dagen dwongen na te denken over onze eigen ervaringen, deed het beeld ons nog meer huiveren.

Hier op kantoor deelde iedere vrouwelijke medewerker de hashtag. Eén mannelijke collega zelfs ook. We hebben het allemaal meegemaakt. Overal ter wereld. Hier in Peru, daar in België.

Censo Peru, derechos humanos sin fronteras, opstand, protest

Opnemen voor elkaar

De hashtag heeft ons doen nadenken. Over hoe weinig we praten over wat ons overkomt. Over hoe we het allemaal meemaken en wegduwen. Over hoe weinig we ondernemen als we zien dat meisjes lastig gevallen worden op straat. Het is normaal geworden.

De hashtag heeft mij doen nadenken. Over die keer dat een man me klem duwde in de hoek van een bushalte, me de bus op volgde en niemand, niémand, iets deed. De buschauffeur niet, die alleen zijn wenkbrauwen optrok nadat de man met een gure glimlach "Je vais avec toi", naar me fluisterde. Het koppel niet, dat zag hoe ik zijn hand van me af bleef duwen. Hoe ik bleef zeggen dat hij me met rust moest laten, terwijl ik hardnekkig het raam uit bleef staren en hij ongegeneerd opmerkingen over mijn borsten bleef maken.

"Moeten we haar niet helpen", hoorde ik het meisje zeggen. Ik herinner me dat ik glimlachte, knikte, wuifde, hopend dat ze met me zou komen praten. "Nee", schudde de jongen. En het koppel stapte de bus af.

Het deed me denken aan hoe we allemaal zoals die vrouw zouden moeten zijn en het zouden moeten opnemen voor elkaar.

Uiteindelijk werd de man het beu en schreeuwde hij voor de hele bus dat ik het zelf maar moest weten. Dat ik egoïstisch was. Dat hij nu op een verkeerde bus zat, speciaal voor mij. Alsof ik dit wou. De bus staarde. En niemand zei iets.

Maar tegelijkertijd deed het me ook denken aan die keer hier in Cusco. Een gezellig dikke inheemse vrouw mepte een man hard op het hoofd toen hij maar naar me bleef roepen op straat. En het deed me denken aan hoe we allemaal zoals die vrouw zouden moeten zijn en het zouden moeten opnemen voor elkaar.

Peru komt op straat

Dat hebben verschillende organisaties hier in Peru heel goed begrepen. Peru is die vrouw. Nu wordt er wél iets gedaan. Organisaties als Ni Una Menos organiseren protesten en marsen. Verschillende instituties als Derechos Humanos Sin Fronteras bieden maar wat graag hun hulp aan en publiceren video's, foto's, artikels, hele campagnes rond het thema.

Het (seksuele) geweld tegen vrouwen is aanwezig op alle vlakken in de samenleving en moet aan het licht gebracht worden. Meer nog: er moet komaf mee gemaakt worden.

De kreten van Ni Una Menos zijn weer te horen op straat in Cusco. De politie verzamelt zich voor de deur van het INEI. Om – oh ironie – hun nu wel bescherming te bieden.

 

Maxime Degroote is vrijwilligster voor Broederlijk Delen in Peru. Dit verslag verscheen ook op MO*.