Met de start van formele onderhandelingen tussen de Colombiaanse regering en de rebellenbeweging ELN op 7 februari, begint een nieuwe etappe in het Colombiaanse vredesproces. Ondertussen komt ook de demobilisatie van de FARC op gang. Maar het geweld tegen mensenrechtenverdedigers gaat onverminderd verder. Met het oog op de presidentsverkiezingen van 2018 wordt 2017 opnieuw een sleuteljaar voor het vredesproces. 

Eind november vorig jaar keurde het Colombiaanse Congres een vredesakkoord goed met de FARC, de grootste rebellenbeweging van het land. Zoals afgesproken in het akkoord, maar later dan oorspronkelijk gepland, verzamelen de FARC-leden momenteel in de 26 afgebakende ‘concentratiezones’ met kampen van de Verenigde Naties, waar de rebellen onder toezicht van de VN hun wapens moeten inleveren en deelnemen aan re-integratieprogramma’s.

Volgens de regering zouden zich al bijna zesduizend rebellen (op een geschat totaal van achtduizend guerrillaleden) in deze zones bevinden. Na zes maanden wil de VN-missie alle wapens uit de kampen verwijderd hebben.

Maar het risico bestaat dat niet alle FARC-strijders willen demobiliseren. Momenteel zou er al sprake zijn van een 300-tal dissidenten. Verschillende rebellenleiders, vooral diegene die verweven zijn met de illegale mijnbouw en drugsteelt, aanvaarden het vredesakkoord niet. Het risico bestaat dat ze zich aansluiten bij criminele (drugs)bendes. De vrees is dat deze groepen het hiaat invullen dat de FARC achterlaten en dat zij strategische gebieden voor de illegale mijnbouw en de drugsteelt overnemen.

Aan tafel met ELN

De FARC is niet de enige gewapende groep in Colombia. Ten eerste is er nog de kleinere marxistische rebellengroep ELN. Met het ELN, dat naar schatting maximum 2500 leden telt, beginnen op 7 februari officieel vredesonderhandelingen in de Ecuadoraanse hoofdstad Quito, nadat het ELN een ontvoerde politicus en militair vrijliet. Er waren al langer informele gesprekken aan de gang.

Op de agenda van de gesprekken met het ELN staan zes grote punten: 1. deelname van de maatschappij aan de opbouw van vrede (door middel van specifieke initiatieven voor vredesopbouw waarbij burgers actief betrokken worden); 2. een democratisch klimaat voor vrede (onder meer een beter juridisch kader en garanties omtrent publieke manifestatie); 3. sociaaleconomische transformaties (concrete programma’s voor armoedebestrijding, plattelandsontwikkeling en milieubescherming); 4. erkenning van de rechten van slachtoffers; 5. einde van het conflict (onder meer de juridische situatie en politieke rechten van de ex-rebellen); en 6. implementatie en verificatie (controlemechanismes met betrokkenheid van de civiele samenleving en de internationale gemeenschap).

De onderhandelingen beloven complex te worden. Niet alleen vanwege de brede agenda, maar ook omdat het gezag binnen het ELN minder gecentraliseerd is dan bij de FARC. De beweging kan naast de actieve guerrillastrijders ook rekenen op heel wat sympathisanten, verspreid over het land. Anderzijds is het klimaat gunstig voor vredesonderhandelingen, nu er al een akkoord bestaat met de FARC en gezien verschillende agendapunten gelijklopen met de FARC-gesprekken (bv. de punten rond politieke vertegenwoordiging en de juridische situatie van ex-rebellen).

Golf van politiek geweld

In schril contrast tot deze positieve ontwikkelingen in het vredesproces, staat een nieuwe golf van politiek geweld tegen mensenrechtenactivisten, sociale leiders en vertegenwoordigers van bepaalde bewegingen. In 2016 waren er meer dan 200 bedreigingen en minstens 80 moorden (in 2015 werden 63 activisten vermoord). Voor 2017 staat de teller al op minstens 12 moorden. Officieel bewijs voor wie er achter deze moorden zit is er in de meeste gevallen niet. Het ELN zou in bepaalde gevallen verantwoordelijk zijn, maar sociale bewegingen wijzen vooral paramilitairen aan als de schuldigen.

Volgens lokale gemeenschappen en organisaties hebben paramilitaire groepen hun territoriale controle op veel plaatsen uitgebreid. Het gaat met name om de ‘Autodefensas Gaitanistas de Colombia’ (AGC) en de Águilas Negras. Deze laatste verspreidt bijvoorbeeld pamfletten met de boodschap: “We zullen niet rusten tot Colombia vrij is van mensenrechtenverdedigers, die alleen maar een last vormen”.

Ondanks de bezorgdheden en de aanklachten door lokale gemeenschappen, en ondanks de erkenning door de Verenigde Naties en internationale ngo’s van de uitdaging die het paramilitarisme betekent voor vrede in Colombia, wil de regering deze groepen niet als dusdanig benoemen. Ze houdt het op ‘criminele bendes’ en weigert het systematische en politieke karakter achter de golf van moorden te erkennen. Dat is verontrustend: veiligheidsgaranties voor mensenrechtenactivisten, sociale en politieke leiders zijn een cruciale voorwaarde voor het realiseren van vrede op lokaal niveau.

Tijd dringt voor Santos

Voor president Santos dringt de tijd om het vredesproces volledig te doen slagen. In 2018 zijn er presidentsverkiezingen, en de partij van aartsrivaal Uribe (een groot tegenstander van het vredesakkoord met de FARC) warmt zich alvast op. Uribe kan zich optrekken aan zijn nipte overwinning in het referendum over het eerste vredesakkoord begin oktober. Een nipte meerderheid van de Colombianen die kwamen stemmen (minder dan 40 procent van de stemgerechtigden) stemde toen tegen de deal met de FARC. Het vredesproces komt op losse schroeven te staan als de huidige oppositie aan de macht komt.

Ook voor de internationale gemeenschap blijft een belangrijke rol weggelegd in het vredesproces. Ze moet  druk blijven uitoefenen op zowel de regering als de FARC en het ELN om de vredesafspraken te implementeren. Daarnaast blijft ook financiële steun voor het vredesproces noodzakelijk, bijvoorbeeld voor internationale actoren zoals het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten van de VN in Colombia.

Tot slot moet de internationale gemeenschap, waaronder ook de EU en België, in deze fragiele post-conflictperiode bijzondere aandacht blijven hebben voor de situatie van mensenrechtenverdedigers en sociale en politieke leiders in Colombia: via publieke steunbetuigingen, door in de dialoog met de Colombiaanse overheid vooruitgang te eisen in het onderzoek naar en de berechting van specifieke gevallen, en door aan te dringen op effectieve maatregelen voor de bescherming van mensenrechtenverdedigers.