De federale regering lanceert een Nationaal Actieplan (NAP) "Ondernemingen en Mensenrechten". Belgische vakbonden en ngo's analyseerden het document.

Bewustmaking van mensenrechtenkwesties

Hoewel België duidelijk bereid is om bedrijven te stimuleren de mensenrechten te respecteren, schiet het plan op verschillende punten tekort. Ambitieuzere maatregelen zijn noodzakelijk, vooral wat betreft zorgplicht voor bedrijven en toegang tot rechtsmiddelen voor slachtoffers.

Met het NAP komt België tegemoet aan de Richtlijnen inzake Bedrijven en Mensenrechten, die in 2011 werden goedgekeurd door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (VN).

Het NAP wil verschillende actoren zoals bedrijven, Belgische handelsvertegenwoordigers in het buitenland, diplomaten en Belgische burgers bewustmaken over de noodzaak om mensenrechtenschendingen als gevolg van Belgische bedrijfsactiviteiten te voorkomen. De vakbonden en ngo’s zien veel goodwill om mensenrechtenkwesties meer aandacht te geven in economische relaties. Dit is een belangrijke stap in de goede richting.

Tintayamijn, Glencore, Peru, vervuiling, mijnbouw

Verouderde visie

Maar het NAP concentreert zich enkel op vrijwillige initiatieven van bedrijven. De beperkingen van dergelijke initiatieven en het gebrek aan doeltreffendheid zijn de afgelopen jaren echter duidelijk gebleken. De VN-Richtlijnen inzake Bedrijven en Mensenrechten (UNGPs) benadrukken het belang van een mix van vrijwillige en meer regulerende maatregelen, waaronder wetgevende initiatieven.

De grootste tekortkoming van het NAP, zeggen de vakbonden en ngo’s, is dat het op geen enkele manier een wettelijk kader voorziet dat bedrijven verantwoordelijk stelt voor schendingen van mensenrechten in de brede zin: hetzij wanneer die het gevolg zijn van hun activiteiten (en die van hun onderaannemers), of wanneer die gelinkt zijn aan hun toeleveringsketen, in België of in het buitenland.

Het respect voor alle mensenrechteninstrumenten van de VN, en alle conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (in het bijzonder met betrekking tot vrijheid van vereniging, syndicale rechten, bescherming op vlak van gezondheid, en de rechten van migranten) moet gegarandeerd worden, en dit over de gehele keten van onderaannemers én de hele toeleveringsketen.

De 33 gedetailleerde actievoorstellen in het NAP gaan niet verder dan louter uitwisseling van informatie. Geen enkele van deze acties omvat indicatoren om de werkelijke vooruitgang te meten: noch van de activiteiten van de overheid om de mensenrechten te bevorderen, noch van de inspanningen van bedrijven om de mensenrechten te doen respecteren bij hun onderaannemers en andere partners binnen hun handelsketen. Ook de timing voor de uitvoering van de 33 acties is in de meeste gevallen niet gespecifieerd.

Toegang tot rechtsmiddelen voor slachtoffers

De UNGPs en internationale mensenrechtenverdragen bepalen dat regeringen effectieve toegang tot rechtsmiddelen moeten garanderen. Daarnaast hebben ze ook de plicht om andere niet-juridische klachtenprocedures voor getroffen personen te voorzien, zowel in België als in het buitenland.

Toch wordt de toegang tot het gerechtelijk apparaat, in geval van misbruik van de mensenrechten door ondernemingen, bemoeilijkt door juridische, financiële en procedurele belemmeringen. Het NAP voorziet slechts zeer beperkte voorstellen om dit fundamentele recht op toegang tot rechtsmiddelen te verwezenlijken. Het NAP bevat wel een actieplan om de bestaande remediëringsmechanismen te publiceren in een informatiebrochure, samen met aanbevelingen voor een verbetering van de mechanismen van rechtsherstel.

Het middenveld heeft echter vragen bij de effectiviteit van deze maatregelen voor de slachtoffers zelf. Daarom is er nood aan een Europees en Belgisch juridisch kader dat toegang tot remediëring biedt (via een centraal klachtenpunt), controle uitvoert over sancties en schadeloosstelling verzekert.

Nationaal Contactpunt

Het NAP wil de rol versterken van het "Nationaal Contactpunt" (NCP) van de OESO, dat geschillenbeslechting kan aanbieden in geval van mensenrechtenschendingen door een Belgische onderneming die in het buitenland of in België actief is.  Er wordt echter geen precieze informatie gegeven over personeel en financiële middelen voor deze mogelijke versterking van het NCP; er is  evenmin een tijdschema voorzien.

Er zijn manieren om het NCP effectiever te maken. Er kunnen bijvoorbeeld meer middelen voorzien worden voor het onderzoeken van klachten. Daarnaast zouden de adviezen van het Comité onder andere kunnen dienen als referentiepunt voor andere politieke organen om sancties op te leggen aan bedrijven die misbruik plegen, zoals de uitsluiting van overheidsopdrachten of een verbod op de ontvangst van overheidssteun.

Zorgplicht

Steeds meer regeringen en parlementen debatteren over een zorgplicht voor bedrijven met betrekking tot hun toeleveringsketens. Het NAP bevat echter geen enkel voorstel in die richting. De Franse wet inzake "zorgplicht" (“due diligence”), die in maart 2017 werd aangenomen, is een interessant model dat niet alleen bijdraagt tot een betere risicopreventie, maar ook de mogelijkheden van slachtoffers en belanghebbenden vergroot om schadeloosstelling te eisen. Ook Duitsland heeft de deur geopend voor een hervorming van zijn wetgeving tegen 2020.

Steun voor een bindend verdrag

Het NAP stelt tot slot dat België een actief engagement zal opnemen in de onderhandelingen binnen de VN-Mensenrechtenraad voor een bindend verdrag inzake bedrijven en mensenrechten. Het doel van een dergelijk verdrag is de hiërarchie van normen om te keren, door mensen boven privébelangen te stellen en de verliezers van de globalisering toegang tot justitie en remediëring te garanderen.

De derde onderhandelingsronde eindigde afgelopen oktober en maakte de weg vrij voor een nieuwe zitting in 2018. De lidstaten worden verzocht om voor eind februari 2018 schriftelijke opmerkingen en voorstellen in te dienen over de inhoud van dit toekomstige instrument. Vakbonden en ngo’s roepen België op om een actieve rol te spelen in dit proces en om, samen met de Europese Unie, al zijn invloed uit te oefenen om tot een ambitieus verdrag te komen. Sociale gerechtigheid en mensenlevens moeten voorrang krijgen op winst van transnationale bedrijven.

Deze reactie wordt onderschreven door:

11.11.11-Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, ABVV-FGTB, achACT, ACLVB-CGSLB, ACV-CSC, Amnesty International, Broederlijk Delen, CNCD-11.11.11, Commission Justice et Paix , European Coalition for Corporate Justice (ECCJ), Entraide et Fraternité, FIAN Belgium, Test-Aankoop/Test-Achat, Wereldsolidariteit-Solidarité Mondiale