Van 23 tot 27 oktober vergaderen regeringsvertegenwoordigers in Genève over een bindend VN-verdrag rond bedrijven en mensenrechten. België en de EU moeten dit proces actief steunen. 

Bedrijven kunnen bijdragen tot duurzame ontwikkeling, maar hebben ook vaak een negatieve impact op lokale bevolkingsgroepen.

In 2016 werden wereldwijd minstens 200 activisten vermoord die hun land en natuurlijke rijkdommen beschermden tegen industrieën als mijnbouw en grootschalige landbouw, waarvan het overgrote deel in Latijns-Amerika.

Boeren in Guatemala en Colombia moeten plaatsruimen voor uitgestrekte monoculturen en energieprojecten. Inheemse gemeenschappen in Peru eisen compensatiemaatregelen voor jarenlange vervuiling en gezondheidsproblemen door mijnbouw. Het zijn enkele voorbeelden van cases die Broederlijk Delen van nabij opvolgt. 

Anno 2017 ontbreekt nog steeds een globaal wetgevend kader dat bedrijven verplicht om internationale mensenrechtenwetgeving te respecteren. 

Internationale wetgeving hinkt achterop

De activiteiten van multinationals, met hun vele dochterbedrijven en toeleveranciers op verschillende niveaus, worden steeds complexer. Wetgeving die de precieze verantwoordelijkheden van bedrijven omschrijft en mensenrechtenschendingen strafbaar maakt, hinkt achterop. En dit terwijl er wél allerlei handels- en investeringsverdragen afgesloten worden tussen landen, die de rechten van bedrijven en investeerders verankeren.

Anno 2017 ontbreekt nog steeds een globaal wetgevend kader dat bedrijven verplicht om internationale mensenrechtenwetgeving te respecteren. Een bindend VN-verdrag kan daar verandering in brengen.

België en de EU hebben een unieke kans om mee een voortrekkersrol te spelen in de strijd tegen de straffeloosheid van bedrijven. Broederlijk Delen en CIDSE roepen onze politici dan ook op om deze kans te grijpen en constructief deel te nemen aan de onderhandelingen binnen de Verenigde Naties.

Lees hier onze volledige briefing:
briefing_binding_treaty.pdf (172.73 KB)