02 Januari 2018 - Natuurlijke rijkdommen - Peru

Vorige maand vierde Espinar haar honderdjarige politieke bestaan. Tegelijkertijd mocht de stad 'vieren' dat er al 36 jaar aan mijnbouw gedaan wordt. En dat er de afgelopen 5 jaar van de beloofde hulp voor de omwonenden van de mijn, die blootgesteld worden aan giftige metalen, niets in huis gekomen is.

36 jaar. Zo lang bestaat de Tintayamijn in Espinar al. Even lang al gaat de levenskwaliteit in de gemeenschappen rond de mijn erop achteruit. In het lichaam van Melchora, die vlak naast de mijn woont, werden 17 verschillende soorten metaal teruggevonden. Zéventien. “We hebben hulp nodig,” zegt ze terecht, “we zijn aan het sterven.”

Open pit mine Tintaya Peru

Mishandeld door de staat

Melchora is een sleutelfiguur in de strijd van de lokale gemeenschap tegen de vervuiling van de mijn in Espinar. In 2015 mocht ze haar getuigenis zelfs afleggen voor het Internationaal Hof voor de Mensenrechten (CIDH) in Washington DC. “We willen gewoon dat onze rechten gerespecteerd worden. Nu worden we mishandeld door de staat. We worden opgelicht”, zegt ze.

De giftige metalen uit de mijnbouw belanden namelijk in het water van de gemeenschappen rondom de mijn. Water dat gebruikt wordt om te drinken, te koken, dieren te voederen, te vissen... Krampen, diarree en overgeven zijn nog maar lichte gevolgen van het gebrek aan drinkbaar water.

Mensen kunnen amper nog lopen door de verzwakte botten, vrouwen krijgen miskramen. Kinderen verliezen hun zicht, dieren sterven. Meer en meer gevallen van kanker worden vastgesteld. En de regering doet niks. Hoewel. Ze maken beloften, dat doen ze wel. Die nakomen is een ander verhaal.

Metaal in het lichaam

In 2010 werden het bloed en de urine van 506 inwoners van Espinar voor het eerst onderzocht. De resultaten werden echter stilgehouden. Pas 2 jaar later, tijdens een groot conflict waarbij 3 mensen het leven lieten, kwamen de verbluffende resultaten aan het licht.

Bij 100 procent van de onderzochte personen werden gevaarlijke hoeveelheden kwik, lood, cadmium en arsenicum in het lichaam teruggevonden. Het Ministerie van Gezondheid bleek op de hoogte te zijn van het onderzoek. Toch had het geen enkele actie ondernomen.

Tot 33 keer de toegestane limiet

Pas in 2013 werd er een eerste plan opgesteld om de inwoners van Espinar tegemoet te komen. Hoewel beloofd werd 500 personen te onderzoeken, werd de urine van slechts 180 mensen onderzocht. Bij 71 van hen werd de maximale limiet van metalen in het lichaam ver overschreden.

In sommige gevallen werd wel 33 keer meer dan de toegestane limiet teruggevonden. Wat die resultaten betekenden, werd echter niet aan de bevolking uitgelegd. Niemand wist wat er gaande was in hun eigen lichaam. En weer werd er verder niks aan gedaan.

Onvolbrachte acties

Het Regionale Gezondheidsinstituut DIRESA zou in 2013 het kwikgehalte in hun bloed onderzoeken. Ook dat onderzoek werd nooit gevoerd wegens gebrek aan geld. 

Hetzelfde gebeurde in 2015 met het nieuwe ambitieuze actieplan van het Ministerie van Gezondheid. De 71 personen met een teveel aan metalen in hun bloed zouden speciale controle en medische hulp krijgen. Er zou opvolging komen voor de personen die chronisch blootgesteld worden aan giftige metalen. 

Vervuild water door mijnbouw in Espinar, Peru

Het water voor consumptie zou grondig gecontroleerd worden. Er zouden promotiecampagnes rond gezondheid komen en er zou sociale bescherming van de staat zijn. Mooie woorden, maar aan het einde van het jaar waren alleen de gezondheidscampagnes uitgevoerd.

Ook het Regionale  Gezondheidsinstituut DIRESA had een nieuw plan voorzien in 2015. De 180 onderzochte personen uit 2013 zouden de nodige medische verzorging krijgen. Zo'n 6000 soles (1550 euro) was nodig om het plan uit te voeren, maar er was slechts 2350 soles (609 euro) voorzien. En dus werden slechts 36 van de 180 personen behandeld. Van die 36 kregen amper 19 personen de resultaten te zien.

Ondeskundige aanpak

Ook voor 2017 was er een Interventieplan met nieuwe bloed- en urineonderzoeken opgesteld door DIRESA. Al snel bleek dat er grote communicatieproblemen waren. Het proces verliep allesbehalve transparant.

Autoriteiten en inwoners van de getroffen gemeenschappen zijn nooit op de hoogte gebracht van het actieplan. De uitvoering kan dan ook niet vlot verlopen. Daarnaast was niemand goed opgeleid om het plan uit te voeren.

Het was pure improvisatie – de resultaten werden met de hand op een papiertje gekrabbeld, zonder handtekening of stempel, en zo meegegeven. Er wordt geen register bijgehouden van de slachtoffers in Espinar. “Alsof het een grapje is”, zegt Santusa Nuñoncca de K'ana, uit een gemeenschap rond de mijn in Espinar.

Wij bestaan niet voor de staat. Jarenlang werden we aan ons lot overgelaten.

Bovendien zijn de inwoners van Espinar het vertrouwen in de regering kwijt. Eind december zouden er nieuwe onderzoeken uitgevoerd worden. Ook Melchora gelooft er niet meer in. "Er worden alleen maar loze beloften gedaan. Afspraken worden niet nageleefd en er wordt geen vooruitgang geboekt."

"De staat heeft veel onderzoeken georganiseerd. Maar als je er vervolgens niets mee doet, wat heb je daar dan aan? Wij bestaan niet voor hen. Jarenlang werden we aan ons lot overgelaten. Gelukkig helpen verschillende instituties ons nu. Wij hebben als gemeenschap niet genoeg kennis of geld om tegen de mijn op te boksen."

Derechos Humanos Sin Fronteras, partnerorganisatie van Broederlijk Delen in Peru, is één van die instituties. “Voor het ontstaan van DHSF in 2012 hadden we geen verdediging. We moesten alles zelf uitpluizen. We waren wanhopig. Maar vanaf dat moment konden we ons organiseren en kwam er weer hoop”, vertelt Melchora.

Melchora, Peru, mijnbouw, vervuiling

Toxische Staat Peru

Melchora is niet de enige die de onprofessionele en vage campagne in vraag stelt. Uiteraard hebben nog veel meer mensen hulp nodig. Ook in andere districten en regio's. De giftige metalen vallen de lichamen van de bevolking rond de mijnen aan, op ieder moment van de dag. Waar wacht de regering op om in te grijpen?

We willen niet meer sterven, maar zo willen we ook niet leven.

Diezelfde vraag stelde Amnesty International zich eerder dit jaar ook in de campagne 'Toxic State', die ze samen met Broederlijk Delen en zijn partnerorganisaties startte. De getuigenissen die Amnesty verzamelde waren hartverscheurend. “Wanneer het niet geregend heeft, moeten we koken in vervuild water. We vermoorden onze kinderen zelf”, klonk het.

Het is niet tijd dat de staat ingrijpt, die tijd is allang voorbij. Er moeten onmiddellijk betere onderzoeken komen, meer opvolging, en vooral een oplossing voor het water in de gebieden rond de mijn. Zoals Melchora zegt: “We willen niet meer sterven, maar zo willen we ook niet leven.”

Geschreven door Maxime Degroote, vrijwilliger in Peru