Olfat al-Kurd woont met zijn gezin in Gaza. Hij is veldwerker bij B’Tselem, het Israëlische Informatiecentrum voor mensenrechten in de door Israël bezette gebieden. Sinds de start van de protesten, enkele weken geleden, werkt hij samen met zijn collega’s de klok rond om informatie en getuigenissen te verzamelen over de protesten en de gewonden. Ook hij is getuige. Hij brengt een verhaal van angst, verdriet en maar ook hoop.

Ik ben Olfat al-Kurd en woon in Shuja'iya in Gaza. Ik ben 37 jaar oud en heb 4 kinderen. Iedere dag ben ik aanwezig bij de demonstraties langs de omheining in Gaza. Omdat het mijn job is, maar ook omdat ik een inwoner van Gaza ben.


Een bezorgde Israëlische collega vroeg me onlangs waarom ik naar de demonstraties blijf gaan, zeker nu het zo gevaarlijk geworden is. Natuurlijk ben ik bang. Soms vrees ik zelfs dat ik niet meer thuis zal komen. Er wordt op ons geschoten door de soldaten en mensen worden verwond door kogels en traangas. De waarheid is echter dat het nergens in Gaza nog veilig is. Niet aan de omheining, maar ook niet in onze eigen huizen. Israëlische vliegtuigen kunnen elk huis bombarderen, waar en wanneer ze maar willen. We leven in een constante staat van angst. Iedereen in Gaza verloor minstens één familielid in de voorbije oorlogen. Mijn broer overleed in de oorlog van 2009. 

Het is nergens in Gaza nog veilig. Niet aan de omheining, en niet in onze eigen huizen. We leven in een constante staat van angst.

Israël houdt Gaza nu al meer dan tien jaar afgesloten van de buitenwereld. Sommige jongeren weten niet wat het is om stromend water of de hele dag elektriciteit te hebben. Zij hebben Gaza nog nooit verlaten en groeien op in een gevangenis. Je kan ons niet bezoeken. Israël laat niet toe dat iemand zou zien wat er hier gebeurt. Er is geen echt leven in Gaza. De hele plek is klinisch dood. 


De festiviteiten tijdens de protesten zijn een zeldzame kans om te ademen, om mensen te ontmoeten en om deel uit te maken van iets groter dan onszelf. De open ruimte aan de omheining is groot, maar sinds de laatste oorlog durft niemand zich daar nog tonen. We kunnen niet meer naar het strand omdat de riolering is ingestort en het rioolwater recht de zee in stroomt. De meeste inwoners van Gaza zijn te arm om op café of naar een restaurant te gaan. Zij brengen thermossen koffie en eten mee naar de protesten. De meeste demonstranten verzamelen in tenten, ver van de omheining. Ze genieten er van live muziek, eetkraampjes en andere familie-activiteiten.

We komen samen om een politieke boodschap te brengen, om te demonstreren. Wij verdienen het ook om te leven.

De protesten hebben ons een vonkje hoop gegeven. We komen samen om een politieke boodschap over te brengen, om te demonstreren. Maar wel op een geweldloze manier, zonder wapens. Ze zijn onze manier om naar de rest van de wereld te schreeuwen dat ze wakker moeten worden. Dat er hier mensen zijn die vechten voor hun basisrechten, waar ze recht op hebben. Wij verdienen het ook om te leven.