03 mei 2017 - Burundi

Op vrijdag 5 mei 2017 bezochten zes EU-ambassadeurs - waaronder de Belgische - de koffiefabriek Horamama in Ngozi, Noord-Burundi. Ze willen kennismaken met een groep Burundese koffieboeren, die erin geslaagd zijn om de hele keten van productie tot export in eigen handen te krijgen. En dit binnen een politiek moeilijke context.

Een primeur én een sterk voorbeeld van doorgedreven samenwerking. Broederlijk Delen en zijn lokale partnerorganisaties Inades en ADISCO speelden een cruciale rol in dit verhaal.

Samenwerking wekt interesse EU-ambassadeurs

In maart 2016 kon COCOCA, een unie van Burundese koffieboeren, de koffiefabriek in Ngozi overkopen van Webcor. Dit is het voorlopig sluitstuk van een lang proces waarin koffieboeren er alsmaar meer in slagen om de Burundese koffiesector zelf in handen te hebben. Gezien de zeer moeilijke context van privatisering van de koffiesector en de politieke crisis die al twee jaar aansleept, is dit des te indrukwekkender. Deze boeren hebben nu de gehele keten van productie tot export in handen.

“Dit kon enkel dankzij doorgedreven samenwerking van verschillende partijen”, benadrukt Toon Vrelust van Broederlijk Delen: “de Burundese koffieboeren, Burundese ondersteunende organisaties, extra financiering, afdekking van het politieke risico door een verzekering via de Koning Boudewijn Stichting en technische ondersteuning door o.a. Broederlijk Delen”. 

Burundi, koffie, COCOCA

 

De voorgeschiedenis

Jarenlang had de staat de koffiesector in Burundi in handen. Koffieboeren produceerden koffiebessen. De staat kocht die op, deed de verwerking en de verkoop. Die staatsfuncties werden geprivatiseerd.

Vanaf het einde van de jaren '90 bekeken koffieboeren hoe ze zelf meer greep konden krijgen op de koffiesector. Broederlijk Delen en de lokale ngo Inades speelden een cruciale katalyserende rol in de oprichting van CNAC, de confederatie van Burundese koffieboeren. Die confederatie heeft de privatisering kunnen bijsturen, zodat ook de koffieboeren zelf op hun niveau konden investeren in de koffiesector.

Een aantal koffiecoöperaties kochten wasstations op; die vormen de eerste stap in de verwerking van koffiebessen. De unie COCOCA verenigde deze coöperaties met eigen wasstations. COCOCA werkte aan verbetering van kwaliteit en kwantiteit en onderhandelde betere prijzen voor de koffie.

De laatste stap van de verwerking - ‘het ontvliezen van de koffie’ - wordt normaal gezien uitbesteed aan derden. Maar door de samenwerking met Kampani, de Koning Boudewijnstichting, het Nederlandse ICCO Agribusiness Booster en Broederlijk Delen, slaagde COCOCA er nu in om ook die schakel in de koffieketen in eigen beheer te krijgen.

Horamama koffieverwerkingsfabriek

27 lidcoöperaties van COCOCA richtten daarvoor Horamama Coffee Dry Mill op. Ernest Ndamuraro (CEO van COCOCA) benadrukt: “De fabriek is nu volledig in handen van de koffieboeren”. Wouter Vandersypen van Kampani vult aan: “Voor ons als sociaal investeringsfonds is het precies dat wat ons drijft: een duurzame versterking van de familiale landbouw. Daardoor wordt het hoge investeringsrisico aanvaardbaar.”

De fabriek kan vijf ton koffie per uur verwerken, ongeveer een zesde van de totale verwerkingscapaciteit in het land. Daarmee kan ze de hele productie van de betrokken coöperaties verwerken en op termijn nog eens een vergelijkbaar volume van derden. In 2016 werd er meer dan 1100 ton verwerkt, waarvan ongeveer 15% van derden.

De volgende stap voor de coöperatie is fairtradecertificering.