Het backfire effect

“Het is een ingewikkelde kwestie. Je kan er van buitenaf niet over oordelen.” Dit is een van de replieken die vaak vallen als je met Israëli’s over het conflict spreekt. Wanneer ze met onbekende feiten worden geconfronteerd, trekken veel Israëli’s (zoals alle volkeren ter wereld) een soort van pantser op om hun waarheden niet in vraag te moeten stellen.

Elke mens worstelt met dit fenomeen, door de psycholoog David McRaney omschreven als het ‘backfire effect’. Wanneer we met tegenstrijdige bewijzen worden geconfronteerd, stellen we onze overtuigingen meestal niet bij, maar versterken we die eerder. Mensen gaan op zoek naar informatie die strookt met hun visie en zijn hiervoor bereid rare kronkels in hun hoofd te maken.

Alternatieve feiten

Zoals in het tijdperk van ‘alternatieve feiten’ pijnlijk duidelijk is, zijn cijfers en data vaak van ondergeschikt belang en druisen de overtuigingen van mensen al eens in tegen hun belangen. Cognitieve dissonantie wordt tegengegaan door een halsstarrig vasthouden aan het eigen gelijk en een negeren van de realiteit.

We moeten maar een praatje slaan over de actualiteit op café of onze eigen discussiehouding onder de loep nemen om in te zien dat feiten niet volstaan om mensen te overtuigen. Ook de ontkenning van onweerlegbare feiten is een mechanisme dat in alle conflicten voorkomt. Waarom zouden Israëli’s verschillen van pakweg Britten of Saoedi’s?

Negatieve evolutie

Toch is er onloochenbaar een negatieve evolutie. Ten eerste ontkenden de meeste Israëli’s de bezetting vroeger niet. Zo haalde wijlen Ariël Sharon, geen vredesduif, in de context van de terugtrekking uit Gaza in 2004 het woord ‘bezetting’ geregeld aan. In een recente peiling vond 54 percent van de ondervraagden dat Israëls controle over de Westoever niet omschreven kan worden als een bezetting.

Ten tweede is er steeds minder ruimte om de bezetting in vraag te stellen. Mensenrechtenorganisaties worden in toenemende mate uitgespuwd als vijanden van de staat. Ooit was dit anders en waren de bezetting en de ‘Nakba’ (de gedwongen exodus van 750.000 Palestijnen uit wat Israël zou worden) geen taboe.

Ook erkenden Israëlische politici, in tegenstelling tot de huidige generatie, dat ze niet louter slachtoffers waren. Natuurlijk was de Palestijnen onrecht aangedaan, maar ‘Ein Brera’ klonk het: er was geen keuze.

Geen empathie

Vandaag is de erkenning van het leed van de Ander, laat staan empathie voor Palestijnse slachtoffers van huisvernielingen, militaire operaties en arbitraire detentie, vrijwel uit den boze. Israël ziet zichzelf voornamelijk als een slachtoffer: van de Palestijnen, Iran en de Boycot-Divestment-Sancties beweging.

De hysterie over de BDS-beweging, die hoog op de lijst van vijanden van de staat prijkt, illustreert dit treffend. De Israëlische autoriteiten schreeuwen moord en brand over de vermeende delegitimering van Israël en vaardigden recent zelfs een wet uit die

BDS-sympathisanten de toegang tot het land ontzegt. Wat je ook denkt over deze beweging, het valt niet te ontkennen dat ze geweldloos is en zich beroept op het recht van vrije meningsuiting. Het lijkt er sterk op dat Israël met deze heksenjacht de aandacht afleidt van zijn schendingen van het internationaal recht.

Internationale passiviteit

Israëlisch schrijver Nir Baram meent dat het grootste succes van rechts in Israël is dat het erin slaagde de bezetting als een succes te verkopen. “Toen ik een kind was dachten we dat de bezetting gevolgen zou hebben voor onze internationale standing. Maar die gevolgen bleven uit.” Waarom zou Israël zijn gedrag aanpassen als het net zo goed de bezetting onzichtbaar kan maken?

Het backfire effect wordt versterkt door de internationale passiviteit en het uitblijven van een prijs voor de bezetting. Kunnen we het enkel Israël kwalijk nemen?

 

Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen-Pax Christi - verschenen in De Standaard Avond op 7 juni 2017