Er is altijd verzet geweest in de Arabische landen, net als in alle politiestaten en dictaturen in de wereld. Verzet hoort nu eenmaal bij het leven.

Protestbewegingen deden het Midden-Oosten en Noord-Afrika vanaf 2011 op hun grondvesten daveren, maar de opstanden bleken een slag in het water. De internationale stabiliteit is ontwricht, miljoenen burgers werden ontheemd en gewelddadige jihadistische demonen verspreidden zich als een olievlek in de regio. Er ontpopte zich een nog wredere orde die haaks stond op de verzuchtingen van de protesterende burgers.

Burgers zijn het slachtoffer van ongebreideld geweld

Sinds de Arabische protesten zijn neergeslagen, zijn burgers in toenemende mate het slachtoffer van ongebreideld geweld, denk maar aan de bombardementen op scholen en ziekenhuizen door het Assad-regime in Syrië en door Saudi-Arabië in Jemen of de terreur van IS in onder meer Mosul en Raqqa.

In discussies hierover luidt de conclusie vaak dat rebelleren voor meer vrijheid in die regio alleen tot vernieling leidt. Trouwens, klinkt het vaak, in een verlichte dictatuur zoals Singapore komen mensen toch ook niet op straat om meer vrijheid te eisen? Een ander, moeilijk te weerleggen argument is dat er geen alternatief is voor de dictatoriale regimes aangezien de oppositie zo zwak is. "Wie moet in Assads plaats treden? Onder Khadaffi was er tenminste welvaart in Libië."

"Een revolutie is geen pijnloze tocht"

Dit maakt me opstandig, doordesemd als ik ben door gesprekken met mensenrechtenactivisten en de invloed van boeken zoals de Goelag Archipel (Alexander Solzjenitsyn), De tijd van de vlinders (Julia Alvarez) of De terugkeer (Hisham Matar).

De vader van Matar was een Libische dissident die spoorloos verdween in de kerkers van Khadaffi. Het thema van onderdrukking en het verlangen naar vrijheid komt terug in al Matars geschriften. "Dromen hebben gevolgen. Er is geen weg terug. Een revolutie is geen pijnloze tocht door de poorten van vrijheid en rechtvaardigheid. Het is een gevecht tussen woede en hoop, tussen de verleiding om te vernielen en het verlangen om te bouwen."

Er is ook altijd verzet geweest in de Arabische landen, net als in alle politiestaten en dictaturen in de wereld. Zo pleitte de Syrische intellectueel Sadiq Jalal al-Azm onmiddellijk na de nederlaag van de Arabische landen in de Zesdaagse Oorlog in 1967 voor doorgedreven zelfkritiek, hekelde hij het Arabische nationalisme en stelde hij verregaande politieke hervormingen voor.

Verzet hoort bij het leven

Het kritische debat na 1967 werd vooral geleid door progressieven en islamisten, ook al werden beide stromingen genadeloos onderdrukt door de militaire regimes. Dit verhinderde niet dat dissidenten zich bleven verzetten, veelal ondergronds.

Verzet hoort nu eenmaal bij het leven. Zoals Albert Camus treffend schreef in De mens in opstand, is rebellie ook niet per se negatief. Een rebel zet zich af, maar zijn weigering houdt niet zozeer een verwerping in als wel een bevestiging, een erkenning van de waarden die hij wil verdedigen.

"Bewustzijn, hoe verwarrend ook, ontstaat uit elke daad van verzet: de plotselinge, verblindende gewaarwording dat er iets huist in een mens waarmee hij zich kan identificeren."

Dit soort van bevrijding kan mensen niet ontzegd worden. Hoop en dromen laten zich niet neerslaan, omdat ze niet realistisch zijn.

 

Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen-Pax Christi - verschenen in De Standaard Avond op 9 juni 2017