Exact 50 jaar geleden vochten Israël en de Arabische buurlanden een bittere oorlog uit. Op zes dagen tijd versloeg het Israëlische leger de Arabische legers en bezette het de Palestijnse gebieden, de Sinaïwoestijn en de Golanhoogte. Na de doodsangst voor de vernieling van de staat regeerde de euforie in Israël.

De jonge staat boekte aanzienlijke territoriale winst en had de mogelijkheid om het grondgebied van ‘Eretz Israel’, het Bijbelse Israël, te herenigen nu het de controle over de Westoever, Oost-Jeruzalem en de Gazastrook had verworven.

Een onontwarbaar kluwen

Niet iedereen in Israël liet zich meeslepen door de roes van de overwinning. De legendarische hoogleraar Yeshayahu Leibowitz waarschuwde dat de zesdaagse strijd tegen de Arabische legers niet het moeilijke werk was. Volgens hem startte pas op de zevende dag het echte werk.

Wat moest Israël doen met het nieuw veroverde gebied: opgeven of houden? Het koos ervoor het land te houden (met uitzondering van de Sinaïwoestijn) en startte een langdurige militaire bezetting van de Palestijnse gebieden en de Golanhoogte.

Hiermee werd een andere vrees van Leibowitz bewaarheid: de bezetting zou de kanker van Israël worden. Maar net als Cassandra tijdens de Trojaanse oorlog, luisterden de machthebbers niet naar onheilspellende voorspellingen. Vandaag wordt Leibowitz vaak aangehaald in progressieve Israëlische kringen. Hoe kon hij toen zo helder voorzien wat een onontwarbaar kluwen de bezetting zou worden ?

Catch 22

Welk standpunt je ook inneemt over het conflict: pro-Israëlisch, pro-Palestijns, pro-vrede of onbeslist, je kan niet ontkennen dat Israël zich in een catch 22 bevindt. Ofwel houdt het de bezetting aan, ofwel annexeert het de Westoever. Maar wat met de Palestijnse inwoners? Die verdwijnen niet zomaar. En zolang zij geen gelijke rechten krijgen, blijft onderdrukking de enige optie.

De onverzettelijke koers van de huidige Israëlische regering, waarvan de meerderheid van de ministers tegen een Palestijnse staat is, brengt het land steeds dichter bij de afgrond.

Afgrond? Israël heeft het zesde machtigste leger ter wereld, zijn expertise in contraterreur wordt wereldwijd ingeroepen, het staat economisch sterk als start-up nation en OESO-lid en maakt deel uit van alle mogelijke politieke, militaire en culturele samenwerkingsakkoorden. Kortom, het betaalt nauwelijks een prijs voor de bezetting.

Sport wordt politiek

De saga binnen de FIFA illustreert perfect hoe Israël erin slaagt van twee walletjes te eten. Vijf clubs van de nederzettingen maken deel uit van de Israëlische voetbalbond, een schending van de regels van de FIFA die stellen dat enkel clubs van je eigen grondgebied mogen aangesloten zijn bij je nationale bond.

Toch legt Israël het debat in de FIFA al maandenlang lam en verhindert het de uitsluiting van de nederzettingenclubs. Premier Netanyhu betreurt ‘dat sport wordt gepolitiseerd’.

Een bezetting die twee volkeren gijzelt

Met dit soort manoeuvres duwt de Israëlische regering haar visie internationaal door dat de nederzettingen een deel zijn van Israël. Maar tegen welke prijs? De bezetting en de schendingen van het internationaal recht stoppen niet aan de grens, maar hollen ook Israëls normen en waarden steeds verder uit.

Vandaag verkeren veel Israëlische burgers in de illusie dat vrede geen noodzaak is, dat de status quo leefbaar is. Zij voelen de wurggreep van de bezetting niet. Maar wat als die steeds strakker wordt aangehaald? De prijs voor vrede is hoog, maar valt in het niet vergeleken bij de prijs van een bezetting die twee volkeren gijzelt.

 

Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen - Pax Christi Vlaanderen - deze column verscheen in De Standaard Avond (6 juni 2017)