De Israëlische autoriteiten maken zich klaar om het bedoeïenendorpje Khan al-Ahmar met de grond gelijk te maken. Khan al-Ahmar is een van de 46 bedoeïenengemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever. Het dorp ligt in zone C, waar Israël volledige militaire en civiele controle heeft. Het dorp moet plaats ruimen voor de uitbreiding van enkele strategisch gelegen nederzettingen. 

1. Wat is de Israëlische positie?

Onder Israëlische wetgeving is Khan al-Ahmar illegaal. Nadat ze in de jaren vijftig verdreven werden uit het zuiden van wat nu Israël is en enkele decennia lang rondtrokken op de Westoever, vestigden leden van de Jahilin-stam zich daar in de jaren zeventig. De permanente structuren, zoals onder meer de befaamde school uit autobanden en leem, werden opgetrokken zonder bouwvergunning. Israël zegt dat het daarom het recht heeft om de structuren te vernietigen. Maar bouwvergunningen zijn zo goed als onmogelijk te verkrijgen voor de Palestijnse gemeenschappen in zone C.

2. Waar moeten de inwoners naartoe?

Zowel in Israël zelf als op de Westoever oordeelt Israël dat het de bedoeïenen een beter en moderner bestaan gunt door hen te verplaatsen naar andere, vaak verstedelijkte gebieden. In het geval van Khan al-Ahmar wezen de autoriteiten hen een site toe nabij Abu Dis, tussen een autokerkhof en een vuilnisbelt. De site is geen gezonde leefomgeving en biedt geen volwaardig alternatief voor de traditionele levenswijze van de herdersstammen.

3. Wat zegt het internationaal recht?

Gedwongen verplaatsing van personen in bezet gebied is een schending van de Vierde Conventie van Genève. Het kan zelfs beschouwd worden als een oorlogsmisdaad zoals beschreven in het statuut van het Internationaal Strafhof. Dat bevestigden ook ministers Reynders en De Croo in een persbericht. "Het zou een grove schending betekenen van de internationale verplichtingen die Israël als bezettende macht heeft volgens het internationale humanitaire recht," klonk het.

4. Waarom wil Israël Khan al-Ahmar zien verdwijnen?

Khan al-Ahmar ligt in de strategische E-1 zone, tussen Jeruzalem en het grote Israëlische nederzettingenblok Ma’aleh Adumim. Het  E-1 plan voorziet in de bouw van nieuwe nederzettingen die de twee steden met elkaar zouden verbinden. De kolonistenbeweging hoopt zo een corridor te creëren tussen Jeruzalem en Ma’aleh Adumim. Een groot deel van de regeringscoalitie steunt hun plan en hoopt de strategische E-1 zone te annexeren. De 18 bedoeïenengemeenschappen in de E-1 zone vormen een laatste obstakel voor de creatie van een ‘Groter Jeruzalem’.

5. Waarom hecht de publieke opinie zoveel waarde aan dit dossier?

De vernieling van Khan al-Ahmar heeft een hoge symbolische waarde. Als het dorp vernield wordt, ligt de weg naar het E-1 plan open. Als dit plan wordt uitgevoerd, zou de Westoever horizontaal in twee enclaves worden verdeeld. Op die manier maakt het de oprichting van een territoriaal eengemaakte Palestijnse staat met Oost-Jerusalem als hoofdstad onmogelijk. De vernieling van Khan al-Ahmar wordt daarom gezien als de zoveelste doodsteek voor de tweestatenoplossing.

6. Wat zegt het Israëlisch Hooggerechtshof? 

Na een jarenlange juridische strijd tussen de bedoeïenen en inwoners van de nabijgelegen nederzettingen sprak het Israëlisch Hooggerechtshof zich in mei definitief uit over het lot van Khan al-Ahmar. Het Hof oordeelde dat de staat het dorp volledig mag vernielen, en dit zonder een concrete datum mee te delen. Toen Israël in het verleden inwoners van een aantal fel bestreden Israëlische buitenposten in Palestijns gebied uitzette, was het Hof nochtans van oordeel dat het de buitenpost slechts op een op voorhand vastgelegd moment mocht vernielen.

7. Wat staat er nu te gebeuren?

Vorige woensdag arriveerden de Israëlische bulldozers in Khan al-Ahmar. Confrontaties braken onmiddellijk uit. De EU en enkele lidstaten spraken zich sterk uit tegen de op til zijnde vernieling. Een groep diplomaten, waaronder ook Belgische, zakte af naar het dorp. Het leger ontzegde hen de toegang tot de lagere school die met Europese financiering gebouwd werd.

Op donderdag dienden de inwoners van het dorp opnieuw een beroep in bij het Hooggerechtshof. Volgens hen onderzochten de Israëlische autoriteiten de eerder ingediende legalisatievoorstellen niet ten gronde. In theorie kan Israël structuren gebouwd zonder vergunning retroactief legaliseren. Dat doet het regelmatig met Israëlische buitenposten. De kans dat het dit ook zal doen met Khan al-Ahmar, is echter klein. Het Hof schortte de vernieling van Khan al-Ahmar op tot de staat officieel op de voorstellen reageert. De staat heeft tot 11 juli de tijd om dat te doen. Daarna kan het Hof ervoor kiezen om het beroep in beraad te nemen of om het te verwerpen. In het geval van verwerping, geeft het opnieuw groen licht voor vernieling.