‘Onze rijkdom is een vloek!’
(19-05-2008)Partnerorganisaties van Broederlijk Delen en Cidse roepen de Europese en Latijns-Amerikaanse regeringsleiders op voor een duurzamer ontwikkelingsmodel
Lima, 19 mei 2008 – ‘Onze rijkdom is onze vloek, want ze is de voornaamste oorzaak van onze armoede’, zegt men in Latijns-Amerika. Achter de miljoenen dollars die de natuurlijke rijkdommen van het continent opbrengen, verschuilen zich vaak gedwongen verhuizingen, conflicten, armoede, gezondheidsproblemen en milieuverloedering. Dit zijn enkele van de conclusies van een seminarie rond extractieve industrieën. Deze evenement werd georganiseerd door Cidse, het internationale katholieke netwerk van organisaties met een vastenactie, in de marge van de alternatieve top Enlazando Alternativas in Lima (Peru).
Op 16 en 17 mei kwamen de regeringsleiders van Latijns-Amerika, de Caraïben en de Europese Unie samen te Lima, Peru. Hun doel was om het strategische partnerschap tussen deze regio’s te versterken en de commerciële uitwisseling te bevorderen. De economische en sociale ongelijkheid en de milieuproblemen stonden weliswaar ook op de agenda, maar de sociale bewegingen en andere organisaties van de civiele maatschappij van Latijns-Amerika en Europa zien een groot gebrek aan concrete maatregelen tegen de armoede en de uitsluiting. Ze wijzen ook op het gebrek aan echte wil om de natuurlijke rijkdommen op een duurzame wijze en met respect voor het milieu uit te baten. Volgens de civiele maatschappij staan de onderhandelingen over de economische akkoorden tussen de regio’s centraal en dreigen die, doordat een sociale dimensie ontbreekt, de ongelijkheid nog te versterken.
Rekening houden met wat er op het terrein gebeurt … een broodnodige uitdaging
Kort voor de officiële top tussen Europa en Latijns-Amerika bracht Cidse, waar Broederlijk Delen lid van is, dertien partnerorganisaties samen rond het thema ‘armoede en extractieve industrieën’. Het evenement begon met een bezoek aan het metalurgische complex La Oroya, gelegen op 4.000 meter hoogte in de centrale Andes van Peru. Elk jaar strijkt het Amerikaanse bedrijf Doe Run 470 miljoen dollar op uit de ontginning van koper, lood, zink en andere metalen van La Oroya. Maar tegelijk behoort deze mijnsite tot de vijf meest vervuilde steden ter wereld en tonen milieu- en gezondheidsstudies het andere gelaat van het ‘Peruaanse economische mirakel’. De exploitatie en verwerking van de metalen verontreinigt de lucht, de grond en het water. Volgens het Noord-Amerikaanse Center for Disease Control (CDC) is het loodgehalte in het bloed van de plaatselijke bevolking vele malen hoger dan de toegelaten waardes. Wie is hiervoor verantwoordelijk? Het Noord-Amerikaanse mijnbedrijf, dat de milieunormen die in het Noorden gelden niet hanteert? De Peruaanse regering, die geen sluitende milieunormen oplegt? Hoe kan voorkomen worden dat de economische rijkdom van een kleine elite het welzijn en de gezondheid van een hele bevolking op het spel zet?
Het geval van La Oroya is jammer genoeg geen geïsoleerd verschijnsel in Latijns-Amerika. Ook tal van Europese bedrijven investeren in de winstgevende exploitatie van de natuurlijke rijkdommen in het continent, met dezelfde desastreuze gevolgen voor mens en milieu. Dit werd duidelijk tijdens het driedaagse partnerseminarie waarop dertien partnerorganisaties uit Bolivia, Colombia, Peru, Ecuador, Honduras en Guatemala bijeenkwamen om te overleggen over hun problemen en de strategieën om die het hoofd te bieden. Twaalf concrete milieuconflicten werden besproken, die de partnerorganisaties gesystematiseerd hadden. Zo volgt CERDET in Bolivia al jarenlang de onderhandelingen tussen het Spaanse REPSOL, een van de grootste petroleummaatschappijen, en de inheemse groepen wiens grondgebied ongevraagd binnengedrongen is. In Ecuador werd door Acción Ecológica de samenwerking tussen het veiligheidsapparaat van de overheid en de Franse petroleummaatschappij Perenco aangetoond. Mensenrechtenactivisten die de lokale bevolking ondersteunen in hun eisen om de milieuschade te herstellen, werden opgepakt en bedreigd met een militair strafproces. Het Hondurese mijnbedrijf Entre Mares is een dochterbedrijf van het Amerikaanse Glamis Gold Limited, waar de Deutsche Bank aandeelhouder van is. De goudmijn Yanacocha in Peru wordt geëxploiteerd door het Canadese Newmont Gold Company, waar de Engelse Barclays Bank aandeelhouder van is. Voor de ontginning van goud zijn niet alleen gigantische hoeveelheden water nodig, maar wordt ook op grote schaal gebruikgemaakt van het giftige cyanide. Dit zijn maar enkele voorbeelden die de keerzijde van de miljoeneninvesteringen van de extractieve industrieën tonen. Een deprimerende realiteit: ontheemde gemeenschappen, conflicten, armoede, gezondheidsproblemen en milieuverloedering.
De partnerorganisaties van Broederlijk Delen en Cidse toonden echter ook aan hoe ze samen met lokale basisorganisaties, mensenrechtencomités en ondersteunende ngo’s het hoofd proberen te bieden aan een ontwikkelingsmodel dat hoofdzakelijk gericht is op het accumuleren van rijkdom. Voor Manuel Najera van de organisatie SERJUS, die juridische en sociale ondersteuning geeft aan gemeenschappen in Guatemala, bood dit seminarie de kans om de ervaringen in eigen land te vergelijken met gelijksoortige uit andere landen van Latijns-Amerika: ‘Dit zal ons toelaten om de participatie en bewustmaking van onze doelgroep te versterken: de inheemse gemeenschappen die leven van de opbrengst van het land en wiens bron van leven in gevaar wordt gebracht door de ongecontroleerde exploitatie van hun natuurlijke rijkdommen.’ Volgens Manuel moet deze uitdaging doorgetrokken worden naar het mondiale niveau. Deze ontmoeting heeft aangetoond dat mensenrechtenorganisaties in Noord en Zuid de handen in elkaar moeten slaan: ‘Weten dat we kunnen rekenen op internationale aandacht voor onze problemen is een enorme bron van hoop voor de lokale gemeenschappen.’
De deelnemers aan deze ontmoeting hebben zich de volgende vragen gesteld: welke mogelijkheden voor gemeenschappelijke actie hebben we tegenover het dominante model van extractieve industrieën en energieproductie? Welke politieke strategieën moeten we ontwikkelen zodat duizenden Latijns-Amerikaanse inheemsen en boeren niet ten onder gaan aan de negatieve effecten en op soevereine basis kunnen beslissen welk ontwikkelingsmodel hun het beste uitkomt?
Gebruikmakend van de interesse rond de officiële regeringstop van Europese en Latijns-Amerikaanse staatshoofden, hebben Cidse en de partnerorganisaties het woord genomen tijdens Enlazando Alternativas, een alternatieve bijeenkomst van de sociale bewegingen uit Latijns-Amerika en Europa. ‘De Latijns-Amerikaanse bevolking is een verweesde bevolking’, zegt Pedro Landa van Caritas Honduras. ‘Van Guatemala tot Honduras, van Colombia tot Peru, van Ecuador tot Bolivia zijn we tot dezelfde vaststelling gekomen. In onze landen zijn het de multinationale bedrijven en niet de staat die over het lot van onze bevolking beslissen. In ons dagelijkse werk moeten we het hoofd bieden aan een veralgemeende corruptie en de straffeloosheid waarbinnen de bedrijven opereren. Gelukkig heeft deze bijeenkomst ons ook toegelaten te zien dat er overal een wil is, en een kracht van de basisgemeenschappen om zich te verenigen om hiertegen in te gaan en de zaken te veranderen.’
Voor Broederlijk Delen en Cidse is het duidelijk dat de natuurlijke rijkdommen van een land gebruikt moeten worden in het belang van de bevolking. Hiervoor moet een duidelijk beleid uitgestippeld worden en moeten er wettelijke kaders zijn die de effectieve controle van de uitbating van de natuurlijke rijkdommen mogelijk maken. De ondernemingen moeten verantwoording afleggen, gelijk waar ze opereren. Aan elke vorm van extractieve industrie moet een consultatieproces met de lokale bevolking voorafgaan, die haar vrije en geïnformeerde toestemming moet geven. De meeste consultatieprocessen die tijdens het partnerseminarie onder de loep werden genomen, tonen een andere realiteit: de consultaties worden gemanipuleerd door de bedrijven, of als het antwoord van de bevolking negatief uitdraait, wordt het consultatieproces gedelegitimeerd of zelfs gecriminaliseerd. Zo werd in maart jongstleden een volksraadpleging georganiseerd in het departement Piura, in het noorden van Peru. Hiervoor baseerden de lokale leiders uit de streek zich op de Conventie 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), die het respect voor de sociale, economische en culturele rechten van de inheemse bevolking wil bevorderen, waaronder het recht om volksraadplegingen te houden. Meer dan de helft van de bevolking sprak zich expliciet uit tegen de geplande mijnontginning. De Peruaanse regering en het mijnbedrijf Río Blanco Copper gaven prompt een repressief antwoord. De lokale leiders en milieuactivisten werden beschuldigd van terrorisme. In de plaats van deze criminalisering van de sociale bewegingen moet er een dialoog komen met de betrokken bevolking, die steunt op duidelijke, volledige en transparante informatie. Dit is de verantwoordelijkheid van de staat, die zowel in het Zuiden als in Europa dient op te komen voor de belangen van haar bevolking.
foto homepage: JC Gerez

