Wim Schalenbourg geinterviewd: waarom Broederlijk Delen?
(12-10-2010 - Het Nieuwsblad op Zondag)
Nooit was de wereld zo verdeeld. Nooit lag arm zo ver van rijk. Wat de politiek nalaat te doen, wordt gelukkig opgevangen door actiegroepen die tegen honger en armoede strijden. Die initiatieven worden bevolkt door mensen zoals Wim Schalenbourg. 'Het is dit of medeplichtig zijn aan een wereld die mensen uitsluit en laat verhongeren.'
Als kind was Wim Schalenbourg (30) zeer geïnteresseerd in verre landen en andere culturen. Gaandeweg stelde hij zich een heleboel vragen over de kloof tussen arm en rijk in de wereld, de ongelijkheid tussen het rijke Westen en de andere landen en het geïnstitutionaliseerde onrecht. Alsof honger, armoede en uitsluiting een doodnormale zaak was én bleef.
'Wat mij vooral tegen de borst stuitte, was dat kinderen op amper enkele duizenden kilometers hiervandaan van de honger doodgingen. Vooral de onverschilligheid viel me op. Mensen hadden snel het gevoel dat je de wereld niet kon veranderen, dat alles bij het oude bleef, dat hulp geen zoden aan de dijk bracht. Die houding vond ik hallucinant. Als tiener stoorde mij dat enorm. Ik vond het systeem waarin wij leefden, fundamenteel onrechtvaardig en daar wou ik me niet bij neerleggen. Een maatschappij die overwegend gedreven wordt door materiële hebzucht, oeverloos consumeren, een obsessie voor economische groei en daarbij de armoede vergroot en de natuur verwoest, is geen goede, maar een zieke maatschappij.'
Tegen de stroom in
Wim informeerde zich over de wortels van die kloof tussen Noorden en Zuiden en ging op zijn zestiende als vrijwilliger aan de slag in de Oxfamwereldwinkel in Hasselt. 'In mijn directe omgeving reageerde men niet zo begripvol', zegt Wim. 'Ik had het idee dat ik met mijn vragen alleen stond. Dus zocht ik aansluiting bij mensen die zich wél engageerden en kritisch tegen de stroom in gingen. Te vaak hoorde ik dat de politiek en de vrije markt wel zouden zorgen voor een betere wereld, zonder armoede en zonder de natuur te vernietigen. Daar krijg ik het nog steeds van op mijn heupen. Door mijn inzet in de wereldwinkel heb ik mijn kijk op de wereld enorm kunnen verbreden. Na mijn humaniora vatte ik heel bewust de studies van bio-ingenieur aan in Leuven, om met deze problematiek bezig te blijven. Tijdens mijn opleiding deed ik stages in Togo en Mexico, en vrijwilligerswerk in Indonesië en Rwanda. Ter plaatse leerde ik de landbouwsystemen en culturen van binnenuit kennen door samen te leven en te werken met de lokale boeren. Zij hebben zelf verrassend creatieve ideeën en visies op oplossingen voor de honger en de ellende. Wetenschappelijk onderzoek in België zinde mij niet, mijn ambitie was om concreter werk te verrichten tegen onrecht en armoede, ter plaatse tussen en voor de mensen. Na mijn universitaire studies zag ik een vacature van Broederlijk Delen en heb ik de organisatie aangeschreven.'
Niet oubollig
België telt tientallen organisaties, projecten en actie- en belangengroepen die zich inzetten voor ontwikkelingshulp, ageren tegen armoede en strijden tegen onrecht. Vraag is waarom Wim juist koos voor Broederlijk Delen. 'Ik geloofde in Broederlijk Delen', antwoordt Wim. 'Ik weet dat Broederlijk Delen voor velen een oubollig imago heeft, maar dat klopt niet met de realiteit. In de organisatie zitten ontzettend veel jonge geëngageerde mensen die het goed voorhebben met deze wereld. Broederlijk Delen heeft ook een zeer sterke visie. Onze organisatie laat groepen mensen in het Zuiden hun eigen plannen - niet de onze - uitvoeren in hun strijd tegen armoede en onrecht. Vele ontwikkelingsprojecten leggen de nadruk op het geven van materiële hulp en het bouwen van infrastructuur, maar bij Broederlijk Delen staan de mensen centraal. Met onze steun kunnen mensen zich organiseren en hun ontwikkeling in eigen handen nemen. We versterken arme gemeenschappen in het Zuiden, zodat ze zelf kunnen opkomen voor hun rechten en zelf een waardig leven kunnen opbouwen. Dat is de kern van de zaak. De armen nemen zelf het initiatief en beslissen zelf welke problemen ze het eerst willen aanpakken. Broederlijk Delen ondersteunt al die acties door de uitwisseling van ervaring, kennis en financiële tussenkomsten. Deze manier van werken is mijns inziens de beste in de strijd tegen de armoede.'
Het was vooral de niet-paternalistische aanpak van Broederlijk delen die Wim aantrok. Als ontwikkelingswerker werd hij door de organisatie uitgezonden naar Haïti en Burkina Faso. Niet zonder gevaar, zo blijkt. 'Het was de bedoeling om in Haïti twee jaar te werken aan het verdedigen van de belangen van de arme plattelandsbevolking.
Zo werkten we bijvoorbeeld rond rijst, het belangrijkste voedingsproduct. Haïti zou perfect kunnen instaan voor de eigen rijstproductie en daarmee het hele land bevoorraden. Maar wat deed de overheid? Het sloot een contract om goedkopere rijst in te voeren uit de Verenigde Staten. Wat was het gevolg? De hele rijstproductie zakte in elkaar en radeloze boeren trokken naar de sloppenwijken van de hoofdstad. We sensibiliseerden de plattelandsbevolking om de aanpak van de overheid aan te klagen. Dag na dag. Maar al na vijf maanden moest ik uit veiligheidsredenen naar België terugkeren. In 2005 was er veel geweld in Haïti, de toenmalige president Aristide was het land uitgezet, er heerste chaos in de straten van Port-au-Prince en de bevolking werd geterroriseerd. Op een dag was ik op het verkeerde moment op een verkeerde plaats en werd ik ontvoerd door een gewapende bende. Ik heb zeer veel geluk gehad, want toen de bendeleden mij in een huisje in een sloppenwijk wilden opsluiten, werd ik opgemerkt door enkele buren. Doordat zij de politie inlichtten, werd ik met veel geweld bevrijd. De dagen nadien kreeg ik doodsbedreigingen. Het was dus aangewezen om naar België terug te keren.'
Na enkele weken uitblazen borrelde het engagement weer op en vertrok Wim naar Burkina Faso. In dat Afrikaanse land verbleef hij twee jaar. 'Ik werkte er voor een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, die bezig is met water op het platteland. Burkina Faso ligt aan de rand van de Sahara en is een zeer droog land. Mensen in de dorpen moeten soms uren lopen voor een emmer water. Onze aanpak bestond erin om geen nieuwe pompen te plaatsen of nieuwe waterputten te graven, maar om de plaatselijke bevolking te organiseren en op te leiden zodat ze bestaande putten en pompen kunnen beheren en herstellen. Hierdoor hebben mensen niet alleen betere toegang tot drinkwater, maar staan ze ook sterker als groep omdat ze zelf hun waterbronnen beheren. Dat maakt hen zelfverzekerder, sterker, weerbaarder en minder afhankelijk. En daar is het om te doen.'
Wim verbleef 48 maanden in Burkina Faso en kwam welgeteld één maand naar het thuisfront. 'Dat lijkt lang, maar door het internet, de telefoon en Skype was de afstand en de duur van mijn verblijf draaglijk. Van heimwee was geen sprake en bovendien voelde ik diep vanbinnen dat ik dit moest doen.'
Noodzakelijk informeren
Wim heeft als ontwikkelingswerker lokaal enkele boeiende projecten versterkt en werkt nu sinds enkele maanden vanuit het hoofdkwartier van Broederlijk Delen in Brussel. 'Ik wil nu een paar jaar in België werken om terug voeling te krijgen met wat hier leeft', reageert Wim. Ik heb lang met beide voeten in de modder tussen de boeren gestaan in ontwikkelingslanden en met die ervaring kan ik nu nuttige strategieën uitdokteren. Ik coördineer momenteel programma's en activiteiten voor drie landen: Rwanda, Burundi en Kameroen. Maar over enkele jaren wil ik terug aan de basis in hulpbehoevende landen werken.'
Consumptiedrift
Ik vraag Wim wat hij denkt van de oprukkende gewenning over armoede en leed op aarde. 'De wereld is enorm complex', reageert Wim. 'En ook ontwikkelingswerk is enorm complex. Vaak hebben mensen het gevoel dat, hoeveel ze ook doneren, de wereld niet vooruitgaat. Volgens mij is er een mentaliteitsverandering nodig. De manier waarop we met zijn allen naar het leven kijken, zit heel fout. Ons maatschappijmodel met de heilige consumptiedrift leidt tot het verval van deze planeet. Daar kunnen we toch niet naast kijken? Weet je, het gaat niet om miljarden dollars doneren, maar om puur politieke wil. Als je weet wat er allemaal mogelijk is met alle technologie en wetenschappelijke ontwikkelingen die er voorhanden zijn, dan word ik boos dat er zo weinig gedaan wordt voor de miljarden armen die het echt nodig hebben. Elke vijf minuten sterft een kind van de honger. Ruim één miljard mensen in de wereld lijden honger. Als je weet dat er mondiaal voldoende voedsel voorhanden is, kan dat je niet onberoerd laten. Er klopt iets niet. De politieke en economische machthebbers grijpen niet in en laten maar betijen. Dat is hemeltergend. Daar kunnen we het niet bij laten en daarom zijn organisaties als Broederlijk Delen zeer noodzakelijk.'
© Het Nieuwsblad op Zondag.
Luk Alloo praat met Wim Schalenbourg over armoede in de wereld. 10-10-2010, p.42

