Werken in de Grote Meren-regio

(23-02-2009)

Ik (Lut) ben ondertussen goed gerodeerd in mijn nieuwe job. Ik help kleine organisaties om hun spaar-en krediet programma’s op punt te zetten. Wat houdt dat in?
De leden van de organisaties met wie Broederlijk Delen werkt, en dat zijn hoofdzakelijk kleinschalige boeren en boerinnen, hebben vaak behoefte aan krediet om het zaaien voor te financieren, of een kleine investering te doen. Maar ze hebben meestal geen toegang tot een gewone kredietinstelling ofwel omdat die geen krediet verlenen voor landbouwactiviteiten (te riskant door de afhankelijkheid van het weer!) ofwel omdat ze niet voldoende goederen in onderpand kunnen geven (omdat ze die niet hebben), of omdat er in hun afgelegen streek geen kantoren zijn, of omdat de bedragen die ze nodig hebben zo klein zijn dat het voor de kredietinstellingen niet de moeite loont een dossier te openen. Er zijn redenen genoeg waarom de kredietinstellingen die mensen niet de moeite waard vinden. Sommige organisaties richten dan een kredietfonds op met de bedoeling hun leden op krediet te geven wat ze nodig hebben. Het kan gaan om zaaigoed, of geld om een stukje grond te kopen, of kippen, geiten of een kweekstier, noem maar op. Soms worden die zaken aan groepen gegeven, soms aan individuele leden, maar in alle gevallen moet wat gegeven werd, aan de organisatie terug betaald worden. Op die manier ontstaat een fonds waardoor telkens nieuwe groepen of leden kunnen geholpen worden. Vaak noemen we dat “rollende fondsen”. Mijn taak bestaat er hoofdzakelijk in de organisaties te helpen ervoor te zorgen dat die fondsen inderdaad “rollen”, met een goede reglementering en opvolgingssysteem zodat het geld ook daadwerkelijk terug komt en het fonds in stand blijft. Het is de bedoeling dat organisaties hun leden zo op een duurzame manier kunnen helpen, zonder dat Broederlijk Delen of een andere organisatie elk jaar weer met vers geld over de brug moet komen.

Bijzonder populair is het geiten rollend fonds. Het komt erop neer dat wie een geit krijgt het eerstgeboren lam doorgeeft zodat de veestapel in het dorp zich vermenigvuldigt. Het ziet er simpel uit, maar zonder een goede reglementering (wat gebeurt er als de eerstgeborene een mannetje is, heeft de boer(in) voldoende grasland, wat gebeurt er als een geit sterft...) en een goed registratiesysteem en opvolging kan ook het geiten fonds (letterlijk) vlug uitsterven.

Krediet geven in plaats van giften is nog altijd niet overal vanzelfsprekend. Vooral bij de organisaties in het noorden van het land (APAC), waar ze jarenlang noodhulp gekregen hebben omwille van de oorlog, is er heel wat bewustmakingswerk nodig om die geefmentaliteit tegen te gaan. Maar stilaan zien organisaties wel in dat zo’n kredietfonds ook hun eigen duurzaamheid in de hand werkt. Als het goed beheerd is kunnen zij met dat fonds hun leden blijvend steunen, zonder voortdurend nieuwe subsidies te moeten zoeken.

Sommige organisaties gaan een stapje verder en zetten een spaar- en kredietprogramma op. Het is een mythe dat arme mensen niet kunnen sparen. Het gaat dan soms wel met hele kleine beetjes, maar sparen laat mensen zien dat ze ook met eigen middelen al veel kunnen bereiken. Goed, sparen heeft ook zijn nadelen. Als de inflatie hoog is verlies je, en als je familie (of je man) erbij uit komt dat je een potje opzij gezet hebt kan de druk groot worden... In een groep lukt het sparen daarom vaak ook beter. En als voldoende leden sparen kan er dan weer krediet gegeven worden, uit de eigen lokale middelen. Sparen en kredietverlening zijn geen toverformules, en er is zeker meer nodig om mensen uit de armoede te krijgen. Maar in veel gevallen kan het voor arme huishoudens, en vooral de vrouwen dan, wel het verschil helpen maken. Kleinkrediet (microkrediet), al dan niet met sparen, al dan niet in coöperatieven, ik probeer ook wat uit te zoeken welke formules aangepast zijn aan de verschillende categorieën van mensen.

Ik vind het allemaal erg boeiend! Omdat mijn werk betrekking heeft op verschillende organisaties in Oeganda en Rwanda komt er ook heel wat reizen bij te pas. Met het vliegtuig, uren in de bus, met de auto, in de minibus, achter op de moto, in APAC ook met bagage en al achter op de fiets..., op het ritme van het land.

In november 2008 organiseerde Frans een seminarie voor alle partnerorganisaties van Oeganda, enkele van Rwanda en Burundi, en voor alle BD- coöperanten en -vrijwilligers uit de drie landen van deze Grote Meren regio. Resultaatgericht werken, daar ging het over. Hoe kun je beter opvolgen of je activiteiten de gewenste of andere resultaten opleveren? Wat willen we juist bereiken en welke activiteiten zijn daartoe dan het meest aangewezen in de gegeven omstandigheden? Goede bedoelingen en hard werken zijn niet genoeg. En al weten we wel dat veranderingsprocessen iets van lange adem zijn, het is nodig regelmatig stil te staan bij de resultaten die we al of niet boeken. Dat moet ons ook helpen de activiteiten bij te sturen waar nodig. Een medewerker van KRC, een partner organisatie uit Fort Portal, maakte ons wegwijs in dit thema en zorgde ervoor dat alle deelnemers met frisse ideeën, praktische handleidingen en goede voornemens terug naar huis togen. Het is nu aan ons om verder op te volgen hoe er in de verschillende organisaties ook effectief mee gewerkt wordt. Dit seminarie past binnen een bredere oefening van Broederlijk Delen in verschillende landen rond resultaatsgericht werken.

 

Untitled Document

nieuwsbrief facebook you tube twitter

Deodora_goudmijn

Blogs - Geluiden uit het Zuiden

>> Lees alle blogs

Aanmelden