De schaamte voorbij

(01-02-2010 - Jos De Wit)

De Israëlische autoriteiten laten minister voor ontwikkelingssamenwerking Charles Michel niet toe in de Gazastrook. Danny Ayalon, Israëlisch onderminister voor Buitenlandse Zaken argumenteert dat een dergelijke stap een “erkenning als gesprekspartner” zou inhouden voor het Hamas-regime, dat tot nader order nog steeds gecatalogeerd staat als “terroristische organisatie”. Israël heeft het zo beslist, zo zal het zijn.

Laten we even teruggaan in de tijd. In 1948 wordt de Israëlische staat gecreëerd. Voor de Arabische bevolking van het toenmalige Britse mandaatgebied Palestina begint een periode van “inpalmen van grond”, “verbod tot terugkeer naar het geboorteland”, “verplichte verhuis”, “vluchtelingen in eigen land”, “vluchtelingen in nabuurland” enz.

In 1967 bezet Israël de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook en begint het aan een politiek van nederzettingen, tegen alle internationale verdragen en UNO-resoluties in. Sindsdien leeft Israël in een staat van oorlog met een aantal van zijn buurlanden, en wettigt aldus een politiek van zelfverdediging tot en met pre-emptive strike (geleerd van de Amerikaanse regering Bush). Deze komt erop neer dat een vermoeden van gevaar voor de Israëlische burgerbevolking volstaat om hele gebieden (bevolkt of niet) plat te bombarderen met al dan niet geoorloofd militair materiaal.

In 2005 beslist Ariel Sharon tot de Israëlische nederzettingen in de Gazastrook te ontmantelen en het leger uit dit gebied terug te trekken. Dit leger was aanwezig om de Israëlische kolonisten te beschermen. Merk op dat de legitimatie van zelfverdediging nu ook al toegepast werd op door Israëls onwettig bezette gebieden. Het woord “terugtrekking” is echter een eufemisme. Want eens buiten de grenzen van de Gazastrook, nestelt datzelfde leger zich als het ware in loopgraven  die elke in- en uitgaande beweging niet alleen controleert maar ook nog toegang weigert dan wel toelaat. Diezelfde controle wordt uitgeoefend op het luchtruim en de zeestrook. En dan te weten dat deze Gazastrook door de internationale gemeenschap aanvaard en erkend wordt als deel van de op te richten Palestijnse staat.
 
In december 2008 lanceert de Israëlische regering een campagne met als oogmerk het uitschakelen van infrastructuur en daardoor verhinderen van verdere raketbeschietingen op Zuid-Israël. De realiteit heeft ons geleerd dat deze omschrijving door het Israëlisch leger heel breed werd geïnterpreteerd. Elke bewoner van Gaza was een potentieel lid van Hamas die sinds 2007 het feitelijk bestuur van de Gazastrook hebben overgenomen van Fatah. Elk gebouw in diezelfde landstrook was een potentiële bewaarplaats van terroristisch materiaal.
En vormde dus een bedreiging voor de Israëlische burger

Keren we nu terug tot de weigering Charles Michel toe te laten tot genoemde landengte. De Europese Unie is, samen met USA de grootste sponsor van de Palestijnse gebieden. Steeds wanneer Israël Palestijnse infrastructuur vernietigt, staat Europa klaar om de factuur voor de herstellingen te betalen. Charles Michel was op bezoek in de Westelijke Jordaanoever om zich ter plaatse te vergewissen van het goed gebruik van de ter beschikking van de Palestijnse Autoriteit gestelde budgetten. Dit is logisch en 100% verdedigbaar vanuit het standpunt van de “sponsor”, zijnde de Europese belastingbetaler. Overigens, elke ngo die zich respecteert publiceert, ten behoeve van zijn sponsors, een overzicht van de besteding van de ontvangen giften.

Voor de Israëlische overheid ligt dit weer even anders. De internationale donorconferentie (kort na het einde van de campagne in Gaza) heeft miljarden $ samengebracht. Zo goed als niets is hiervan al tot bij de bevolking van Gaza geraakt. Niet omdat de donoren hun beloftes niet nakomen. Maar omdat de Israëlische autoriteiten de toegang tot Gaza gesloten houden voor elke vorm van hulp die volgens hen niet levensnoodzakelijk is en/of in verkeerde handen (= Hamas) zou kunnen terecht komen. Erger, sinds het einde van de campagne in januari 2009 wordt slechts 20% van de hulpkonvooien doorgelaten.  Goed om weten is dat, Israël dat volgens het internationaal humanitair recht, gehouden is de bevolking te beschermen en in haar basisbehoeften te voorzien, op geen enkele wijze tussenkomt in het herstellen van de schade die het zelf heeft aangericht.

Als we de heer Danny Ayalon moeten geloven, is de “impliciete erkenning van Hamas die het betreden van de Gazastrook door een minister of hoogwaardigheidsbekleder van Europa zou betekenen” voldoende om andermaal het recht op zelfverdediging in te roepen en dus aan Charles Michel de toegang te ontzeggen. In de rand vernemen wij dan ook dat het toekennen van visa voor de vele medewerkers van ngo’s steeds moeilijker wordt. We zullen deze beslissing dan ook maar interpreteren als “recht op zelfverdediging” of “impliciete erkenning van Hamas”.

Het moge duidelijk zijn dat sinds de regering Netanyahu aan de macht is (februari 2009) het lot van de Palestijnen (om het even waar) steeds slechter wordt. Het veelvoud aan maatregelen, reglementen, pasjes, toegang of weigering bereikt records die zelfs het Guinnesbook of records doet blozen. Jammer genoeg stellen de vele hoogwaardigheidsbekleders die getuige zijn (tot en met slachtoffer) van deze schaamteloze arrogantie van de Israëlische overheid zich tevreden met “het agenderen” op een vergadering van Europese ministers.

We sluiten af met de boodschap dat eerste minister Netanyahu nog zeer recent jonge cederbomen heeft gepland in de “onwettig opgerichte nederzettingen” in bezet Palestijns gebied: Jeruzalem, Bethlehem met als duidelijke boodschap: “wij zijn hier nu en gaan hier niet (meer) weg”. Laat dit dan kaderen in een warme oproep om de vredesgesprekken terug op te nemen. Die zou de zoveelste vasten (periode van loutering) die aankomt enig perspectief geven. Laat het ons toch maar hopen.

Jos De Wit, vrijwilliger werkgroep Palestina-Israël Broederlijk Delen-Pax Christi Vlaanderen