Presidentsverkiezingen in Guatemala in een sfeer van geweld
(25-10-2007)Op 9 september 2007 vonden in Guatemala algemene verkiezingen plaats. Er werd gekozen voor een president en vicepresident, congresleden en burgemeesters. Op 4 november 2007 zal de tweede ronde van de presidentsverkiezingen plaatsvinden.
Een cultuur van geweld
Met meer dan vijfduizend moorden per jaar op een bevolking van 12 miljoen inwoners is Guatemala het meest gewelddadige land van Midden-Amerika. Het land is de belangrijkste corridor voor cocaïne die bestemd is voor de Verenigde Staten, kent een hoge corruptiegraad en een cultuur van geweld. De handhaving van recht en orde laten te wensen over. Slechts 1 procent van alle moorden resulteert in een veroordeling.
De geweldcultuur is een erfenis van de burgeroorlog tussen 1960 en 1996, toen er tweehonderdduizend doden (veelal Maya Indianen) vielen, grotendeels door toedoen van het leger, de politie en paramilitairen. Volgens sommigen leven die doodseskaders uit de burgeroorlog voort in de Guatemalaanse politiemacht.
De kandidaten
De voornaamste presidentskandidaten waren Álvaro Colom, van de centrum-linkse UNE, voormalig generaal Otto Pérez, van de conservatieve Patriottische Partij (PP), de medicus Alejandro Giammattei voor de centrumrechtse Grote Nationale Alliantie (GANA) van uitgaand president Oscar Berger en Rigoberta Menchú, in 1993 winnares van de Nobelprijs voor de vrede voor EdG. De eerste ronde van de presidentsverkiezingen werd gewonnen door Álvaro Colom van de UNE, met Otto Pérez van de PP op de tweede plaats. Zij zullen het op 4 november in de tweede ronde tegen elkaar opnemen.
De campagne werd overschaduwd door geweld. In de weken voor de verkiezingen zijn zeker 40 mensen om politieke redenen vermoord, voornamelijk leden van de Nationale Eenheid van de Hoop (UNE) en Ontmoeting voor Guatemala (EdG). Moorden tijdens de campagne zijn vaak het werk van drugshandelaren, die politici proberen duidelijk te maken dat zij met hen rekening moeten houden. Andere aanvallen zijn gericht op het uitschakelen van concurrerende kandidaten die eveneens banden hebben met de drugshandel.
Vragen bij de kandidatuur van Rigoberta
Rigoberta Menchú, de 48-jarige inheemse activiste, won in 1993 de Nobelprijs voor de Vrede en richtte de Winaq-beweging op, die de ambitie heeft uit te groeien tot een politieke partij. Tot veler verbazing besloot Rigoberta in 2003 te gaan samenwerken met de door rijke ondernemers gedomineerde regering van president Oscar Berger en voor de huidige verkiezingen was ze presidentskandidate. In Guatemala wordt zeer verschillend gedacht over haar deelname.
Politieke analisten zijn van oordeel dat in het door geweld, armoede en straffeloosheid geteisterde Guatemala geen enkele politicus in staat is om op korte termijn een verandering ten goede te bewerkstelligen.
Dat de wegens volkerenmoord aangeklaagde generaal Rios Montt ook mee deed aan de verkiezingen, voor de FRG in het congres gekozen werd en daardoor juridische onschendbaarheid heeft gekregen, geeft aan hoe gering in Guatemala de marges voor reële verbetering zijn. Daarnaast vermoedt menigeen dat een deel van de rijke bovenklasse Rigoberta’s kandidatuur steunen, omdat zij zich niet duidelijk uitspreekt over heikele thema’s als een broodnodige landhervorming en een grondige herziening van het belastingstelsel. Maar ook veel Maya’s hebben hun bedenkingen bij Rigoberta’s politieke ambities. Het baart hun zorgen dat zij zich blijkbaar beter thuis voelt bij de rijke elite in de hoofdstad dan op het platteland, waar verarmde Maya Gemeenschappen vechten om grond en waardige arbeid. Anderen zijn van mening dat haar kandidatuur belangrijk is omdat het aangeeft dat het politieke systeem meer ruimte biedt voor inheemse inbreng.
Van de 158 afgevaardigden in het Guatemalaanse parlement zijn er slechts 13 inheems, hoewel volgens officiële cijfers 40 procent van de bevolking van Guatemala inheems is. Niet-gouvernementele organisaties denken dat 65 procent een realistischer cijfer is. Indianen hebben nu niet alleen de kans om te stemmen, maar ook om macht uit te oefenen. Hoewel Rigoberta Menchú de tweede ronde van 4 november niet haalde, laat haar deelname zien dat het systeem, dat vanouds gedomineerd werd door criollos (mensen van Europese afkomst), langzaam openbreekt.

