Peruaanse verkiezingscampagne op weg naar onvoorspelbare climax
(05-04-2011 - Raphael Hoetmer)Thema´s ronde democratisering en mensenrechten afwezig in politieke debatten
Zondag 10 april gaat het peruaanse volk naar de stembus om een nieuwe president en volksvertegenwoordigers in het congres en het Andesparlament te kiezen. De laatste peilingen geven aan dat tenminste vier kandidaten in aanmerking komen voor de tweede kiesronde waarin de strijd om het presidentschap zal worden beslecht. De traditionele partijen en het peruaanse establishment weten één ding zeker: de nationalistische kandidaat Ollanta Humala mag niet winnen. Dat juist hij eerste staat in de peilingen maakt de diepe verdeeldheid in de peruaanse maatschappij evident. Tegelijkertijd spelen thema´s als mensenrechten, steun voor de slachtoffers van de burgeroorlog, inheemse rechten, het geweld tegen vrouwen en ruimtelijke ordening nauwelijks een rol in de campagne.
Net als vijf jaar geleden gaat de Peruaanse verkiezingscampagne de laatste week in, zonder duidelijkheid over haar afloop. De twee kandidaten die op 10 april de meeste stemmen krijgen zullen zich op moeten maken voor een laatste campagnemaand, alvorens de tweede verkiezingsronde de opvolger van Alan García Peréz bepaalt. Volgens de laatste opiniepeilingen bestaan er nog vier kanshebbers om door te dringen tot de beslissende ronde, terwijl geen van hen meer dan dertig procent van de stemmen lijkt te halen in de eerste ronde.
Aangezien ook geen van hun respectievelijke partijen meer dan 25 procent van de congreszetels in zullen nemen, is latere samenwerking noodzakelijk. Dit zal niet gemakkelijk worden na een campagne vol wederzijdse persoonlijke aanvallen en beledigingen. Veel van die aanvallen waren gericht op Ollanta Humala, die na een gestage opkomst in de laatste weken net als in 2006 lijkt af te stevenen op de tweede ronde. Vijf jaar geleden verloor hij deze van Alan García Perez.
Hervederling van de macht en rijkdom in Peru
Humala is een oud-militair, die een opstand leidde tegen het autoritaire regime van Alberto Fujimori, en later de nationalistische peruaanse partij oprichtte. Nu staat hij voor een sterkere staatsregulering van de economie, die zou moeten leidden tot herverdeling van de economische groei die Peru al jaren doormaakt en tot het terugwinnen van de nationale soevereiniteit. Carlos Tapía, één van zijn belangrijkste adviseurs, vat de kern van het nationalistische programma als volgt samen: “Ons doel is de machtsverhoudingen in Peru veranderen. Nu komt de economische groei ten goede aan een hele kleine minderheid die de economie, politiek en media domineren, terwijl de overgrote meerderheid mag hopen dat die rijkdom ooit naar beneden doordruppelt. Wij willen dit veranderen”.
Daarom stelt Gana Perú (Peru wint, de naam waaronder de nationalistische partij aan de verkiezingen deelneemt, red.) voor hogere eisen te stellen aan transnationale bedrijven wat betreft milieustandaarden en belastingen. En ook de grondwet (die onder het autoritaire regime van Fujimori werd opgesteld) moet worden vervangen of hervormd, terwijl grote investeringen in lokale en regionale markten, in technologische ontwikkeling en onderwijs worden voorgesteld. De voorstellen van Humala kunnen vooral op steun rekenen uit de lagere bevolkingsklassen, en uit de zuidelijke en centrale hooglanden. Minder enthousiasme is er in Lima, de rijke noordelijke kustprovincies, en het establishment in het algemeen. Sommige politieke comentatoren, en de andere presidentskandidaten, vrezen publiekelijk dat Humala bij een overwinning het “Venezolaanse model” zou implementeren, met -volgens hen- economische recessie en politiek autoritarisme tot gevolg.
Het werkelijke verkiezingsprogramma van Humala is echter gematigd, en vooral geïnspireerd door het Braziliaanse model van de afgelopen jaren, mede dankzij de nauwe betrokkenheid van Braziliaanse adviseurs van de Arbeiderspartij bij de campagne. Humala zelf doet er alles aan niet te radicaal over te komen, en heeft onder anderen afstand genomen van zijn broer die voor een mislukte insurgentie in de gevangenis zit.
Verdeeldheid op rechts
Ondanks de sterke anti-campagne in veel van de rechtse media (dagblad Correo drukte haar eerste pagina volledig in het zwart af toen Humala de leiding nam in de peilingen) lijkt Humala zeker te zijn van de tweede ronde, temeer daar vier rechtse kandidaten onder elkaar de stemmen verdelen. Drie van hen lijken nog in aanmerking te komen voor de tweede ronde, nu Luís Castañeda (ex-burgemeester van Lima) na de peilingen maandenlang geleid te hebben, ver is weggezakt. De grootste kanshebber op de overwinning leek maandenlang expresident Alejandro Toledo, maar zijn steun is sinds januari met een derde afgenomen. Nu is hij in een felle strijd verwikkeld met zijn expremier Pedro Pablo Kuczysnki en met Keiko Fujimori.
Fujimori is de dochter van exdictator Alberto Fujimori, die is veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf wegens schendingen van de mensenrechten. Na vijf jaar in het congres actief geweest te zijn, doet zij nu een gooi naar het presidentsschap als leider van de Fujimoristische beweging. Hierbij ze kan rekenen op een vrij stabiele steun van zo´n twintig procent van de peruaanse bevolking, die haar vader herinnert als de persoon die een einde maakte aan de economische crisis en de burgeroorlog. Dat dit gepaard ging met wijdverbreide corruptie, autoritarisme en schendingen van de mensenrechten, wordt door Fujimori en haar electoraat genegeerd. Als enige vrouwelijke en jongste kandidaat, heeft ze een dynamische kandidatuur vormgegeven die haar wel degelijk een kandidaat voor de tweede ronde maakt.
Alejandro Toledo leidde juist de oppositie tegen het bewind van Fujimori, en werd tot president gekozen in de eerste verkiezingen na de terugkeer naar de democratie. Het hoopvolle begin van zijn regering mondde echter uit in stagnerende democratische hervormingen, en een enorme stijging van scoiale conflicten, waarbij vijftien mensen door politiekogels om het leven kwamen. Toledo´s populariteit daalde daardoor tot onder de tien procent, alvorens zich enigszins te herstellen in de laatste maanden voor de machtswisseling. Evengoed wordt zijn regering door veel mensen herinnerd als “niet zo slecht”. Zelf stelt Toledo dat zijn beleid heeft geleid tot de voortdurende economische groei, en dat hij de beste verdediger van de democratie is tegen de eventuele machtsovername door Ollanta Humala.
Dezelfde claim wordt gedaan door Pedro Pablo Kuczysnki, die stelt als premier van Toledo de werkelijke architect te zijn van de stabiele economische groei in de afgelopen jaren. PPK, zoals hij in de volksmond wordt genoemd, is de favoriete kandidaat van de economische elites (volgens de peilingen stemt meer dan 50% van de rijkste mensen op hem), en zelf een voorbeeld van economisch success. Gedurende zijn leven heeft hij succesvol bedrijven geleid en publieke functies bekleed; tegelijkertijd bestaan er verschillende aanwijzingen en beschuldigingen dat daarbij meer dan eens belangenverstrengeling heeft plaatsgevonden. Zijn recente stijging in de peilingen lijkt vooral te danken aan zijn imago als staatsman en goed gevoel voor humor.
Afwachten
Volgens de laatste peilingen kan Humala rekenen op tussen de 25 en 28 procent van de stemmen, terwijl Toledo, Fujimori en Kuczynski tussen de 18 en 20 procent schommelen. De verschillende zijn dermate klein dat het goed mogelijk is dat het enige dagen zal duren voordat men weet wie er in de tweede ronde tegenover elkaar staan. Zowel in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in 2006, als in de verkiezingen voor de burgemeester van Lima in 2010, was het resultaat to close to call, zodat pas na verschillende weken de definitieve uitslag kon worden bevestigd.
Het wordt ook afwachten wat er gebeurt met de mensenrechten en democratiseringsagenda in Peru. Gedurende de campagne is bijna alle aandacht uitgegaan naar veiligheid en sociaal-economische thema´s, terwijl discussies over de waarborg van fundamentele mensenrechten en de strijd tegen de verschillende vormen van discriminatie nauwelijks aan bod zijn gekomen. Tekenend was het debat over mensenrechten, georganiseerd door de belangrijkste netwerken uit de civiele maatschappij (waaronder Broederlijk Delen partner Para que no se repita). Ondanks het belang van de thematiek kwamen hier enkel zeventig personen op af, terwijl geen van de kandidaten zelf aanwezig was, en twee van de belangrijkste partijen helemaal niet op kwamen dagen.
In de analyse van de verschillende verkiezingsprogramma´s merkte vooraanstaand econoom Javier Iguíniz op dat bij Kuczyinski, Fujimori en Castañeda helemaal geen aandacht bestaat voor de participatieve begrotingen, de consultatie aan inheemse volkeren over het gebruik van hun territorium en natuurlijke hulpbronnen, en andere overlegmechanismen met de civiele maatschappij. Dit is opmerkelijk, aangezien de afgelopen vijf jaar werden gekenmerkt door een steeds verdere stijging van de sociale conflicten rond deze thema´s.
Raphael Hoetmer woont sinds zeven jaar in Peru. Momenteel is hij werkzaam als Steunpunt voor Broederlijk Delen.

