Van de overvoedige regen tot de voorbereidingen in Kampala

(15-10-2007)

Zoals jullie vernamen uit de nieuwsberichten wordt Uganda sinds weken geteisterd door overmatige regen. Hier in Wakiso hebben we niet te klagen maar in noordelijke en oostelijke dictricten is er echte watersnood. 25 districten zijn zowat van de buitenwereld afgesloten omdat bruggen en wegen weggespoeld of overstroomd zijn. Frans had er al een voorsmaakje van gekregen toen hij tijdens zijn laatste bezoek aan partnerorganisaties in APAC met de auto vast geraakte in de modder en op bepaalde plaatsen door kniehoog water moest rijden.

Sindsdien is het alleen maar erger geworden en er worden nog meer regens voorspeld tot december. Om en bij de 300.000 mensen hebben hun oogst zien verzuipen, hun lemen huizen instorten en hun WCs overstromen. Minstens twee landbouwseizoenen zijn verloren en de mensen zijn alweer overgeleverd aan voedselhulp. Door de overstroomde WCs dreigen epidemieën zoals cholera en diarree. Tientallen scholen moeten sluiten omdat ze onder water staan. President Museveni riep de noodtoestand uit (iets wat hij zelfs nooit gedaan heeft tijdens de 20 jaar oorlog met het LRA van Kony in het noorden, hoewel er meer dan een miljoen mensen in vluchtelingenkampen zaten) en de gespecialiseerde noodhulporganisaties schieten in gang. Dat is natuurlijk nodig maar het is ook erg deprimerend. Veel van de getroffen families waren mensen die uit die vluchtelingenkampen terug naar hun oorspronkelijke woonplaats waren verhuisd om stilaan een nieuw bestaan op te bouwen. Al hun inspanningen zijn in één klap verloren en de hoop op een nieuwe toekomst is voorlopig weer verijdeld. Zij blijven dus IDP (Internally Displaced People- vluchtelingen binnen hun eigen land) tegen wil en dank.

De Broederlijk Delen-partners in APAC blijven hopelijk grotendeels gespaard van het ergste. Ze bevinden zich net aan de grens van het rampgebied. Maar men vreest dat het nog erger zal worden: normaal is het regenseizoen nog maar pas begonnen en is november in Uganda de natste maand van het jaar. Laten we hopen dat de weergoden de komende maanden Uganda wat beter gezind zijn.

Beter nieuws nu. Van 9 tot 19 september ben ik (Lut) op reis geweest naar Burundi en Rwanda om er de partnerorganisaties van Broederlijk Delen te bezoeken die op de ene of de andere manier met microfinanciering bezig zijn. Het is de bedoeling te zien wat de ervaringen zijn met sparen en krediet op kleine schaal, er lessen uit te trekken voor Broederlijk Delen en stof voor discussie te leveren voor de organisaties. Microfinanciering is omstreden: soms opgehemeld, soms in vraag gesteld. Maar ik probeer wat beter zicht te krijgen op hoe het in de praktijk werkt (of niet werkt).

Het is een interessante en deugddoende reis geworden: eindelijk eens terug wat voeling gekregen met organisaties aan de basis. Het was nodig na al die maanden op kantoor bij IIRR. Ik was aangenaam verrast door het warme onthaal bij de organisaties. Ik had helemaal niet het gevoel een pottenkijker te zijn. Integendeel, verschillende organisaties apprecieerden het dat Broederlijk Delen samen met hen over dat soort acties wil nadenken. De bezoeken waren voorbereid, afspraken nagekomen, dagen en uren gerespecteerd. Zonder op het rapport te willen vooruit lopen heb ik algemeen een positief beeld gekregen van hun pogingen om tegemoet te komen aan de reële vraag naar kleinschalig spaar en krediet op het platteland van die landen.

Over Rwanda schreef Frans in vorige nieuwsbrief al uitgebreid. Burundi was voor mij totaal nieuw. Minder gestructureerd dan Rwanda. Schraler en armer in de streek in het noorden die ik bezocht. Maar met een groeiend probleem van banditisme. Wat wil je met een land vol wapens na afloop van de oorlog? Een deelnemer in een vergadering vertelde dat hij de nacht voordien thuis overvallen was door een bende die dacht dat hij het geld van de coöperatieve thuis had. Op die twee dagen hoorde ik drie van die verhalen. Sommigen verhuizen al van de afgelegen heuvels naar dichter bevolkte centra op zoek naar meer veiligheid.
 
En tot slot nog een uitsmijter. “Are you ready for CHOGM”? CHOGM staat voor Commenwealth Heads Of Government Meeting. Kampala hangt vol met metershoge affiches om alle Ugandezen klaar te stomen om de koningin van Engeland, 53 staatshoofden en 5.000 delegatieleden van de Commonwealth (de bijeenkomst van de voormalige Engelse kolonies) te ontvangen in november. Kampala wordt opgepoetst, straten gerepareerd en bloemenperken aangelegd. Er worden extra verkeerslichten geplaatst en er zijn nu zelfs wegmarkeringen, tenminste tot zover je kan kijken van op het parcours dat de hoge gasten zullen afleggen. Hotels rijzen als paddestoelen uit de grond (wat gaan ze daar na de top mee doen?). Ook daar stopt de regering geld in, maar ondertussen zijn er geen middelen meer voor studiebeurzen en voor onderhoud van de wegen in het binnenland; sommige trajecten zijn een ware marteling voor vering en banden van de auto’s en voor de rug van de passagiers. De kleine winkeltjes en eetstalletjes moeten uit het straatbeeld van de hoofdstad verdwijnen want het is geen zicht, enz. Wat ik in de vorige brief over het belang van ‘de façade’ in Rwanda schreef, is naar aanleiding van CHOGM ook van toepassing op Uganda.

We blijven in die periode best zoveel mogelijk uit de buurt van Kampala, denk ik.

 

Untitled Document

nieuwsbrief facebook you tube twitter

Deodora_goudmijn

Blogs - Geluiden uit het Zuiden

>> Lees alle blogs

Aanmelden