Opiniestuk: Koning zal het verschil niet maken in Congo
(19-03-2010 - 11.11.11, Broederlijk Delen, Pax Christi Vlaanderen, Oxfam-Solidariteit)
De kogel is door de kerk, de koning gaat naar Congo. Kunnen we het nu dan eindelijk over iets anders hebben?
Sinds koning Albert begin dit jaar de uitnodiging van president Kabila kreeg om naar Congo te komen, kende de politieke belangstelling voor Centraal-Afrika een nieuw hoogtepunt. De hele discussie over de toekomst van Congo, dat deze zomer vijftig jaar onafhankelijkheid viert, werd hierdoor gereduceerd tot een Belgisch verhaaltje.
Tegenstanders van het bezoek stellen dat België het regime in Congo op die manier legitimeert. In de realiteit legitimeren we het regime al dagelijks. Zo sloot België een nieuw samenwerkingsprogramma ter waarde van minstens 300 miljoen euro voor de komende vier jaar. Sinds minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere een bezoek aflegde, besloten al talloze ministers en andere politici een reisje naar Congo te maken in aanloop naar de festiviteiten van 30 juni.
Maar wat ons vooral stoort, is dat de discussie rond het bezoek van de koning de aandacht afleidt van de echte problemen waarmee Congo nog altijd kampt. Zo dook vorige week het bericht over het nakend vertrek van de vredesmissie MONUC op. In tegenstelling tot het bezoek van de koning leverde dat nauwelijks politieke reacties op. Eigenaardig, want het is wel duidelijk welk van de twee het meest relevant is voor de Congolese bevolking.
De MONUC is de grootste VN-vredesmissie ooit. Met de 50e verjaardag van de onafhankelijkheid en de verkiezingen in aantocht ziet de Congolese overheid de blauwhelmen blijkbaar graag vertrekken. Het grootste deel moet zich nog dit jaar terugtrekken, te beginnen rond de viering van de onafhankelijkheidsdag. Enkel in Oost-Congo, waar vrede een verre droom is, mogen ze nog blijven tot in 2011. Maar ook daar moeten de troepen volgens president Kabila nog voor de presidentsverkiezingen weg zijn.
De kernopdracht van de MONUC is het beschermen van de burgerbevolking. De VN vredesmacht kan pas vertrekken uit Oost-Congo als er een geloofwaardig Congolees veiligheidsapparaat klaar staat dat die taak kan overnemen. Het is overduidelijk dat de fragiele staat Congo dat op dit moment niet kan bieden.
Voor de duidelijkheid: de MONUC moet niet eeuwig in Congo blijven, dat zou op termijn de ontwikkeling van lokale capaciteiten niet ten goede komen. We moeten inderdaad streven naar terugtrekking. Maar de VN Veiligheidsraad heeft een aantal criteria opgesteld waaraan moet worden voldaan, voordat er daarvan sprake kan zijn. Zo moet Congo instaan voor respect voor mensenrechten en voor de veiligheid van de bevolking, mogen gewapende fracties uit binnen- en buitenland geen bedreiging meer vormen en moeten er geloofwaardige lokale verkiezingen zijn geweest. Zo ver zijn we dus nog niet.
Dat Congo de VN nu snel buiten wil hebben, lijkt niet alleen op een verkiezingsstunt, het is misschien ook een teken dat de overheid de presidentsverkiezingen niet zo serieus neemt. De MONUC is broodnodig, alleen al om de verkiezingen praktisch en logistiek mogelijk te maken, zoals in 2006. Maar de vraag is ook hoe vredig, veilig en democratisch de verkiezingen zullen verlopen zonder de aanwezigheid van de VN vredesmacht. Alles wijst erop dat Congo nog niet klaar is voor een razendsnelle terugtrekken van de troepen. Wat meer internationale aandacht voor het verloop van de verkiezingen, zowel de presidentsverkiezingen van 2011 als de steeds weer uitgestelde lokale verkiezingen, is meer dan welkom.
Nu besloten is dat de koning zal gaan, kan het debat zich misschien toespitsen op de zaken die er echt toe doen. Onze politici moeten zich bezinnen over de rol die België kan spelen bij het voorkomen van overhaaste beslissingen. En als we dan toch bezig zijn, kunnen we meteen nadenken over welke rol er nog voor België is weggelegd in het helpen heropbouwen van een Congolese staat. Een staat die ervoor zorgt dat zijn boeren van de landbouw kunnen leven, zijn kinderen naar school kunnen gaan, zijn burgers toegang krijgen tot medische zorgen.
Als we een suggestie mogen doen: een sterke civiele maatschappij is daarvoor alvast onmisbaar. Dat wil ook zeggen dat de situatie van de mensenrechten in Congo van cruciaal belang is. We horen politici nu eisen dat de koning het over goed bestuur en mensenrechten moet hebben tijdens zijn bezoek. Prima, maar ze mogen dit niet enkel aan de koning overlaten, ze moeten deze ook via hun eigen beleid afdwingen.
Bovendien mogen die politici niet vergeten dat België een historisch belangrijke, maar allang niet meer de enige speler is als het om Congo gaat. Laat hen dus niet alleen de koning, maar in de eerste plaats de EU overtuigen van het belang van mensenrechten in Congo. Het Belgisch EU Voorzitterschap is daartoe een uitgelezen kans. Wat de komende vijftig jaar zullen brengen voor Congo staat of valt niet met een bezoek van koning Albert, wel met de vraag of de internationale gemeenschap zich éénsgezind opstelt tegenover Congo, en bij uitbreiding de hele regio van de Grote Meren.
Bogdan Vanden Berghe, algemeen secretaris van 11.11.11
Pol De Greve, algemeen secretaris van Broederlijk Delen
Peter Houlleberghs, algemeen secretaris van Pax Christi Vlaanderen
Stefaan Declercq, algemeen secretaris van Oxfam-Solidariteit

