OAS roept ambassadeur uit Haiti terug na interview

(27-12-2010 - Joris Willems)

Ricardo Seitenfus is ambassadeur in Haïti voor de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en op twee maand van het eind van zijn 2 jarig mandaat. In een scherp interview eerder deze week met het Zwitsere blad Le Temps nam hij onder andere de VN missie MINUSTAH zwaar op de korrel. De 62 jarige diplomaat die eerder al speciaal gezant was van de Braziliaanse president Lula en verschillende boeken over het land schreef stelt dat VN-blauwhelmen niet het antwoord zijn op de problemen van Haïti. “Sinds 1986 en het vertrek van Jean-Claude Duvalier beleeft Haïti (…) een conflict van lage intensiteit. We worden geconfronteerd met een strijd om de macht door politieke actoren die de spelregels van de democratie niet respecteren.”

Voor de VN ging het erom de macht te “bevriezen”, het status quo te bewaren. Het is voor de diplomaat onaanvaardbaar een stabiliseringsmissie te sturen naar een land waar om en bij de tachtig procent van de mensen werkloos zijn. “Er is niets te stabiliseren, en alles op te bouwen.” Bovendien wijst hij erop dat de internationale gemeenschap niets oplost, maar de zaken integendeel erger maakt. Woorden waarin de OAS zich wellicht even verslikte, want ze hebben hun ambassadeur meteen na de publicatie van het bewuste interview teruggeroepen. Seitenfus zweeg nochtans braaf over de totaal mislukte verkiezingen die de OAS geldig verklaarden en die op een ernstige politieke crisis dreigen uit te draaien.

Naast zijn scherpe bedenkingen over de VN-missie was Seitenfus in het interview bijzonder kritisch voor de buitenlandse NGO’s die van Haïti haast een trainingskamp zouden maken voor hun personeel. Het land biedt volgens de diplomaat carte blanche voor allerlei humanitaire experimenten. “Het is moreel onaanvaardbaar Haïti als een soort van laboratorium te beschouwen.” Tegelijkertijd ziet hij een belangrijke relatie tussen de zwakte van de overheid en de sterkte van internationale NGO’s.

Internationale experts en de internationale gemeenschap in het algemeen worden evenmin gespaard in het opmerkelijke interview. “Men wil van Haïti een kapitalistisch land maken, een exportplatform voor de Amerikaanse markt, dat is absurd. Haïti moet terug worden wat het is, dat wil zeggen essentieëel een landbouwland (…).” Met andere woorden, een uitspraak die opvallend veel lijkt op wat het Haïtiaanse middenveld al jaren wil: een bescherming van de lokale voedselmarkt tegen dumping en investeringen in de landbouw als dé motor voor de ontwikkeling.

De diplomaat hoopte dat de wereld na de zware aardbeving die aan meer dan 250.000 mensen het leven kostte zou begrijpen dat ze niet op het juiste pad zat in haar samenwerking met Haïti. De afgelopen tweehonderd jaar heeft Haïti te maken gehad met een duur betaalde strijd voor de officiële erkenning van haar onafhankelijkheid en een afwisseling tussen buitenlandse invasies en dictaturen. Seitenfus betreurt dat men de heersende politiek na 12 januari enkel maar sterker geaccentueerd heeft en dat verhoudingen met het buitenland altijd op een krachtmeting aankomen in plaats van op dialoog. Voor de diplomaat moet men niet meer soldaten sturen, maar wegen bouwen, dammen optrekken, helpen aan het opbouwen van de staat en het juridisch systeem. “De VN zegt dat ze dergelijk mandaat niet heeft. Haar mandaat is de vrede te bewaren op het kerkhof.”

Het interview mag dan in het verkeerde keelgat geschoten zijn bij vele vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap, het vertelt – nu uit de mond van een ervaren diplomaat – een verhaal dat elke Haïtiaan kent. Hij spelt een les aan de internationale gemeenschap die tegelijkertijd een hart onder de riem is voor de talrijke Haïtianen die reeds jaren ijveren de actoren te worden die de politiek van het land te bepalen: “200 jaar geleden heeft Haïti de geschiedenis van de mensheid en deze van de mensenrechten verlicht. Men moet nu een kans laten aan de Haïtianen om hun visie te bevestigen.” Dat de Haïtianen dat nu net niet konden doen in de door de OAS gelegitimeerde verkiezingsmaskerade die met hulp van de VN, de EC en andere internationale partners werd georganiseerd op 28 november 2010 mogen we daarbij echter niet uit het oog verliezen. Dit interview lijkt er op te wijzen dat tenminste sommige internationale vertegenwoordigers de grote leugen omtrent de buitenlandse interventie eindelijk beu zijn.

 

Untitled Document

nieuwsbrief facebook you tube twitter

Deodora_goudmijn

Blogs - Geluiden uit het Zuiden

>> Lees alle blogs

Aanmelden