MO*-dossier: Congo vergooit zijn kroonjuwelen
(22-02-2006)Congo is straatarm, terwijl zijn ondergrond bulkt van de rijkdom. Wie wordt er beter van het Congolese koper, kobalt of uranium? Het mondiaal magazine MO* kreeg twee mijnexploitatie-contracten in handen en liet die analyseren door een gespecialiseerd advocatenkantoor. Besluit: Congo wordt gepluimd.
Een Congolees parlementair onderzoek dat daarvoor waarschuwde, wordt niet vrijgegeven. MO* kreeg het wel vast. De Belgische overheden staan erbij en kijken ernaar, terwijl de Belgische ondernemer George Forrest een hoofdrol speelt.
► Lees het volledige dossier op de website van MO*: in het nederlands, frans of engels.
► Lees een samenvatting van het dossier.
► Lees meer over het parlementair onderzoek.
► Lees het persbericht van Broederlijk Delen en 11.11.11.
Broederlijk Delen, 11.11.11 en de Britse organisatie Rights and Accountability in Development voeren samen campagne onder het motto Natuurlijke rijkdommen van Congo: geen vloek maar een zegen! We vinden dat het verregaande engagement van België om de verkiezingen mogelijk te maken in schril contrast staat met zijn laisser faire, laisser passer houding ten aanzien van de wanpraktijken in de Congolese mijnsector.
► Meer info op onze pagina's over natuurlijke rijkdommen.
► Op 25 maart organiseert Broederlijk Delen samen met 11.11.11, CATAPA, FIAN en de Universiteit Antwerpen een colloquium over mijnbouw en ontwikkeling in het Zuiden
CONGO VERGOOIT ZIJN KROONJUWELEN
Samenvatting van het dossier in MO*31, maart 2006
door John Vandaele
1. Grondstoffen zijn de grote rijkdom van Congo, waarmee het land zijn ontwikkeling zou kunnen financieren. Op dit moment produceert het (staats)mijnbedrijf Gécamines nog amper 20.000 ton kopererts, in 1985 was dat nog 470.000 ton. In Congo bedroeg het overheidsinkomen uit de mijnsector 0,18 procent van het nationaal inkomen, tegen 22 procent in het eveneens grondstoffenrijke Botswana.
2. In augustus 2005 ondertekende president Kabila een decreet dat de kroonjuwelen van de Katangese mijnindustrie voor minstens 20 jaar aan de privé doorspeelde, meer bepaald aan enkele oude vertrouwden: de groep Forrest en Dan Gertler. 70 procent van de beschikbare koperreserves van Katanga zijn hierbij betrokken. MO* kreeg beide contracten in handen.
3. Deze contracten zondigen tegen de aanbevelingen van twee verborgen gehouden rapporten: het Congolese parlementaire Lutundula rapport (2005) en het Internatonal Mining Consultants rapport van de Wereldbank (2003). Christophe Lutundula leverde op 25 juni 2005 zijn rapport af, maar het parlementsbureau met daarin alle grote partijen weigert al zeven maanden het rapport publiek te maken. We sommen enkele van die zonden op:
► De partners van Gécamines bevinden zich in beide gevallen op de Britse Maagdeneilanden.
► Er wordt geen raming gemaakt van de inbreng van Gécamines, alhoewel het hier gaat om de rijkste koperbodems ter wereld.
► Het beheer zal in handen zijn van de private partners die alle inkomsten naar rekeningen op de Britse Maagdeneilanden mogen versassen.
► Er was geen internationale aanbesteding.
► Er worden geen minimumvereisten gesteld voor het in te brengen eigen kapitaal, alles mag worden geleend, wat enorm drukt op de te verwachten inkomsten voor Gécamines.
► De partners beschikken niet over de mijnervaring die in verhouding staat tot de enorme omvang van het project
4. Een analyse van beide contracten door het Canadese gespecialiseerde advocatenkantoor Fasken, Martineau & DuMoulin is duidelijk. De private partners zullen niet alleen hun kapitaal en intresten volledig terugbetaald zien maar ook substantiële winsten hebben gemaakt, vooraleer de Congolese overheidspartner enige beloning ontvangt.
5. De Belgische senaatonderzoekscommissie over grondstoffenplunderingen in Congo (2003) definieerde plundering als ‘uitbating van de Congolese rijkdommen op een manier die de Congolezen of de Staat niet of in onvoldoende mate ten goede komen’.
6. Minister De Gucht uit wel kritiek uit op de Congolese leiders, maar herbenoemde intussen wel George Forrest tot adviseur Buitenlandse Handel.
7. Broederlijk Delen, 11.11.11 en de Britse organisatie Rights and Accountability in Development reageren op deze vaststellingen met een oproep aan minister De Gucht om van transparantie in de mijnsector een prioriteit te maken binnen de steun aan de wederopbouw van Congo. Zij vinden dat de passieve houding van België t.a.v. de wanpraktijken in de Congolese mijnsector in schril contrast staat met het verregaande engagement van België om de verkiezingen mogelijk te maken.
Meer informatie:
John Vandaele, john.vandaele@mo.be
Gie Goris, gie.goris@mo.be

