Mensenrechtengroeperingen en hulporganisaties klagen de weigering van de EU aan om een vredesmacht n
(08-12-2008)Brussel 8 december 2008 - Een groep van vooraanstaande mensenrechtengroeperingen en hulporganisaties verwijt de buitenlandministers van de EU dat ze hun internationale verantwoordelijkheid ontlopen in de vreselijke humanitaire crisis die zich momenteel afspeelt in de Democratische Republiek Congo.

Tijdens hun vergadering op 8 december zullen de buitenlandministers van de EU opnieuw de situatie in de DR Congo bespreken, maar verwacht wordt dat ze het niet eens zullen raken over het sturen van een tijdelijke beschermingsmacht, ondanks het verzoek van de Verenigde Naties en het voortduren van de gevechten in Noord-Kivu. Mensenrechtengroeperingen veroordelen hun gebrek aan daadkracht.
‘Sommige Europese leiders beweren dat er geen crisis is in Oost-Congo, maar niets is minder waar’, verklaart Lotte Leicht, EU Directeur van Human Rights Watch. ‘Meer dan een miljoen mensen zijn al op de vlucht geslagen en iedere dag vallen er steeds meer burgerslachtoffers, worden steeds meer vrouwen verkracht en steeds meer huizen geplunderd, en zien steeds meer mensen zich genoodzaakt om in allerijl hun huizen te verlaten, zonder te weten waar ze veilig zullen zijn. Dit is in alle opzichten een crisissituatie, maar blijkbaar vinden de Europese leiders dit een normale gang van zaken en achten ze het dus niet nodig om troepen te sturen naar Oost-Congo.’
‘Omdat verschillende vooraanstaande Europese leiders een bezoek brachten aan Congo begon de Congolese bevolking voorzichtig te hopen dat de EU hen de nodige bescherming zou bieden. Vandaag lijkt die hoop echter de kop ingedrukt. Europa had met deze crisis een uitgelezen kans om aan te tonen dat het bereid is om dergelijke misdaden tegen te gaan en om de zwaksten te beschermen, maar het is niet verder geraakt dan ronkende verklaringen’, zegt Elise Ford, hoofd van het EU-kantoor van Oxfam.
Verscheidene EU-vertegenwoordigers hebben de regio in de afgelopen weken bezocht, onder wie de Franse Minister van Buitenlandse Zaken Kouchner, de Britse Minister van Buitenlandse Zaken Miliband, en Europees Commissaris Michel.
‘Europese vertegenwoordigers, onder wie buitenlandministers, hebben in de regio met eigen ogen het leed aanschouwd. Ze hebben, zoals het hoort, verkondigd dat er dringend hulp nodig is, maar na hun terugkeer naar Europa hebben ze weinig tot niets ondernomen’, stelt Leicht. ‘De Europese leiders zeggen dat ze voorrang willen geven aan de politieke inspanningen van de voormalige Nigeriaanse president Obasanjo, die onlangs door de VN is aangeduid als Speciale Vertegenwoordiger in de regio van de Grote Meren om de crisis op te lossen. Zulke inspanningen zijn inderdaad hoognodig, maar vergen veel tijd. Bovendien is de uitkomst onzeker. De enige echte hoop op bescherming voor de bevolking in Oost-Congo ligt in het sturen van vredestroepen, en de enige efficiënte vredestroepen die daar op tijd kunnen aankomen zijn de Europese. Een overbruggingsmacht kan duizenden levens redden.’
Heel wat waarnemers vrezen dat het conflict zal verergeren, of zelfs uitbreiden van Noord-Kivu, een gebied tweemaal zo groot als België, naar Zuid-Kivu. Sommigen zijn van mening dat een EU-vredesmacht de uitbreiding van het conflict zou kunnen afremmen of zelfs tegenhouden.
‘Wij geloven niet dat 1.500 Europeanen in drie maanden tijd meer kunnen bereiken dan 14.000 blauwhelmen in tien jaar tijd’, zegt Kris Berwouts, directeur van het Europese Netwerk voor Centraal-Afrika (EurAC), ‘maar we denken wel dat ze een verschil kunnen maken op het operationele vlak, op voorwaarde dat de ontplooiing gebeurt in samenspraak met de MONUC, maar ook op het politieke vlak. Ze zullen de Congolese bevolking (die geen vertrouwen meer heeft in de MONUC) geruststellen, en de strijdende partijen tot bedaren brengen. Dat zou niets te vroeg zijn, want de daden van de gewapende milities kunnen het Congolese leger verder desintegreren. Het geweld kan snel overslaan naar andere provincies, zoals Zuid-Kivu. Als de internationale gemeenschap niets onderneemt, stevenen we af op een ‘somalisering’ van het land.’
Organisaties die actief zijn op het terrein uiten hun bezorgdheid omtrent de humanitaire situatie en het gebrek aan bescherming voor kwetsbare burgers.
Onze resultaten
“Zonder Broederlijk Delen zou ik nog steeds in de mijn aan het werk zijn. Met hun hulp vond ik de moed om door te zetten en mijn diploma rechten te behalen.”
Lees het verhaal van Vidal in Peru
Van elke euro die je Broederlijk Delen schonk in 2010 ging 85,5 cent rechtstreeks naar onze doelstelling: zorgen dat mensen in het Zuiden hun eigen plannen waarmaken. Download het jaarverslag
