Jonas vanuit Port-au-Prince
(18-01-2010)
Ik liep vrolijk met mijn huisgenoot naar een hoger gelegen wijk toen de beving Haiti trof. Het was ons geluk om op straat te zijn, en niet ergens binnen. Tien maanden was ik intussen in Port-au-Prince en ik zou volgende week woensdag terug naar Belgie komen. Rond vijf uur was het, toen het noodlot toesloeg. Want dat is het echt wel in een stad als deze, waar alle hellingen volgebouwd zijn met woningen op en onder elkaar wat huizen als kaartenhuisjes niet alleen in elkaar liet vallen, maar ook over elkaar. De allereerste reactie van Haitianen was er een waarbij God en Jezus aangeroepen werden. De katholieke en vooral protestantse bekering was en is hier altijd succesvol geweest. Je moet het ongeluk en de dagelijkse overlevingsstrijd nu eenmaal ergens mee verklaren. Angst voor de duivel is er evenzeer, maar vreemd genoeg was dit niet zijn werk, maar wel dat van 'Bondieu'.
Wat ikzelf voelde toen de stad trilde was een vreemd soort ongeloof, maar ook korte angst, want omdat wij op een stijl stuk weg stonden voelde het aan alsof de helling zich in twee zou splijten. Terzelfdertijd kwamen de huizen rondom ons neer. Twintig seconden misschien en plots was alles anders. Daarna was er enkel nog een wolk van stof en onmacht. Huilende stemmen, gesmeek om hulp en enorm veel vragen in iedereens hoofd. Verloren gelopen kinderen, gewonden die niet konden verplaatst worden, en heel veel paniek. Een tankstation stond in brand en ondanks dat wij honderden meter verder stonden, kwamen mensen verschillende malen naar boven gerend uit angst voor een explosie. Op dat moment was niets meer zeker. Niet veel later kwam het gerucht van een tsunami. Het traditionele geluk bij een ongeluk, al is dat geen troost: het gebeurde niet tijdens het regenseizoen. Niet 's nachts had ook een troost kunnen zijn en is het nog gedeeltelijk, alleen: de meeste scholen werken hier in dubbele cyclussen, waardoor de meeste rond vijf uur nog volop aan de gang waren.
Wat blijft er over als niets meer over blijft? Enkel de Haitianen eigenlijk. Het nationaal paleis weg, het justitiepaleis, het parlement en de meeste ministeries die plat liggen. Ministers en senatoren die vermist zijn. Haiti stelde als overheid overheid al heel weinig voor, maar is nu wel zeer letterlijk van de kaart geveegd. Dat is natuurlijk geen excuus voor het totaal gebrek aan coordinatie van alle hulpinstanties. Alles en iedereen lijkt wel in het duister te tasten over wat anderen aan het doen zijn. Hulp is aanwezig in de straat, de lijken worden verwijderd, bulldozers beginnen op puin in te hakken, de VN missie is weer zichtbaar, maar toch is informatie er enkel in de vorm van gissingen die voornamelijk in de meest negatieve vorm worden geinterpreteerd. Wat is er meer nodig om de internationale gemeenschap te doen inzien dat voor dergelijke catastofes voorafgaandelijk urgentieplannen moeten opgesteld worden?
Vandaag (vrijdag) brachten wij de dag door op de basis van B Fast. Chapeau voor die hun professionalisme en vrijwillig engagement. Maar ook zij zijn slachtoffer van desinformatie en zou zelfs morgen opnieuw richting Belgie vertrekken, samen met vliegtuig waarmee een twintigtal Belgen en mezelf gerepatrieerd zullen worden. Toen we op hun basis toekwamen vanochtend was een speciale eenheid van de Canadese humanitaire troepen de veiligheid aan het verzekeren was. Niet dat er zich een voelbaar gevaar stelde, al heerste er wel wanhoop aan de poort waar slachtoffers zich ophoopten. Maar van een massa was geen sprake en al zeker niet van direct geweld tegen de B Fast basis. Die Canadese troepen vertrokken in de namiddag en lieten de operationele Belgische urgentiebasis achter. Je merkte wel dat ze ook twijfelden, maar hun orders waren om zich bij de rest van de recent aangekomen troepen te voegen en daar op een nieuwe opdracht te wachten.
Port-au-Prince heeft zijn reputatie van onveiligheid tegen. Criminaliteit zoals in andere Latijns Amerikaanse steden heerst hier niet, maar individuele afrekeningen en kidnappingen zijn er wel. Ook al zijn die de laatste jaren sterk afgenomen. Zelf heb ik me in de deze stad echter nooit onveilig gevoeld, al ontwijk je die natuurlijk ook. Je kunt je echter ook afvragen in welke mate dat gevaar nog aanwezig is nu alles verwoest is en een heel groot deel van de niet-geregistreerde wapens mee onder het puin ligt. Maar de gevangenissen liggen natuurlijk ook plat. Wat veronderstelt wordt, is dat honger en dorst tot rellen zullen leiden. Dat kan logisch klinken, maar hoeft niet noodzakelijk te zijn en hangt in dat geval volledig af van de reactie van de internationale gemeenschap. Vandaag werden geruchten constant aangevuld, maar telkens wij ons met de auto op de straat begeefden, was er van zichtbaar geweld of diefstallen geen sprake. De perceptie wordt binnen de chaos een zeer vluchtig iets: 1 beeld, of 1 getuigenis die wordt veralgemeend, een mooie headline. Nogmaals: niet noodzakelijk zo.
Tot nog toe zag ik de Haitiaanse bevolking op moedige wijze reageren. De eerste morgen heerste er veel verslagenheid, dat wel, maar stilzitten kun je niet. Ondanks dat een pak lijken tot gisteren en vandaag nog steeds op straat lagen en de meeste mensen nog op straten en pleinen slapen, blijft men niet bij de pakken zitten. Velen vertrekken richting het binnenland, een logische reactie en ook een goeie zaak. Waar de verwoesting zo uitgebreid is dat enkel moedeloosheid en wanhoop een normaal gevolg lijkt, wordt de draad toch al weer opgenomen. De hulp zal en moet nu wel binnenstromen, wat hopelijk de basisnoden van de komende weken kan opvangen.
Wat daarna volgt is minstens even belangrijk. De komende week blijft Haiti wel in de belangstelling, waarna de nieuwswaarde uitdooft, maar alles pas begint voor de Haitianen.. Iemand merkte al heel terecht op vandaag dat decentralisering nu echt wel sterk moet doorgevoerd worden. Waarom alles per se opnieuw hier opbouwen? Haiti is al veel te lang afhankelijk van wat in Port-au-Prince wordt binnen gebracht en beslist. De stad groeide met tienduizenden per jaar. Haiti is enorm afhankelijk van invoer van voedsel en andere goederen en heeft zijn weinige locale productie in de hoofdstad. Veel is er op dat vlak niet verloren gegaan, maar ook niet bewaard gebleven natuurlijk. Het is daarom hopen dat meer heropgebouwd zal worden dan er was.
Haitianen zijn goedhartige en goedlachse mensen. De eerste Europese kolonie die zijn onafhankelijkheid bekwam, maar daar de volgende twee eeuwen heel zwaar voor moest boeten. Niet daarom, maar omdat Haiti nu alle hulp kan gebruiken, ben ik verplicht deze oproep te doen: geef om goed te doen en omdat het nu echt wel keihard nodig is.
Onze resultaten
“Zonder Broederlijk Delen zou ik nog steeds in de mijn aan het werk zijn. Met hun hulp vond ik de moed om door te zetten en mijn diploma rechten te behalen.”
Lees het verhaal van Vidal in Peru
Van elke euro die je Broederlijk Delen schonk in 2010 ging 85,5 cent rechtstreeks naar onze doelstelling: zorgen dat mensen in het Zuiden hun eigen plannen waarmaken. Download het jaarverslag
