Inleefreis leerkrachten Haiti ‘Waar blijft de overheid?’

(11-01-2008)

Drop acht Vlaamse onderwijsmensen voor een inleefreis in Haïti. Structuur, regels, discipline en orde: het is een stuk van henzelf. Haïti blijkt alles behalve dat. Dit is een land waar de overheid de grootste afwezige is. De bevolking weet dat ze geen steun uit die hoek moet verwachten. We spelen dan maar zelf minister en staatssecretaris op z’n Haïtiaans.

Justitie (Veerle)

De inwoners van Cap Rouge tonen me trots een nieuw, leeg lokaal. Pas gebouwd met geld van de eigen dorpsgemeenschap. Het is een politiekantoor met gevangenis. Vreemd voor een boerendorp waar ik geen enkele ordehandhaver spot. De petite histoire erachter? Afgelopen zomer eindigt een dispuut over grond in een moord. De bevolking belt de politie en gaat achter de dader aan. Geen rechter of agent die de moeite neemt om snel hun berg op te komen. Het wordt de man fataal: woedende dorpsgenoten steken hem in brand. Was dit de beste oplossing? Hevige discussies later geven ze zelf het antwoord met deze gevangenis. Om criminelen in spe de kans te geven levend de komst van het officiële gerecht af te wachten.


Volksgezondheid (Jo)

Het kan je overkomen. Je bent een boer van 35 jaar in Cap Rouge, een boerendorp in de bergen van Haïti. Je woont samen met je vrouw en je vier kleine kinderen in een huisje met twee kamers, er is elke dag veel werk voor jezelf, je vrouw en zelfs de kinderen op het land, met de dieren ook. Je probeert ook producten te verkopen zodat je geld kan sparen voor een inverstering of voor het schoolgeld voor de kinderen.

Door het eten van bedorven vlees heb je een ernstige voedselvergiftiging opgelopen. Je kan niet anders dan ik je bed blijven, je bent veel te zwak om op te staan, laat staan iets van je werk op te nemen.

Op een georganiseerd zorgaanbod hoef je niet te rekenen. Er is geen dokter in het dorp, het dispensarium is gelegen op meer dan een uur stappen maar is ook slechts een dag in de week open. Je kan met de mototaxi naar Jacmel naar een ziekenhuis maar zal geld genoeg moeten hebben voor de taxi en voor het ziekenhuis. Bovendien is de rit ernaartoe niet te doen in je huidige conditie.

Gelukkig kan je wel rekenen op je familie, op je buren en collega's in het dorp. Ze zullen zorgen voor wat groeten en fruit voor je gezin, je werk op het land en voor de dieren. Ze zullen enkele keren per dag bij je langs lopen om je te bezoeken. Ze zullen je ook geld lenen om naar het ziekenhuis te kunnen gaan indien nodig.

Onderwijs(Anik)

Maandag 7 januari 2008. Het is 8 uur ’s ochtends. Begin van een nieuw jaar, nieuwe hoop, nieuwe kansen, een nieuw tweede trimester. De leerlingen van de lagere school van Cap Rouge groeten de vlag en zingen uit vole borst het volkslied. Maar niet alle leerlingen staan in de rij, hand op de borst. 70% van de Haïtiaanse jongens en meisjes kan niet naar school omdat ze mee moeten werken op het land, onvoldoende geld hebben om het schoolgeld te betalen... Op deze maandagochtend neem ik afscheid van mijn inleeffamilie. Als afscheidsgeschenk geef ik aan Bennet, een buurmeisje (en mijn prive-kapster) mijn rugzakje om naar school te gaan. Het kind was dolgelukkig, maar niet voor lang. Madame Ronald Jean-Baptiste nam het rugzakje af en gaf het aan een ander kind. Zo gaat dat hier. Bij ons is het normaal dat iedereen naar school kan gaan, maar in Haiti is dat nog steeds een voorrecht van een minderheid. Jongeren willen echt wel vooruit, ze willen dromen verwezenlijken. Wanneer wordt dit ook voor hen gewoon?

Milieu (Chris)

Rookslierten hangen over Port-au-Prince. Tonnen afval gedumpt in de rivierbeddingen van de stad, de geur van brandend afval, varkens die snuffelen tussen het puin .. ik wen er maar niet aan. Het geeft sommige delen van de stad de aanblik van een openbare vuilnisbelt. Het zal de doorsnee inwoner van Port-au-Prince een zorg wezen. Overleven is voor hem de boodschap.

In een stad die op 20 jaar tijd een vertienvoudiging kent van zijn populatie, heeft de overheid de afvalproblematiek lichtelijk verkeerd ingeschat. Staat het zelfs op hun prioriteitenlijstje? Er is niet veel te merken van die eerste schuchtere pogingen van staatswege om vuilnis op te halen. Ik kan er niet bij dat men dit laat gebeuren en laat mij al snel verleiden tot het bedenken van allerlei oplossingen.

Gelukkig verblijven we niet de hele tijd in Port-au-Prince. Na 4 dagen vertrekken we naar het platteland, naar Cap Rouge. Daar is de afvalproblematiek minder schrijnend, maar toch. Het doet raar aan wanneer je merkt dat over het muurtje van het woonerf alle huisafval zomaar wordt weggegooid. Ik ben echt wel bereid mij in te leven in hun leefwereld en leefsituatie, maar dit kost me moeite. Een plastieken fles zomaar wegslingeren over het muurtje, de papiertjes van de meegebrachte chocolade bij elkaar frommelen en achteloos weggooien, glasscherven van een bord zorgeloos neerzetten op het muurtje ... dit gaat mij net iets te ver.

Ik hoop stil dat Vedek dit ooit eens op de agenda zet van hun vergaderingen. Maar ook hier laat ik mij weer verleiden tot het bedenken van oplossingen voor hun problemen.
 

Cultuur (Lut)

Het Creools is op zijn zachtst gezegd een sappig taaltje. Als je het leest kan je het wel verstaan, maar als je moet luisteren, valt het tegen. Toch kom je met 'bonjou' en 'bonswa' al ver. In Cap Rouge groet je iedereen die je weg kruist, of roep je 'bonjou' en 'bonswa' naar de mensen die voor je huis zitten. Meestal hoort er ook een handdruk bij en een kus. Nog nooit zoveel onbekenden de hand geschud en gekust. In Port-au-Prince is het een ander verhaal: in de auto blijven, ramen toe. De sfeer is grimmiger. De kathedraal bezoeken we vanuit de auto. De trap met de 200 treden die Aristide liet bouwen, staat er onafgewerkt bij. Niemand wil geassocieerd worden met hem. Dus blijft het monument zoals het is: niet toegankelijk. “Zijn er in Belgie ook mystieke religies?” vraagt een 17-jarige jongen geinteresseerd. En of ik katholiek ben? Het laken op de weg en de fles ernaast, door ons bestempeld als van de moto gevallen, blijkt een voodootafereel. Wie het laken opraapt, wordt ziek!


Handel (Bernadette)
Enith loopt met me over de markt. Beter gezegd vooruit en ik volg. Ik voel me een beetje opgelaten. Even denk ik eraan hoe de blanken dit vroeger ook met de zwarten deden, ze achter zich aan laten draven.

We stoppen bij een winkeltje. Voor de deur staan mensen te drummen. Ze kijken door het traliewerk naar binnen. Enith stapt kordaat de winkel binnen, de winkel van haar man. Achter in de ruimte staat de molen om maïs te malen. Daar is iemand bezig. Vooraan een muur vol gsm’s die opgeladen worden. Allientin is voor de winkel ijzer aan het bewerken. Het traliewerk is vast door hem gemaakt. Ook de smeedijzeren deuren van de kiosk zijn zijn werk. “Ik ben een goede vakman,” vertelt hij me, “maar mijn werk verkoopt niet want de mensen hebben geen geld.” Als ik op de markt rondkijk, weet ik wat hij bedoelt. De bouillonblokjes worden hier per stuk verkocht.

De winkel van Allientin, drie in één, allemaal binnen één familie. Zij zijn bij de gelukkigen.

Vrouwenzaken (Annemie)

Wat zou Haïti zonder vrouwen zijn? Ze zijn met velen, zo’n 60% van de bevolking. Ik heb vele trotse mooie vrouwen gezien. Soms met een argwanende blik: “Wat loopt die blanke vrouw hier te doen?” Dan weer belangstellend, maar ook met een breed lachend gezicht. Ze proberen te overleven in een wereld die niet altijd vrouwvriendelijk is. Ze werken hard als boerin, als marktkaamster, als (alleenstaande) moeder van een kroostrijk gezin, als studente in de miljoenenstad Port-au-Prince, als kapster of als restavek (huisslaaf). Vrouwen van Haïti, in mijn korte bezoek aan jullie land voelde ik me als vrouw en moeder vaak met jullie verbonden.

Infrastructuur (Stefaan)

De weg naar Cap Rouge ligt erbij alsof er een oorlog heeft gewoed. Het lijken bomkraters, de putten in de weg. Hier en daar is het wegdek verdwenen in de afgrond. Geen auto of vrachtwagen kan er nog voorbij. Drie opeenvolgende orkanen hebben het bergdorpje zo goed als onbereikbaar gemaakt. Wat van de oogst overblijft, blijft onverkocht. De prijs van aangevoerde goederen, is in de hoogte geschoten. Zelfs de natuur lijkt de boeren van dit landje niet goed gezind. Waarvan het schoolgeld te betalen, nu de bananen vernield zijn, nu koeien en varkens verdronken in de ravijn? Hoog op het plateau wordt een weg aangelegd voor een gsm-operator. Een mooie, berijdbare weg, naar een onbereikbare, nutteloze plek. Een rode loper voor een multinational. Orkanen sparen hun zendmasten. Ze verkiezen palmbomen en bananen. Soms lijkt het of alles en iedereen tegen dit land samenzweert. En toch plant de boer bonen en op de velden groeien weer nieuwe bananen. Kon ook de hemel het maar geloven: 'Haïti heeft ook talent'.

 

Untitled Document

nieuwsbrief facebook you tube twitter

Deodora_goudmijn

Blogs - Geluiden uit het Zuiden

>> Lees alle blogs

Aanmelden