Herziening mijncontracten beslissend voor Congo
(10-03-2008)Meer dan economisch en geopolitiek steekspel
Dat de Congolese regering een interministeriële commissie heeft ingesteld om de mijncontracten te herzien, is mede het resultaat van een lange en intensieve campagne van een coalitie van Congolese en internationale ngo's. Broederlijk Delen is een van de drijvende krachten geweest achter deze campagne. Onder de noemer 'A Fair Share for Congo' hebben we de aandacht van beleidsmakers en publiek op de onrechtvaardigheid van een groot aantal mijn- contracten gevestigd. De herziening van de contracten is daarom ook een bewijs van de groeiende kracht van de transnationale civiele maatschappij. In een zich snel globaliserende wereld vormen internationale netwerken van ngo's een steeds belangrijker tegenwicht tegen de toegenomen macht van multinationale ondernemingen.
Maar er kunnen ook andere redenen worden aangehaald voor de beslissing van de Congolese staat om contracten te herzien. Zo speelde de wetenschap dat bereidwillige nieuwe economische partners staan te springen om te investeren in de Congolese mijnbouw zonder twijfel een rol. De Congolese contractherziening kan daarom ook gezien worden in het licht van het afkalven van de traditionele dominante positie van westerse bedrijven in Afrika.
Dubbele testcase
Het is verre van zeker of deze ontwikkeling uiteindelijk ten goede zal komen aan de lokale bevolking. Grotendeels zal het ervan afhangen of nieuwe deals met voldoende transparantie afgesloten worden. Indien de Congolese staat in zijn onderhandelingen niet kiest voor het algemeen belang van de Congolese bevolking, dreigen de nieuwe contracten niet meer op te leveren dan de contracten die in het verleden werden afgesloten met westerse bedrijven. Het herzieningsproces zou een maat voor niets kunnen worden.
De herziening van de mijncontracten kan worden beschouwd als een dubbele testcase. Ten eerste is ze een belangrijke graadmeter voor de wil van de nieuwe regering om in de economische sector tot goed bestuur te komen. Terwijl bestuur in Congo traditioneel gezien notoir slecht is, heeft de mijnbouwsector daarin altijd de kroon gespannen. Het afsluiten van deals achter gesloten deuren, smeergeld van duizelingwekkende proporties en de losse interpretatie van contractuele verplichtingen is eerder regel dan uitzondering. Ondanks het advies van onder meer de Lutundula-commissie en adviseurs van de Wereldbank om een moratorium in te stellen op het afsluiten van nieuwe mijncontracten, werden onder Joseph Kabila's hoede toch weer nieuwe deals gesloten. Een in het oog springend voorbeeld is het megacontract met Tenke Fungurume Mining, dat in september 2005 met grote haast en een gebrek aan transparantie getekend werd.
Dat alles gebeurde onder het oog van de internationale gemeenschap. Het is duidelijk dat die tijdens de transitieperiode de prioriteit gaf aan het handhaven van het wankele machtsevenwicht tussen de voormalige rebellenentiteiten waaruit de transitieregering was opgebouwd. Die focus op stabiliteit is ten koste gegaan van het bevorderen van goed bestuur, voornamelijk in de economische sector. Op die manier hebben de transitieleiders de Mobutistische traditie van neopatrimonialisme en corruptie ongehinderd voort kunnen zetten.
Geloofwaardigheid
De herziening van de mijncontracten ten gunste van de Congolese bevolking is daarom ook een vuurproef voor de intentie van de internationale gemeenschap om een democratische en transparante ontginning van natuurlijke rijkdommen in Congo mogelijk te maken. Door haar passieve houding ten aanzien van de ongecontroleerde handel in grondstoffen die de conflicten in het oosten gevoed heeft en de dubieuze economische praktijken van de transitieleiders, heeft zij echter een groot deel van haar geloofwaardigheid op dit gebied verspeeld. Ook het relatief geringe enthousiasme waarmee ze het herzieningsproces tot nu toe heeft onthaald, doet vrezen dat haar engagement om van de mijnbouw een motor van duurzame ontwikkeling te maken hoofdzakelijk retorisch is.
Streep
Bij de herziening van de mijncontracten staat dus veel meer op het spel dan alleen politieke en economische belangen. In veel opzichten is dit proces beslissend voor de toekomst van Congo. Het is een unieke kans om een streep te trekken onder het verleden en de Congolese bevolking eindelijk te laten profiteren van de opbrengsten van de rijke bodemschatten die haar toebehoren. Vanuit een breder perspectief is de herziening van de mijncontracten ook een deel van de wereldwijde strijd om de activiteiten van multinationals in ontwikkelingslanden te reguleren. De herziening van contracten die afgesloten zijn tijdens oorlogen of onder niet democratisch verkozen regimes zou een standaardpraktijk moeten worden.

