Haitiaanse ngo-delegatie brengt verslag uit over huidige situatie in Haiti

(14-09-2007)

Een Haïtiaanse delegatie van vier ngo vertegenwoordigers is momenteel in Brussel. Tijdens een persconferentie op Broederlijk Delen gaven de leden van de delegatie (dhr. William Thelusmond (Centre de Recherche et d'Action pour le Développement), mevr. Maggy Mathurin (Plateforme Sécurité Alimentaire), mevr. Carole Pierre Jacob (Solidarité des Femmes Haïtiennes) en mevr. Redna Merlus (Centre de Promotion des Femmes Ouvrières) een stand van zaken over de huidige toestand in Haïti. Meteen verwoordden ze ook de eisen van de 50 basisorganisaties en –bewegingen die zij in Haïti vertegenwoordigen, en die ijveren voor mensenrechten, onderwijs en een gelijkekansenbeleid, en voedselveiligheid. Een uitgebreide transcriptie van de persconferentie vindt u hieronder.

De persconferentie begint met een welkomstwoord van Karel Ceule (BD), waarna Xavier Jadoul van Entraide et Fraternité kort schetst wat de Coördinatie Europa-Haïti inhoudt.

De CoEH ontstond in 2002 in België, omdat een aantal organisaties vonden dat er nood was aan overleg. Geleidelijk aan heeft het netwerk zich uitgebreid, en het omvat nu 60 organisaties in 8 Europese landen:  België, Nederland, Frankrijk, Engeland, Duitsland, Ierland, Spanje en Zwitserland.

In Haïti bestaat een gelijkaardig netwerk, de ‘Coordination Haïti-Europe’. Van de vierkoppige delegatie die zij naar Europa hebben gestuurd, zijn er vandaag drie mensen aanwezig:
dhr. William Thelusmond (Centre de Recherche et d'Action pour le Développement), mevr. Carole Pierre Jacob (Solidarité des Femmes Haïtiennes) en mevr. Redna Merlus (Centre de Promotion des Femmes Ouvrières).

Redna Merlus neemt eerst het woord, en geeft een woordje uitleg over de ‘Coordination Haïti-Europe’. Dat netwerk ontstond in 2005, en verenigt een 50-tal organisaties die actief zijn op tal van gebieden, waaronder onderwijs, voedselsoevereiniteit, vrouwenrechten en conflictbeheersing. Rode draad doorheen dit alles is de verdediging van de mensenrechten.

Haïti na een jaar Préval 

Carole Pierre Jacob gaat dieper in op de huidige situatie in Haïti, nu de regering van René Préval er ongeveer een jaar aan de macht is. Er is momenteel sprake van een relatieve vrede in het land, en ook de onveiligheidssituatie is verbeterd, maar op economisch en sociaal vlak is er weinig tot niets veranderd.
Na de verkiezingen van 2006 werd er een coalitieregering geïnstalleerd en werd het parlement in ere hersteld. Er is echter op dit moment nog geen sprake van politieke stabiliteit, en het politieke evenwicht dat vandaag bestaat, is nog heel wankel.
Er worden wel initiatieven genomen om de wetgevende en rechterlijke macht te versterken, maar de sociale ongelijkheid wordt niet aangepakt.

De regering neemt vooral economische maatregelen, onder druk van het IMF en de Wereldbank. Zij hebben aan hun steun namelijk voorwaarden verbonden, waaronder het intomen van de inflatie. Als gevolg zijn de uitgaven in de openbare sector heel beperkt en worden heel wat overheidsbedrijven geprivatiseerd.
Naast de internationale akkoorden heeft de Haïtiaanse regering ook regionale akkoorden afgesloten, onder meer met Venezuela (Pétrocaribe) en met Cuba (rond gezondheidszorg).
Helaas voelt de Haïtiaanse bevolking nauwelijks de effecten van die economische initiatieven. Het werkloosheidscijfer bedraagt 70%, en grote groepen mensen hebben nog steeds geen toegang tot drinkbaar water, transport of elektriciteit.

Ook op het vlak van mensenrechten is de toestand abominabel. Er heerst een gevoel van straffeloosheid, omdat bijvoorbeeld moorden op landbouwers onbestraft blijven, en ook de moorden op journalisten onder de vorige regering blijven onopgelost. De regering heeft wel een systeem opgezet van langdurige preventieve aanhoudingen, maar dat werkt willekeur in de hand.

Tot slot is er ook de schrijnende realiteit dat 8 op de 10 Haïtiaanse vrouwen geconfronteerd worden met geweld (fysiek en/of seksueel) en dat er nog geen wettelijk kader bestaat om daar tegenin te gaan.

Voedselsoevereiniteit  

William Thelusmond geeft een woordje uitleg bij het streven van het CRAD naar voedselsoevereiniteit en beter onderwijs.
56% van de Haïtianen moet rondkomen met minder dan 1 dollar per dag, en 16% heeft minder dan 2 dollar per dag. De kindersterfte bij kinderen jonger dan 5 jaar ligt hoog, met 125 sterfgevallen per 1000. Van de jonge moeders sterven er 523 per 100.000.
Omdat de regering voorlopig in gebreke blijft om de situatie te verbeteren, neemt de bevolking zelf initiatieven.
 
Sinds de jaren ’80 hebben de beleidsmakers in Haïti zich tegen de landbouw gekeerd. De invoerrechten zijn in die periode gedaald van 50% naar 3%, en het IMF wil niet dat de Haïtiaanse landbouw wordt gesubsidieerd.
Als gevolg daarvan wordt Haïti steeds meer afhankelijk van voedsel uit het buitenland. Waar het land begin jaren ’80 nog voor 80% zelfvoorzienend was,  is dat cijfer nu gedaald naar 30 of 40%.
De invoer van voedsel uit het buitenland is verdrievoudigd. Enkele concrete voorbeelden: de invoer van rijst is in 15 jaar tijd vermenigvuldigd met 2.200; Haïti, dat vroeger suiker exporteerde, importeert nu 120.000 ton suiker per jaar; en het aandeel van geïmporteerde kippen is gestegen van 5% naar 60%.
Dat is allemaal het gevolg van het neoliberale beleid van de regering van Haïti heeft aangenomen, onder druk van onder meer het IMF, de Wereldbank en de VS.
De economische samenwerkingsakkoorden die nu bestaan tussen de EU en Haïti zijn iets meer gericht op ontwikkeling, maar ze lijken soms nog te veel op de vrijhandelsakkoorden met de VS. De Haïtiaanse organisaties willen dat daar verandering in komt, want anders zal de landbouw in Haïti nog veel meer onder druk komen te staan. Een oplossing kan zijn om de regionale integratie aan te zwengelen.
In de onderhandelingen met de EU ligt er veel nadruk op steun aan infrastructuur, maar de Haïtiaanse organisaties zijn het daar niet mee eens – de nadruk zou moeten liggen op landbouw.
Gelukkig krijgen ze veel steun van hun bondgenoot, de Coördinatie Europa-Haïti.

Onderwijs 

Ook het onderwijs heeft in Haïti een weinig benijdenswaardige positie. Meer dan 500.000 kinderen hebben nog nooit een voet in een schoolgebouw gezet, en 800.000 kinderen gaan slechts sporadisch naar school. Als gevolg is het analfabetisme in Haïti heel hoog, wat dan weer sociale uitsluiting in de hand werkt.
Bovendien ontsnapt ook het onderwijs niet aan de privatiseringsgolf – 92% van de scholen zijn privéscholen, en 85% van de Haïtiaanse kinderen gaat naar zo’n privéschool. Omdat de staat te weinig investeert in openbaar (en gratis) onderwijs, neemt de bevolking ook hier zelf initiatieven. Noch de staat, noch de privésector willen investeren in informeel onderwijs, maar gelukkig zien ngo’s en andere organisaties daar wel het nut van in.

De oplossingen voor deze problemen situeren zich zowel op korte als op lange termijn. Structureel gezien is het belangrijk dat Haïti de beschikbare middelen niet langer moet gebruiken om schulden af te lossen, maar wel om te investeren in eigen land. Op korte termijn moet de scholingsgraad snel uitgebreid worden. Het recht op gratis onderwijs voor iedereen staat ingeschreven in de Haïtiaanse grondwet, en het maakt ook deel uit van de Millenniumdoelstellingen. De regering heeft weliswaar enkele alfabetiseringsprogramma’s uitgewerkt, maar het is maar de vraag of die iets zullen uithalen. Gelukkig kan de Haïtiaanse bevolking nu rekenen op steun uit Europa en België.

De situatie van de werknemers in Haïti 

Redna Merlus gaat dan dieper in op de situatie van de werknemers in Haïti. Als gevolg van de vele voorwaarden die verbonden zijn aan de bilaterale en multilaterale akkoorden, stelt de regering alles in het werk om de industrie te stimuleren. Heel wat bedrijven zijn actief in de onderaanneming, en hun werknemers hebben te lijden onder slechte arbeidsvoorwaarden en dito levensomstandigheden. Het is zelfs zo erg dat je zou kunnen spreken over ‘verholen slavernij’. Vele werknemers krijgen het minimumloon van 70 gourdes (1,56 euro) voor een werkdag van 8 uur. Bovendien is er ook een grote onzekerheid. Heel wat arbeidscontracten zijn mondeling, waardoor de werknemers kwetsbaarder zijn voor misbruiken en hun rechten niet worden gerespecteerd. De regering heeft wel regels opgesteld, maar die worden massaal met de voeten getreden. Bovendien leidt de internationale concurrentie ertoe dat bedrijven dichtgaan, waardoor de werknemers worden afgedankt, zonder enige vorm van compensatie.

De arbeiders (eigenlijk arbeidsters, want 72% van hen zijn vrouwen) hebben niet enkel nood aan een technische opleiding (om het risico op ongevallen te verkleinen), maar ook aan meer hygiënische werkomstandigheden en een betere bescherming tegen (seksueel) misbruik.
Er bestaan wel vakbonden, maar wie zich bij hen aansluit, riskeert vaak z’n job, en de meeste vrouwen (die vaak hun gezin moeten onderhouden) willen dat risico niet nemen. En hoewel de vrouwen oververtegenwoordigd zijn op de werkvloer, bij de arbeiders, vindt men hen nauwelijks terug bij het administratieve personeel.

De staat heeft zich wel voorgenomen om extra banen te creëren met de HOPE-wet, maar het gaat daarbij enkel om kwantiteit – de arbeidsvoorwaarden blijven slecht. De staat heeft vooral oog voor de economische liberalisering, en doet niets om de uitbuiting van de werknemers tegen te gaan.

De eisen van de Haïtiaanse organisaties hieromtrent zijn duidelijk: betere werkomstandigheden, meer slagkracht voor de vakbonden, meer reglementering (en controles om na te gaan of de regels niet overtreden worden) en meer bescherming (onder meer ziekteverzekering). Daarnaast moet de landbouw hergestructureerd worden, zodat minder landbouwers naar de stad vluchten en zo de werkloosheidscijfers aandikken. Tot slot is er nood aan meer opleiding – niet enkel op het technische vlak, maar ook op het vlak van mensenrechten.
De EU wordt aangespoord om haar hulp aan Haïti te koppelen aan bovenstaande eisen.

Vragen aan de delegatie 

Greet Schaumans: Wat is de HOPE-wet?
Redna Merlus: Dat is een overeenkomst tussen enerzijds de VS en anderzijds Haïti en de Dominicaanse Republiek, die zou moeten leiden tot de creatie van 50.000 banen in Haïti en 20.000 banen in de Dominicaanse Republiek. Keerzijde van de medaille is dat Haïti zijn markt moet openstellen voor Amerikaanse producten (door lagere invoerrechten), maar anderzijds de eigen producten niet kwijtraakt op de internationale markt. Bovendien heeft de Haïtiaanse landbouw erg te lijden onder de toegenomen industrialisering: in de grensstreek tussen Haïti en de Dominicaanse Republiek wordt steeds meer landouwgrond opgeofferd om er fabrieken te bouwen.
Het principe van delokalisering bevoordeelt vooral de multinationals. Bovendien zijn zij voor de bouw van nieuwe fabrieken op zoek naar landen met een stabiel politiek en economisch klimaat – iets wat in Haïti zeker nog niet het geval is. Vraag is dus hoeveel jaren het zal duren om die 50.000 banen te creëren, en onder welke voorwaarden dat zal zijn.

Xavier Jadoul: Wat was uw indruk van het bezoek aan het Europees Parlement gisteren (12 september)?
Carole Jacob: We hadden zeker het gevoel dat er naar ons werd geluisterd. Het hoofd van de EU-delegatie in Haïti was ook aanwezig, en hij heeft voor de aanwezige parlementsleden een accuraat beeld geschetst van de situatie in Haïti. Hij heeft ook gezegd dat er een positieve evolutie gaande is, die kan uitmonden in een structurele samenwerking.
William Thelusmond: Het Europees Parlement erkent het  potentieel van Haïti, en de vitaliteit die uitgaat van de bevolking. Het zou echter verkeerd zijn mocht de EU ook eisen dat Haïti zijn markt openstelt. Het land heeft inderdaad nood aan een versterking van de instellingen en de staatsstructuur, maar de EU legt te veel nadruk op infrastructuurwerken, en dan soms zelfs nog de verkeerde nadruk. Zo werd er Europees geld geïnvesteerd in de aanleg van een weg tussen Haïti en de Dominicaanse Republiek, terwijl er meer nood is aan goede verbindingswegen tussen Port-au-Prince en de verschillende regio’s in Haïti.
Wat voor de Haïtianen ook van groot belang is, is dat de Minustah (internationale troepenmacht) zo snel mogelijk het land verlaat, en dat er een concreet schema voor de terugtrekking wordt opgesteld.

Karel Ceule: Wat moet de Haïtiaanse regering doen voor de landbouw?
Carole Jacob: De regering moet van de landbouw een prioriteit maken. Op dit moment is 65% van het nationale budget afkomstig van internationale steun, en die richt zich nog veel te weinig op landbouw. De EU focust zich nu op de versterking van de staat, de infrastructuur en onderwijs – dat is uiteraard een belangrijke hefboom voor ontwikkeling. De landbouwsector wordt echter over het hoofd gezien, en Haïti is niet in staat om die sector alleen te ontwikkelen.
De Haïtiaanse regering int, dankzij de economische groei, steeds meer belastingen, maar dat geld wordt niet geïnvesteerd in eigen land. Momenteel wordt 50 miljoen gourdes ‘gereserveerd’ om de inflatie in te perken, zoals het IMF eist. Eigenlijk leiden het IMF en de Wereldbank het land, en heeft de regering zelf weinig te zeggen.
William Thelusmond: De regering moet de irrigatie uitbouwen, zodat de productie verhoogt, kredieten verlenen aan landbouwers, en de invoerrechten weer verhogen, zodat de eigen markt beter wordt beschermd.
Carole Jacob: De meeste Caribische landen heffen 30% invoerrechten, terwijl die in Haïti maar 3% bedragen. Hogere invoerrechten betekenen ook meer geld voor de Haïtiaanse regering, dat dan geïnvesteerd kan worden.
William Thelusmond: Er zijn momenteel veel organisaties die vechten voor voedselsoevereiniteit, met de hulp van organisaties uit Europa. Belangrijk is wel dat de EU de ‘juiste’ steun verleent, en gelukkig kunnen ze rekenen op de Coördinatie Europa-Haïti, die in dat opzicht belangrijk lobbywerk verricht.
Greet Schaumans: Enkele maanden geleden heeft de EU onrechtstreekse steun toegezegd aan de Haïtiaanse landbouwsector.
Carole Jacob: Haïti wordt een ‘état fragile’ genoemd, wat de indruk geeft alsof de Haïtianen zelf weinig capaciteiten hebben. Als gevolg daarvan wordt er wel humanitaire hulp verleend, maar de Haïtianen willen niet afhankelijk worden van derden en willen dat de hulp wordt omgebogen in samenwerking.

 

Untitled Document

nieuwsbrief facebook you tube twitter

Deodora_goudmijn

Blogs - Geluiden uit het Zuiden

>> Lees alle blogs

Aanmelden