Het Goldstone-rapport: gelezen en geklasseerd?

(22-03-2010 - Jos De Wit)


Goldstone 2009: een naam als een klomp goud. Een naam die zowat overal ter wereld synoniem was voor: objectiviteit, een grondige aanpak, sereen, geen goedkoop noch snel succes najagen en ga zo maar door. Een naam waar veel Israëli’s fier over waren omdat hij gedragen werd door iemand die tot hun geloofsgemeenschap behoorde en in een land zoals Zuid-Afrika de waarheid mee had helpen openbaren.


Goldstone 2010: een naam die voor een groot deel van het Westen een behoorlijk deel van alles wat hem werd toegewezen kwijt is. Een naam die in Israël geassocieerd wordt met verraad aan de eigen geloofsgemeenschap.
Wat ligt er tussen die twee jaartallen? 22 dagen oorlogvoering in de smalle landstrook genaamd Gaza. 22 dagen waar één van de best uitgeruste legers ter wereld een gemeenschap van meer dan 1 miljoen Palestijnen bestookte. 22 dagen van uitzichtloos leed, vooral menselijk, dat nu meer dan een jaar geleden nog in al zijn schrijnende pijn zichtbaar is.


Maar wat ligt er aan de grondslag van deze ommekeer in appreciatie, misschien in belangrijke mate ook perceptie? Wat volgt is een schamele poging om de achtergrond van deze ommezwaai van 180° in de houding van het Westen en vooral Israël te doorgronden.

 


In Israël is er een uitgesproken behoefte aan veiligheid. Israël is bereid tot het betalen van een hoge prijs om deze veiligheid te bekomen. Het is bereid tot verdere isolatie in de regio om deze veiligheid concreet vorm te geven. Het zet zijn politiek van miskenning van de Palestijnse buur als evenwaardige burger voort. Het is overtuigd van het eigen grote gelijk in de strijd om deze veiligheid te verzekeren.


Israëli’s en Palestijnen doen zo goed als geen moeite meer om elkaar als buur te leren kennen. Als je elkaar kent of wilt leren kennen, kan er begrip groeien wat aanleiding zal geven tot respect. Het bouwen van de muur is het meest sprekende (maar jammer genoeg lang niet het enige) voorbeeld van de wijze waarop de hedendaagse Israëlische gemeenschap de “buur” letterlijk wil verstoppen (en isoleren). Wat diezelfde Israëlische maatschappij daarmee schijnt te vergeten is dat zij zichzelf op die manier ook isoleert, maar dan eerder van de rest van de wereld.


De Israëlische samenleving vindt zichzelf terug in een bijna onwezenlijk gevoel van “iedereen is tegen ons”. “Dus wij moeten ons verdedigen tegen elkeen wie of waar hij ook woont, én wij moeten het zelf doen.” Maar het gaat steeds verder. De 22–daagse oorlogvoering in Gaza werd door de meeste Israëli’s zonder enige schroom aanvaard als noodzakelijk. In sommige media kon je zelf lezen dat “het werk niet was afgewerkt”. Het ontbreekt deze maatschappij momenteel aan een (democratisch) minimum aan het durven vragen stellen over de handelwijze van de verschillende regeringen die het land al gekend heeft. Kritiek uiten komt over als bedreigend voor de eigen gemeenschap, als verraad aan de Israëlische staat.


Voorgaande is dan ook de onderbouw waarop de Israëlische regering haar reacties op o.a. het Goldstone-rapport baseert. Het Israëlische leger heeft de internationaal geldende regels niet geschonden, want die zouden niet zijn aangepast en dus niet toepasbaar zijn in de hedendaagse conflictvoering. Israël matigt zich de autoriteit aan de bestaande internationale rechtsregels in vraag te stellen. In een kleine zijsprong moeten wij hier volledigheidshalve aan toevoegen dat de regering Bush in de nadagen van 9/11 een zelfde redenering voerde in tal van wetten die door het Congres gejaagd werden in de zogenaamde “war against terror”.


Nog aangenomen dat je deze houding van zich bedreigd en niet begrepen voelen kan  begrijpen van de Israëlische inwoners van de staat Israël. Die werd opgericht in 1948 en is sindsdien in een (voorlopig) niet eindigende reeks conflicten betrokken met zijn directe buren en onrechtstreeks een behoorlijk deel van de wereldopinie.


Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat Israël er zich zelf geen dienst mee bewijst, iedereen die een poging tot kritische vraagstelling doet nu en altijd het etiket op te kleven van verrader. Deze maatschappij is in staat een objectieve kritische houding te ontwikkelen die haar in staat stelt de patstelling die nu ontstaat en zichzelf kunstmatig blijft voeden te doorbreken.


Ondertussen verdient het aanbeveling het Goldstone–rapport grondig te blijven lezen en de aanbevelingen ervan ernstig te nemen. Ook al weet zelfs VN secretaris-generaal Ban-Ki-Moon er nu nog geen blijf mee. Maar het is positief dat het Europees parlement, ondanks verwoede pogingen van de Israëlische regering om dit tegen te houden, een resolutie stemde om dit te ondersteunen.  Zo ondergaat het Goldstone-rapport niet de verwachtingen die andere rapporten al zo vaak mochten ondergaan: gelezen en geklasseerd.

 

Jos De Wit, vrijwilliger Broederlijk Delen-Pax Christi Vlaanderen

 

Untitled Document

nieuwsbrief facebook you tube twitter

Deodora_goudmijn

Blogs - Geluiden uit het Zuiden

>> Lees alle blogs

Aanmelden