Gewetensbezwaar in Colombia
(30-11-2007)Na de middelbare school wacht alle 18-jarige jongens in Colombia een jaar verplichte legerdienst. Dit is geen lachertje in een land dat al decennialang lijdt onder een gewapend conflict. Veertien Colombianen per dag verdwijnen of worden vermoord door militaire groeperingen. In 75% van de gevallen is de staat daarvoor verantwoordelijk. Veel jongeren weigeren dan ook om de wapens op te nemen in naam van hun vaderland.
Daar hangen echter zware consequenties aan vast. Na je dienstplicht krijg je immers een ‘libreta militar’, een soort militaire identiteitskaart. Zonder dit bewijsstuk wordt je niet toegelaten op de universiteit en is het onmogelijk legaal te werk gesteld te worden. Je tekent als het ware je eigen maatschappelijk doodsvonnis, of ‘muerte civil’, als je om één of andere reden niet in het leger kan of wil dienen. Zonder militair paspoort beland je in de illegaliteit en worden elementaire mensenrechten, zoals recht op onderwijs en op werk je ontnomen.
‘Je geld of je legerdienst’.
Sinds 1993 bestaat er een wet die uitzonderingen bepaalt voor de dienstplicht in Colombia. Als enig kind, familielid van oorlogsslachtoffers, lid van een inheemse of religieuze gemeenschap ben je vrijgesproken van legerdienst. Ook het universele recht op gewetensbezwaar werd opgenomen in de grondwet. Nu blijkt de letter van de wet in beide gevallen machteloos in de Colombiaanse realiteit. Eerst en vooral wordt de bevolking bij de inlijvingsprocedure niet op de hoogte gebracht van de bestaande uitzonderingregels en het recht op gewetensbezwaar. Jongens die zich toch beroepen op dit grondwettelijk vastgelegde recht worden vervolgd, gedwongen gerekruteerd of opgesloten. En dat alles terwijl Colombia de internationale akkoorden over recht op gewetensbezwaar mee ondertekend en geratificeerd heeft.
Alles heeft natuurlijk een prijs, zelfs een militaire identiteitskaart. Vanaf 500€, en met de juiste contacten binnen het leger, ben je na een uurtje in het bezit van het bewijs van een jaar legerdienst. Deze corrupte praktijk is een aardige bijverdienste voor legerofficiers en –generaals, die dan ook grote tegenstanders zijn van het recht op gewetensbezwaar. De overheid lijkt die mening te delen. Zij vrezen vooral dat ze hun legerrangen niet langer gevuld krijgen als jongeren kunnen kiezen voor alternatieven voor de legerplicht.
Jongeren voor geweldloosheid.
Lucas en Milena zijn twee jongeren die deel uitmaken van het ‘Colombiaans Actiecollectief van Gewetensbezwaar’ (ACOOC) en zijn momenteel op tournee in Europa om hier de bevolking, ngo’s, en beleidsinstanties te sensibiliseren en te motiveren om hun acties op te volgen en te ondersteunen. Ze hopen op die manier meer gehoor te krijgen bij de Colombiaanse autoriteiten. Broederlijk Delen houdt nauw contact met de ACOOC en volgt hun acties en evoluties op de voet. De ACOOC is een jongerengroep uit Bogotá die opkomt voor geweldloosheid en gewetensvrijheid. Ze begeleiden jonge gewetensbezwaarden en hun families, brengen hen samen in affiniteitsgroepen en bieden hen juridische en psychosociale bijstand. Daarnaast hebben ze ook een ‘identiteitskaart voor gewetensbezwaarden’ ontworpen als tegenhanger van het militaire paspoort. Naast het bieden van een identiteit aan gewetensbezwaarden moet de kaart ook tonen dat de persoon in kwestie niet alleen staat, dat er een hele werking en beweging achter schuilgaat. De jongere die bijvoorbeeld illegaal gerekruteerd wordt, kan zo tonen dat de zaak gevolgen kan krijgen. Internationale steun aan het initiatief kan ervoor zorgen dat de kaart nog meer aanzien wekt. Het logo van de VN dat nu al op de kaart prijkt, heeft al bewezen voor enige terughoudendheid te zorgen bij de verschillende gewapende actoren in Colombia bij het illegaal rekruteren van jongeren.
De klachten die de ACOOC binnenkrijgen zijn uiteenlopend. Vele jongeren zitten een gevangenisstraf uit omdat ze gewetensbezwaarde zijn, anderen worden gemarteld en/of gedwongen gerekruteerd, in conflictzones waar het leger sterker aanwezig is, kaapt het regeringsleger jongeren al onder de 18 jaar en zonder de wettelijke inschrijvingsprocedure weg uit hun dorpen. ‘Deze willekeur is nog veel groter in het rekruteringsproces van de paramilitairen en de guerrilla,’ zegt Milena. ‘Gezien de absolute illegaliteit waarin zij opereren kunnen we daar niet op zoek gaan naar sociale, economische of juridische alternatieven voor de rekrutering. Daar rekenen we vooral op de impact van de identiteitskaart van gewetensbezwaarde die de internationale tegenstand tegenover dergelijke praktijken weergeeft’.
De verregaande militarisering van de Colombiaanse maatschappij maakt van de burgerbevolking militaire doelwitten. Alle gewapende partijen handelen vanuit de veronderstelling dat wie niet met hen is, tegen hen is. De gevolgen daarvan zijn betreurenswaardig: jongens die hun legerplicht volbracht hebben, worden na de terugkeer naar hun dorp bedreigd door guerrillero’s, de regering pakt gewetensbezwaarden hardhandig aan en beschuldigt hen ervan mee te heulen met de FARC, en geweldloze vredesgemeenschappen worden zowel door de regering, de paramilitairen en de guerrilla geviseerd. Het belang van het werk van jongeren als Lucas en Milena is des te groter in een sterk gemilitariseerde maatschappij waar neutraliteit en pacifisme afgestraft worden.

