De Gazastrook: geen natie van bedelaars!
(04-06-2008)Een bezoek aan de Gazastrook is altijd een verrassing. Eerst en vooral is het een hele onderneming om er te geraken. Gaza bevindt zich op anderhalf uur reizen van Jeruzalem, maar het gebied lijkt er lichtjaren vandaan. De onderneming start met de lange administratieve procedure bij het Israëlische leger dat de toegang goedkeurt of weigert. Later is er de doortocht door het checkpoint van Erez, een akelige terminal die volgens een geroutineerde bezoeker ‘de ziel uit je lijf zuigt zoals Harry Potter’s dementors’. Uiteindelijk beland je aan de andere kant, tussen de kilometerslange ruïnes van een vernielde industriële zone, die ooit de hoop op Israëlisch-Palestijnse samenwerking moest belichamen. Maar alle praktische problemen en ellende ten spijt, wordt de bezoeker verrast door de ontzettende veerkracht van de Palestijnen. De Gazastrook is geen vergeetput waar de bevolking haar lot lijdzaam ondergaat. Onze gesprekspartners verbazen ons met hun scherpe inzichten en onwil om te verworden tot een natie van bedelaars.
Geweldloos verzet in een kwetsbare omgeving
Recent wordt de Gazastrook geassocieerd met armoede, extremisme en hopeloosheid. Onze plaatselijke partners bevestigen dat de situatie nog nooit zo erg was, maar wijzen ons ook op het echte, geweldloze, verzet dat de meerderheid van de bevolking dagelijks biedt aan de Israëlische bezetting en de recente blokkade. ‘Jullie associëren de Gazastrook met bittere armoede, maar vergeten dat de economie hier tien jaar geleden bloeide’, zegt Omar van de Catholic Relief Services. ‘We voerden hightech, meubelen en landbouwproducten uit. En nu kunnen we niet overleven zonder voedselhulp. 90% van de bevolking is afhankelijk van hulp van buitenaf. Toch proberen we met het middenveld wanhopig om een onomkeerbare crisis af te wenden.’
Onze partnerorganisatie Theatre Day Productions toont wat dit concreet inhoudt. Ze biedt jongeren via toneel een uitweg uit de mentale verstikking. We wonen drie repetities bij van groepen jongeren die worden getraind als animatoren. Zij worden tijdens de zomervakantie ingezet in de ‘zomerspelen’ die de VN-vluchtelingenorganisatie UNWRA organiseert voor meer dan 200.000 kinderen. We zien sterke, zelfzekere jongeren die hun verbeelding en talenten gebruiken om te vechten tegen het constante geweld. Animatrice Hibba getuigt: ‘Toneel gaf me de kracht om mezelf te leren verdedigen en om te gaan met mijn omgeving. Thuis of op straat kunnen bepaalde zaken niet die hier wel mogelijk zijn. Soms wil je rennen en verlang je naar ruimte, maar die is er niet. Hier kom je toe en kan je vanalles doen. Toneel spelen geeft innerlijke vrede en positieve energie.’
Je kan niet anders dan versteld staan van de inzet en inventiviteit van deze mensen. ‘Onze kinderen spelen te weinig, ze staan bloot aan extreem geweld en zijn vaak ook zelf gewelddadig’, zegt artistiek leider Rafat. Het is een verademing dat we hen iets kunnen bieden en zij leren ons veel door te tonen wat in hen leeft’. Ter illustratie krijgen we een animatiefilmpje te zien gemaakt door meisjes tussen 7 en 10 jaar oud. De thema’s zijn huiselijk geweld, de incursies van het Israëlische leger en het interne geweld. ‘Dat is nu eenmaal de realiteit van Gaza, daar kunnen wij niets aan veranderen. Zo werd één van de meisjes die meewerkte aan dit filmpje gedood toen het leger de school in Beit Lahiya beschoot’, vertelt animatrice Nawal. Nadat ze dit vertelt, gaan haar collega’s enthousiast door over een voorstelling die ze in Nederland en België zullen geven. Als ze eruit geraken. Hun onbewogen houding, is de enige manier om er psychisch niet onderdoor te gaan.
Hamas moet rekenschap afleggen
Het Palestinian Center for Human Rights regelt een bezoek met één van de leiders van Hamas. Bassam Nai’m, is de minister van gezondheid, jeugd en sport. De organisatie wordt internationaal geïsoleerd, voornamelijk omdat ze het geweld tegen Israël niet wil afzweren en mede verantwoordelijk is voor het afvuren van Qassamrakketten. Verschillende landen, zoals Frankrijk, spreken echter met Hamas om de organisatie aan te sporen, een wapenstilstand aan te gaan. Die zou er volgens waarnemers ook weldra komen.
Voor het eerst praten wij met een vertegenwoordiger van de organisatie omdat Hamas de facto de macht heeft in de Gazastrook en daarom ook verantwoordelijkheden heeft. In onze visie moet Hamas worden aangespoord om rekenschap af te leggen, aan de Palestijnse bevolking, maar ook internationaal. Cruciaal hierbij is het respect voor mensenrechten en internationaal humanitair recht aan te moedigen en Hamas te wijzen op zijn verplichtingen. We confronteren Bassam Na’im met een aantal mensenrechtenschendingen: verbod op samenkomst, hindering van rechtsbijstand, enz. Daarnaast benadrukken we dat Hamas gebonden is door het internationaal humanitair recht en dat de aanvallen tegen Israëlische burgers onaanvaardbaar zijn.
Zoals verwacht, weigert Bassam Na’im een onderscheid te maken tussen burgers en militairen, omdat Hamas alle Israëli’s als soldaten beschouwt. Een fout die Hamas Israël aanwrijft maar waarop de organisatie zelf niet wil terugkomen. Een regeringswoordvoerder, die er is komen bijzitten, stelt echter dat ‘Hamas stopt met de rakketten als Israël stopt met de incursies en de blokkade’. Hij verwijst hierbij naar de wapenstilstand en het belang van het Arabisch Vredesinitiatief van 2007. Over de mensenrechtenschendingen en de interne orde, zijn beide mannen ontvankelijker. ‘We werken samen met het Palestinian Center for Human Rights en andere centra en staan open voor commentaar. We vragen dat bijeenkomsten en betogingen worden geregistreerd om botsingen tussen de verschillende groeperingen te vermijden, niet om ze tegen te houden.’ Mensenrechtenactivisten denken er anders over.
De christelijke gemeenschap voelt zich geen minderheid
Het bezoek aan christelijke organisaties zoals Caritas en Catholic Relief Services verloopt anders dan verwacht. Gemeenschapsleider Contstantine Dabbagh wijst ons op het feit dat de christenen integraal deel uitmaken van de maatschappij. ‘Jullie mogen ons niet als een aparte gemeenschap beschouwen. Wij voelen ons geen minderheid. Recent zijn er enkele aanvallen geweest tegen christelijke instellingen. Deze zijn een gevolg van de ellende en de wetteloosheid die er in de Gazastrook heerst. Wij zijn niet bang van onze moslimbroeders, wij zijn bang van de aanhoudende blokkade en bezetting. Net zoals de moslims lijden wij onder het gebrek aan levensmiddelen, benzine, onderwijs, bewegingsvrijheid. De internationale gemeenschap moet zich niet om het lot van de christenen bekommeren als wel ijveren voor het einde van de blokkade en de bezetting. Dit zal de christenen en moslims, maar ook Israël ten goede komen.’
De aanwezige organisaties menen dat de blokkade Hamas versterkt. Omar van Catholic Relief Services stelt dat het eenvoudig is voor Hamas en nog extremere organisaties om nieuwe leden te recruteren. ‘In een omgeving waar mensen geen alternatieven meer hebben, zijn dergelijike organisaties aantrekkelijk. Dit komt Israël ook goed uit want zo kan het de hele bevolking als extremisten bestempelen, en de blokkade verlengen. Vijf jaar geleden was het jaarinkomen per inwoner hier 2500 dollar en hoorde je nauwelijks iets over Iran. Met de dalende levensstandaard betekent 100 dollar veel voor een doorsnee Gazaan. Twee derde van de gemeenschap hier, verliet de Gazastrook nog nooit. Twintigers hebben nooit iets anders dan geweld gekend. Dit maakt het gemakkelijk voor Iran en extremistische organisaties om invloed te winnen. De blokkade heeft een nefaste impact. De mensen worden kortzichtig en onverdraagzamer. Het is belangrijk dat kerkelijke organisaties werkzaam zijn in deze conservatieve omgeving.’
De blokkade schaadt niet alleen de Palestijnen, maar ook Israël
Overal waar we komen, horen we het verhaal van de vernielde economie en de sociale gevolgen. De wurggreep waarin Israël Gaza houdt sinds de machtsovername van Hamas in juni 2007, is contraproductief en overbodig. Volgens Hamada van VN-organisatie voor humanitaire zaken OCHA, houdt Israël het gebied bewust aan de rand van de afgrond. ‘Waarom moet het alle grensovergangen dichthouden? Vroeger gingen er dagelijks 700 trucks door de overgang Karni, en nu minder dan 60. Dit vertaalt zich in voedseltekort, totale economische stilstand en gebrekkige infrastructuur en basisvoorzieningen. Meer dan 30% van de bevolking kampt met onregelmatige watertoevoer, van één dag op vier. En zelfs op die ene dag hebben ze maar drie tot vier uur water. Het probleem zou in geen tijd kunnen worden opgelost, mocht Israël de overgangen opnieuw openen. Maar onder het mom van veiligheid wil het maar 1 van de 34 banen van Karni openstellen. Nu gebruikt het de overgang Sufa, hoewel die eigenlijk niet geschikt is.’
Israël heeft veiligheidsnoden en moet zijn bevolking kunnen beschermen. De aanvallen met Qassamrakketten op het zuiden van Israël moeten worden gestopt. Verschillende organisaties stellen echter dat er een directe link is tussen de blokkade en de Qassamrakketten en dat Israël zijn bevolking op deze wijze niet zal kunnen beschermen. Bovendien zijn het niet de gewapende groeperingen die gestraft worden, wel de burgers. De blokkade smoort niet alleen elke huidige vorm van ontwikkeling in de kiem, maar doodt ook het perspectief op een betere toekomst. De bevolking wordt armer en gelooft ook minder in vrede.

