De eerste eis van de liefde is de rechtvaardigheid
(13-03-2008)
Als directeur van de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen in Haïti, volgt Jan Hanssens de politieke situatie ter plaatse op de voet. Karel Ceule, onze persverantwoordelijke, sprak met hem over zijn werk en zijn visie op de situatie van de mensenrechten in Haïti. Het gesprek ontspon zich tot een boeiende reflectie over de relatie tussen geloof en sociale rechtvaardigheid. ‘De eerste eis van de liefde is de rechtvaardigheid’, aldus Jan Hanssens. Daarmee gaat hij in tegen de huidige tendens binnen de Kerk om de liefdadigheid opnieuw naar voren te schuiven.
Commissie Rechtvaardigheid en Vrede
Jan Hanssens, u bent al 34 jaar werkzaam in Haïti in Port-au-Prince als scheutist. Kunt u wat meer over uw werk vertellen?
Sinds een tiental jaar werk ik in de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede in Haïti. De commissie is geen centrale denkgroep, maar ze is vertegenwoordigd in alle DOC’s, in alle bisdommen en zelfs in een 200 tot 240-tal parochies met lokale groepen. Het zijn dus telkens een tien- à twintigtal mensen, die geregeld vanuit hun christelijke motivatie en geloofsovertuiging bijeenkomen en nadenken over de situatie van de mensenrechten in hun eigen omgeving. Ze doen ook aan vorming. Die volgen ze zelf, maar ze proberen ook andere mensen te vormen in het domein van de mensenrechten. Dit is een belangrijk engagement van de Kerk. Vanuit andere sectoren wordt de directe sociale inzet dikwijls verwaarloosd. Het is belangrijk dat het christendom, het evangelie en het leven van Jezus als inspiratie dienen om de samenleving in goede zin te veranderen.
Geloof en sociale rechtvaardigheid
Hoe hangen geloof en sociale rechtvaardigheid voor u samen?
Beide gaan over de waardigheid van de mens. De diepe geloofsovertuiging is dat de mens geschapen is naar het beeld van God. De mens wordt dus vergoddelijkt in deze uitspraak. Dit is de grootse waarde die men kan toekennen aan iets. Als men de internationale politiek meer vanuit die overtuiging zou gaan benaderen zou er toch wel wat veranderen. Dan zou het niet meer gaan over, bijvoorbeeld, de grondstoffen die zich in een bepaald land bevinden, maar meer over de mensen die er wonen. Dus als dat waardesysteem kan worden omgebogen, zou er ook in de concrete handeling tussen mensen en volkeren veel veranderen.
Ik heb me laten vertellen dat in Haïti toch wel wat bewegingen zijn die een groot belang hechten aan het geloof, maar niet zozeer aan sociale rechtvaardigheid. Klopt dat?
Dat klopt, maar ook in andere landen worden de sociale implicaties van het geloof niet altijd ten volle onderkend. Mensen zijn vaak enkel lief en goed voor degenen met wie ze direct samenleven. Deze liefde kan ook religieus gefundeerd zijn, maar de sociale dimensie van het geloof heeft niet alleen betrekking op die directe relatie. Ze doelt eveneens op de mens die veraf is. Dikwijls schiet men daar wel tekort: het geloof wordt alleen vertaald in wat er bijvoorbeeld binnen de familiekring gebeurt. De hele geloofsmotivatie draait dan rond de familie: man en vrouw moeten goed samenleven en moeten hun kinderen correct opvoeden. Maar wat betekent een correcte opvoeding? Toch ook dat men zich als een verantwoordelijke burger kan gedragen binnen de samenleving. Men moet het geloof en de sociale inzet ook vertalen naar andere domeinen buiten de familiekring, zoals de onderneming, de rechtspraak of het onderwijs. We moeten beseffen dat - wanneer we bijvoorbeeld moeten werken aan een serieuze regeringspolitiek op het gebied van landbouw, of van gezondheidzorg - het uiteindelijk altijd met mensen te maken heeft. Het is geen politiek omwille van de politiek, het is een politiek omwille van de mensen die we ermee willen bereiken en die recht hebben op een menswaardig bestaan. Het is dikwijls die band tussen liefde en rechtvaardigheid waarin men tekort schiet. Het is alsof men die waarden interpreteert als concurrenten. Toch is de eerste eis van de liefde de rechtvaardigheid.
U gaat dus verder dan gewoon caritatief bezig zijn?
Ja. Dikwijls handelt men slechts vanwege slechte resultaten. Men behandelt de symptomen in plaats van de oorzaken. Het werken aan de oorzaken is echter fundamenteel en niet in strijd met de caritas. Integendeel, de zoektocht naar de onderliggende oorzaken van onrechtvaardigheid is een eis van de caritas. Men moet werken aan wat de mensen marginaliseert, aan wat de mensen uitsluit van de deelname aan de samenleving, aan wat de mensen belet om zich werkelijk in hun waardigheid en gelijkwaardigheid met de ander te uiten.
De kloof tussen rijk en arm als schending van de mensenrechten
Ik ben enorm getroffen door de diepe kloof tussen arm en rijk in Haïti. Hoe staat het daarmee eigenlijk in dit land?
Die diepe kloof tussen rijk en arm heeft historische wortels en bestaat nog steeds. De sociale uitsluiting manifesteerde zich in de koloniale tijd in de ongelijke verhouding tussen meester en slaaf. Na de onafhankelijkheid werd die meester dan wel een lokale persoon, maar de verhouding meester-slaaf is gebleven. De maatschappij werkt die kloof in de hand. Ze is bijvoorbeeld weerspiegeld in het onderwijs: je hebt scholen voor de rijken en scholen voor de armen. Die sociale uitsluiting creëert bij jongeren en politieke groepen een enorme frustratie die vaak leidt tot gewelddadige acties. Men moet de mensen bewustmaken van deze dynamiek en er ernstig aan werken om de kloof te overbruggen of zelfs teniet te doen. Dit kan door te werken aan structuren en instellingen, die zich bezig houden met de mensenrechten. Want daar gaat het uiteindelijk over. Als men spreekt over rijk en arm wil dat zeggen dat de mensenrechten massaal worden geschonden. De mensen kunnen immers hun fundamentele behoeften niet beantwoorden en dus geen menswaardig leven leiden.
Aan welke mensenrechten denkt u dan?
Als we spreken over mensenrechten spreken we over mensenrechten in de algemene zin: zowel de politieke en civiele rechten, als de sociale en economische. Dikwijls wordt in het Westen het mensenrechtendebat te sterk herleid naar politieke en civiele rechten. Vanaf het moment dat er vrije verkiezingen zijn in een land, die op een aanvaardbare manier verlopen, denkt men dat de mensenrechten ten volle gerespecteerd worden. Maar dat is niet waar. Mensen moeten ook toegang hebben tot voedsel, een woning, elementaire gezondheidszorg en een menswaardig werk. Al deze elementen hebben te maken met mensenrechten. Bovendien zijn eerlijke verkiezingen in die sociale tegenstelling tussen rijk en arm gewoonweg onmogelijk. De arme, gemarginaliseerde mens, die niet de gelegenheid krijgt om zich intellectueel te ontwikkelen, blijft in feite de speelbal van diegenen die de economische macht in handen hebben. Ook gans de wetgeving rond de verkiezingen werkt ongelijkheid in de hand. Bijvoorbeeld, een eerste vereiste om kandidaat te kunnen zijn, is dat je goederen hebt. We moeten het fundamentele principe van de mensenrechten ten volle eerbiedigen door naar alle rechten te kijken en te zorgen dat deze er zijn voor iedereen. Dan pas kan men echt werken aan een samenleving die vredevol is en waar mensen in een correcte verstandhouding met elkaar kunnen omgaan.
Zorgt de armoede ook niet een stuk voor geweld in deze samenleving?
Met die vraag moeten we voorzichtig omgaan. Een eerste punt is dat het niet de arme mensen zijn die het meest gewelddadig zijn. Een tweede punt is dat de armoede zélf een vorm van geweld is. Wanneer ik arm ben en ik zie elke dag andere mensen die, zonder te werken of zich hard in te spannen, aan verkwisting doen, dan is dat een gewelddadige situatie op zichzelf. De armoede creëert dus wel, vooral voor jongere mensen, een klimaat waarin ze gevoelig worden voor de boodschap van een onmiddellijke gewelddadige oplossing voor hun problemen. In die zin is de armoede een mogelijkheidsvoorwaarde voor het vele geweld in de samenleving.
Het Zuiden heeft ook talent
Broederlijk Delen legt in haar campagne 2008 de focus op Haïti, met als slogan ‘Haïti heeft ook talent’. Vindt u dit een goede zaak?
Dat is zeker een goede zaak want Haïti is de laatste tijd bijna uitsluitend in het nieuws gekomen omwille van de moeilijkheden waar het mee te kampen had. Dat is ook het trieste lot van vele andere landen: ze komen enkel in het nieuws wanneer er minder goede dingen te vertellen zijn. Het is dus zeer verheugend dat Broederlijk Delen een land als Haïti in het nieuws wil brengen met de nadruk op het talent, want de Haïtianen hebben zeker ook hun goede kanten. Haïti is geen verloren zaak. Integendeel, het is een land dat, voor wie er leeft en woont, bruist van leven en mogelijkheden tot verbetering. Ik denk ook aan de Commissie van Rechtvaardigheid en Vrede, waarvoor meer dan 200 commissies zich inzetten met behulp van vele vrijwilligers. En die vinden het blijkbaar allemaal de moeite waard om te werken aan een vredelievende samenleving. Dat is toch allemaal zeer positief. Dat is uiteindelijk wat hoop geeft voor de toekomst.
Broederlijk Delen legt de nadruk op de eigen plannen van de mensen in het zuiden. Hoe staat het met het initiatief van de Haïtianen?
Er zijn zeker mensen die nu al een aantal initiatieven willen en kunnen nemen. Maar dat kan nog versterkt worden. We spraken daarstraks over de tegenstelling rijk en arm. Eén van de kentekenen van armoede is dat de mogelijkheid tot initiatiefname niet voldoende kan ontwikkeld worden. Het onderwijssysteem in Haïti illustreert dit. Het is een systeem dat berust op sociale uitsluiting en dat sociale uitsluiting verder in de hand werkt. De opvoeding steunt op herhaling eerder dan op creativiteit. En dat is niet de schuld van de gewone arme mens. Het is het systeem van de belanghebbende, die deze vorm van onderwijs in stand wil houden omdat hij er alle baat bij heeft. Men moet zeker werken aan een bewust bevorderen van de creativiteit en het nemen van initiatieven. Bijvoorbeeld, tijdens de eerste zondag van onze vastencampagne, die gaat over ecologie, werken we rond het thema van de verantwoordelijkheid. De basis van de menselijke waarde en waardigheid is juist onze bekwaamheid en de mogelijkheid die we hebben om vanuit onze beperkte maar reële vrijheid initiatieven en verantwoordelijkheid te nemen. Het is juist die mogelijkheid om verantwoordelijkheid te nemen wat ons maakt tot beeld en partner van God. Dus het nemen van initiatieven heeft volledig te maken met gans het thema van creativiteit, van verantwoordelijkheid voor de andere, voor de schepping en voor alles wat ons omgeeft. En dat is juist wat moet gestimuleerd en ontwikkeld worden. Ik denk dat de Kerk en het geloof daar een grote rol in kunnen spelen.
De vastentijd: terugkeer naar het essentiële
De campagne van Broederlijk Delen valt in de vastentijd, het is een vastencampagne. Wij roepen de mensen op tot solidariteit. Wat betekent vasten voor u?
Vasten heeft te maken met het zich opnieuw situeren tegenover de fundamentele zin van het bestaan. De vasten begint in de woestijn en mondt uit op paasdag, in het nieuwe leven, de nieuwe schepping. Vasten is niet simpelweg het zich ontzeggen van alles, maar heeft ten volle te maken met het leven. Als we spreken over leven, praten we ook over gemeenschap en over alles wat ons omgeeft. Dan krijg je juist al die thema’s die ook te maken hebben met de sociale dimensie van het bestaan, die dan betekenis en waarde krijgt. Noem het nu solidariteit, verantwoordelijkheid tegenover andere mensen en volkeren of verantwoordelijkheid tegenover de schepping. Het gaat allemaal in dezelfde richting en verwoordt hetzelfde basisinzicht: tijdens de vastenperiode ontzegt men zich van de bijkomstigheden en gaat men terug naar het essentiële. Die terugkeer naar het essentiële is de blijvende waarde in de vasten, op welke manier men het ook uitdrukt. In die terugkeer naar het essentiële zal men altijd opnieuw stoten op de vragen: ‘wat ben ik in verhouding tot de andere? Wat ben ik in verhouding tot God? Wat ben ik in verhouding tot mijn omgeving? Wat ben ik in verhouding tot mijn eigen zelf?’ Dat zijn uiteindelijk de diepe vragen waarnaar de vasten ons moet terugbrengen.
Haïti in de wereld
Vele Vlamingen hebben campagne gevoerd voor Broederlijk Delen en zo hun solidariteit met Haïti betuigd. Hoe kunnen zij naar Haïti kijken?
Jan: Haïti zal zeker ook voor hen een uitnodiging zijn om hun solidariteit op een concrete manier te beleven. Via Haïti zullen ze solidair zijn met veel andere volkeren. Via het campagneland vraagt men namelijk niet alleen aandacht voor de specifieke situatie in dat specifieke land, maar wijst men ook op alle andere landen en volkeren die met gelijkaardige – of zelfs nog grotere - problemen als Haïti geconfronteerd worden. Bovendien kan Haïti ook als spiegel dienen voor onze eigen maatschappij. Wat in Haïti gebeurt, staat immers niet los van de Europese realiteiten. Neem bijvoorbeeld de discussie die momenteel aan de gang is rond de economische verdragen over de zogenaamde APC-landen (Afrika, de Pacific en de Caraïben), waar Haïti ook een deel van is. Wat betekenen die economische banden die men wil creëren? Zijn ze werkelijk gedacht vanuit de wens dat andere landen ook groeien of zijn ze gedacht vanuit de vraag wat onze economie in Europa nog kan versterken. Dat zijn toch zeer fundamentele vragen als men het heeft over samenleven van mensen en volkeren. Hopelijk geeft de campagne ook aan al die vele basismilitanten in Vlaanderen de gelegenheid om daarover te denken.
Hartelijk dank, Jan Hanssens, voor dit gesprek, en nog veel inspiratie met uw werk in Haïti.
Dankjewel.

