Debat over goed beheer van natuurlijke rijkdommen in Congo in de VN-Veiligheidsraad
(14-05-2008)
Broederlijk Delen en 11.11.11 grijpen het aangekondigde ontslag van Pierre Chevalier als gezant in de VN-Veiligheidsraad aan om opnieuw de aandacht te vestigen op de Congolese mijncontracten. Ze vragen aan de Belgische diplomatieke delegatie om extra inspanningen te leveren zodat de mijnbouw kan aangewend worden voor de ontwikkeling van het Congolese volk.
Minister De Gucht kondigde eind 2006 in de Senaat aan het Belgische lidmaatschap in de VN-Veiligheidsraad aan te wenden om het beheer van de Congolese mijnsector op de internationale agenda te plaatsen. Congolese, Belgische en internationale ngo’s waren verheugd toen België dit als prioriteit naar voor schoof. Vele rapporten van een VN-onderzoekspanel toonden immers aan hoe Congo geplunderd werd door privé-maatschappijen. Erger nog: in bepaalde gevallen was zelfs duidelijk dat opbrengsten van mijnbouw de oorlog mee in stand hielden.
In 2007 werd Pierre Chevalier benoemd als Belgisch gezant van de minister voor de VN-Veiligheidsraad. Toen bleek dat hij ook bestuurder van de group George Forrest International was, lokte, dit heel wat verontwaardiging uit. De ‘Forrest groep’ was immers geen toonbeeld van goed beheer en transparantie in de Congolese mijnsector. Verschillende rapporten van de o.a de Wereldbank, de Verenigde Naties, van diverse internationale auditbureaus en ngo’s formuleerden ernstige bedenkingen bij de manier waarop de Forrest-groep in Katanga de voorbije jaren mijncontracten met het Staatsbedrijf Gécamines afsloot.
De internationale ngo-campagne “A fair share for Congo” boekte in 2007 een belangrijk succes. Onder druk van de internationale gemeenschap besloot de nieuwe Congolese regering een Interministeriële Commissie aan te stellen. Deze moest nagaan in welke mate een 60-tal contracten tussen privé-maatschappijen en Congolese Staatsbedrijven eerlijk waren afgesloten. Ondanks het feit dat de Commissie onder grote tijdsdruk werkte en het onderzoek getekend werd door een gebrek aan transparantie werden toch heel wat zaken blootgelegd. Ook bij contracten afgesloten met bedrijven die onder de groep van George Forrest International vallen werden lacunes vastgesteld. In bepaalde contracten afgesloten met enerzijds Entreprise Generale Malta Forrest (EGMF), Groupe George Forrest (GGF) en anderzijds het staatsbedrijf Gecamines werden o.a. volgende onregelmatigheden vastgesteld: ontbreken van haalbaarheidsstudies, onevenwichtigheden in de verplichtingen van de verschillende partijen, het niet nakomen van aangegane engagementen, met grote verliezen voor de Congolese Staat tot gevolg.
Broederlijk Delen en 11.11.11 waren ook niet erg gelukkig hoe de mogelijke belangenvermenging van Chevalier in 2007 werd opgelost. Hij nam ontslag als beheerder van de Forrest Group, maar het mogelijk vermoeden dat hij in wezen loyaal zou blijven aan het mijnbedrijf bleef overeind. Toen al was het ontslag als VN-gezant veel correcter geweest. Goed dus dat alsnog zuivere koffie wordt geschonken.
België heeft nog tot eind 2008 de tijd om in de VN-veiligheidsraad het debat over goed beheer van natuurlijke rijkdommen in Congo te blijven voeren. We vragen aan België dat het alle steun geeft aan de Congolese regering om de conclusies van de Interministeriële Commissie in praktijk om te zetten en maatregelen worden genomen zodat de buitenlandse mijnbedrijven en de Wereldbank de bestaande regelgeving – zoals de OESO-richtlijnen voor multinationals – gaan respecteren.

