Campagne 2012: Laat ze hun plan trekken. Wij trekken mee!

(05-09-2011)

Het hout van onze meubels, het ijzer in onze wagens, het aluminium van onze fiets, het aardgas voor onze verwarming, het goud in onze juwelen, de aardolie voor onze benzine,… 

We staan er niet bij stil, maar in ons dagelijks leven gebruiken we tientallen grondstoffen. Van sommige kunnen we het bestaan of de eindeloze toepassingen niet eens vermoeden. Wie is ervan op de hoogte dat aardolie ook gebruikt wordt om plastiek, textielvezels, verven, asfalt, isolatiematerialen of medicijnen te vervaardigen? Wie weet dat goud ook een onderdeel is van zijn gsm? Bovendien heeft de komst van moderne technologieën als gsm’s, laptops, mp3-spelers en LCD-schermen, maar ook van zonnepanelen en batterijen in elektrische auto’s, een nieuw verlanglijstje van zeldzame grondstoffen gecreëerd. Cadmium, tantalium, lithium, antimoon, kobalt, neodymium of samarium, niet alleen hun namen zijn moeilijk, maar ze ontginnen met respect voor de omgeving is dat ook.

"In het mijngebied hebben de mensen
niet genoeg water om te drinken of
te irrigeren. En dan komt er zo’n mijn,
en die verbruikt elke dag duizenden
en duizenden liters grondwater.
Wat winnen we als we goud hebben,
maar geen water?
Dit is geen ontwikkeling.”
Mgr. Álvaro Ramazzini Imeri

Spectaculaire stijging

Elke twintig jaar verdubbelt het wereldverbruik van delfstoffen. Ook ons energieverbruik blijft stijgen. We produceren er de eindeloze stroom goederen mee die onze winkelrekken en onze huiskamers vult. In groeilanden als Brazilië, India en China, stijgt de consumptie en daarmee ook de behoefte aan dezelfde grondstoffen. Door de sterk rijzende vraag ontstonden er spectaculaire prijsstijgingen. De prijs van metalen als goud, koper of tin is op tien jaar tijd met meer dan 200% gestegen. Sommige zeldzame aardmetalen werden zelfs 700% duurder. Met grondstoffen is tegenwoordig véél geld te verdienen.

Steeds hoger, verder, dieper  De westerse industrielanden zijn altijd al afhankelijk geweest van geïmporteerde grondstoffen, vaak uit hun (ex-)kolonies in het Zuiden. Dat is vandaag niet anders. De vanouds gekende en meest bereikbare vindplaatsen zijn helaas uitgeput. Maar de stijgende prijzen en nieuwe technologieën maken het tegenwoordig toch weer economisch interessant om ertsen te ontginnen op moeilijk toegankelijke plaatsen, of in gesteenten die slechts een kleine hoeveelheid van de gezochte mineralen bevatten.

Daardoor trekken mijnbedrijven niet alleen naar de Noordpool of de diepzee in de Golf van Mexico, maar ook naar heel wat andere waardevolle natuurgebieden.

Geld dat stom is, maakt recht wat krom is

Op zich is er natuurlijk niets mis met de ontginning van bodemrijkdommen. Met de manier waarop dit gebeurt, loopt het vaak wél mis. Bedrijven starten uitbatingen op honderden nieuwe vindplaatsen, vaak in kwetsbare natuurgebieden en in de woon-, leef- en werkgebieden van inheemse volkeren en plattelandsgemeenschappen. De lokale bevolking heeft hier absoluut geen inspraak in, maar de prijs die ze voor dit alles betaalt, is niet gering. Dorpen, landbouw, lokale economie en omgeving moeten wijken voor nieuwe grootschalige mijnprojecten, olie- en gasontginningen, pijpleidingen of stuwdammen. Milieuwetten zijn zwak of worden genegeerd. Basisrechten zoals het recht op eigen voedselwinning, zuiver water en gezondheid worden met de voeten getreden.

Het recht van de sterkste 

Soms gaan grote multinationale bedrijven in het Zuiden aan de slag op een manier die ze zich in hun thuislanden nooit zouden kunnen permitteren. Zo pompte Chevron-Texaco jarenlang op een bijzonder vervuilende manier olie uit het Ecuadoraanse Amazonewoud. Het bedrijf hanteerde een eigen vervuilingsnorm die tien keer hoger lag dan de wettelijke norm in Ecuador, en dertig tot vijftig keer hoger dan de normen in de VS. De protesten van de lokale bevolking en organisaties als Acción Ecológica, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, leidden tot een historisch proces. In 2011 werd het bedrijf veroordeeld tot het betalen van een monsterboete. Getuigen spraken van huidaandoeningen bij kinderen, verschillende soorten kanker, constante hoofdpijn, miskramen en een verminderde visvangst en jacht. De zeventigjarige Manuel Salinas, bijvoorbeeld, leefde decennialang zonder dat hij het wist boven een dichtgegooide oliepoel. De smurrie heeft al die tijd zijn drinkwater besmet. Omdat de put bedekt was met aarde was er toen hij jaren geleden naar het Amazonegebied verhuisde geen olie te zien en begon hij groenten te telen voor zijn gezin. “Pas na een tijd kwam er af en toe olie uit de grond. Ik kreeg toen ook huidaandoeningen en hevige maagpijnen.” Door de armoede waarin hij en zijn familie leven, heeft hij geen ander alternatief dan het besmette water en voedsel te verbruiken.

Kraters in het landschap 

Ontginning van ertsen en mineralen gebeurt soms in ondergrondse mijnschachten. Maar veel vaker gaat het om open mijnbouw waarbij hele heuvels afgegraven worden en in het landschap enorme kraters ontstaan. Zo’n bovengrondse mijn kwam er in 2005 in het departement San Marcos in Guatemala. De Marlin goud- en zilvermijn is de grootste van het land. “Een kapotgemaakt berglandschap is het eerste wat je ziet”, aldus Fausto Valiente, coördinator van Broederlijk Delen-partnerorganisatie ACAS. “Een berg die door afgraving volledig werd verwoest. De bomen en bossen die overal zijn vernield. En dan het kunstmatige meer waarin alle chemische stoffen terechtkomen. Als er te veel water in het reservoir is, loost men het in de waterlopen. Vee dat in de omgeving drinkt, sterft. Om het goud uit de rotsblokken te halen, gebruiken ze cyanide. Die giftige stof sijpelt via het reservoir naar het grondwater.”

Morsen met water 

“In het mijngebied hebben de mensen niet genoeg water om te drinken of te irrigeren. En dan komt er zo’n mijn, en die verbruikt elke dag duizenden en duizenden liters grondwater. Wat winnen we als we wel goud hebben, maar geen water? Dit is geen ontwikkeling.” Aan het woord is Mgr. Álvaro Ramazzini Imeri, bisschop van San Marcos. Hij is al meermaals bedreigd omdat hij samen met Broederlijk Delen-partnerorganisatie COPAE de kant kiest van de bevolking die protesteert en actievoert tegen de handelswijze van de Marlin mijn.

Zuiver water is de kostbaarste grondstof op aarde. Toch gaat mijnbouw in Latijns-Amerika vaak gepaard met overmatig watergebruik, ook in gebieden met waterschaarste. Dit komt bovenop de vergiftiging van grondwater en rivieren, en bedreigt evenzeer de gezondheid en voedselvoorziening van hele plattelandsgemeenschappen.

Wie profiteert? 

Deze vraag klinkt luid, ook bij de Guaraní-bevolking in het natuurpark Aguaragüe in het droge zuidoosten van Bolivia. 150 verlaten petroleumputten, die nooit goed zijn afgesloten, vervuilen al jarenlang het water. David Benítez, verbonden met onze partnerorganisatie CCGTT, en zijn zes kinderen moeten het gebruiken om te drinken en te irrigeren. Hij is bitter: “Wij, de inwoners van dit gebied, waaruit decennialang gas en petroleum gehaald is, hebben niet alleen geen zuiver drinkwater, maar ook geen gas om op te koken, noch elektriciteit. De gasleidingen en elektriciteitskabels gaan gewoon over en langs ons heen.” David Benítez legt hiermee de vinger op een zwerende wonde: de stuwdammen met hun hydro-elektrische centrales produceren geen stroom voor de lokale bevolking, maar voor de mijnbedrijven. Olie en gas zijn voor export. Bedrijfswinsten vloeien niet terug naar de lokale economie, maar verdwijnen naar het buitenland. In Guatemala heeft bisschop Ramazzini dezelfde aanklacht: “Dit type mijnbouw is zeer slecht voor het land. Voor negenennegentig procent van de bevolking levert het geen enkel voordeel op. De enigen die ervan profiteren, zijn de multinationale bedrijven en de rijke Guatemalteekse topklasse.”

Inheemse volkeren 

De Guaraní in het  Boliviaanse Chacogebied, de Maya-bevolking in Guatemala, de Aymara-bevolking in de hoge Andes of de Waorani in het Ecuadoraanse Amazonewoud: zij behoren tot de vele inheemse volkeren van het Amerikaanse continent. In hun traditionele samenlevingsvormen is grond een heilig gemeenschappelijk goed, en geen privébezit. De zoektocht naar grondstoffen dreigt hun territoria te versnipperen, hun levenswijze onmogelijk te maken, en hun cultuur voorgoed te vernietigen. Sinds 1989 kunnen ze zich beroepen op een internationaal verdrag dat hen speciale rechten toekent. Udiel Miranda van onze Guatemalteekse partnerorganisatie COPAE legt uit: “Volgens de internationale conventie ILO 169 hebben inheemse volkeren binnen hun territoria recht op zelfbeschikking. Ze moeten geïnformeerd en geraadpleegd worden als binnen hun gebied ingrepen gepland worden. Guatemala heeft dit verdrag ondertekend en ingeschreven in de grondwet. Maar in de praktijk bleef het dode letter. Daarom zijn alle mijnbouwvergunningen die de regering al toekende volgens ons onwettig.”
Het is een klacht die zowat overal in Latijns-Amerika terugkomt. Het ILO-verdrag is immers hinderlijk voor een land dat vergunningen wil afleveren voor nieuwe mijnbouw of olie- en gasontginning. Met allerlei juridische kunstgrepen proberen de verantwoordelijken het af te zwakken of uit te hollen. Zo ook in Peru, waar een geplande gaspijpleiding van het ontginningsgebied in de Amazone naar de zeehavens 32 inheemse boerengemeenschappen zal doorkruisen in de bergen van de provincie Cusco. “Dit creëert veel onrust bij de bevolking”, aldus Ruth Luque Ibarra van Broederlijk Delen-partnerorganisatie VSS. “De mensen zijn niet tegen het project, maar willen informatie krijgen en onderhandelen over schadevergoedingen. Sommige eigenaars zullen immers hun huis of grond door onteigening verliezen.”

Een nieuwe bril 

Wie gezien heeft hoe mijnbouw en energiewinning het leven en de leefomgeving van mensen in het Zuiden kunnen verwoesten, kan nooit meer met dezelfde bril kijken naar zijn gouden ring, zijn laptop of zijn wagen. Om ervoor te zorgen dat mensen in het Zuiden niet helemaal alleen ‘hun plan moeten trekken’ is het voor ons alvast een goed begin om onze consumptie te minderen. Maar recyclage is minstens even belangrijk. Eén ton goudgesteente levert bijvoorbeeld nauwelijks twee tot drie gram goud op, ten koste van massa’s water, vervuiling en CO2-uitstoot. Het bedrijf Umicore - wereldleider in recyclage van zeldzame metalen uit elektronische apparaten - haalt uit één ton gsm’s maar liefst 300 gram goud. Toch wordt slechts een fractie van de gsm’s en andere elektronica op een duurzame manier gerecycleerd.

Wij trekken mee 

Ook al stappen we over op CO2-neutrale energie en springen we spaarzamer om met grondstoffen, we zullen altijd bodemschatten nodig hebben. Maar ontginning moet gebeuren met respect voor het recht op inspraak, wonen, werken en leven van de lokale gemeenschappen. Soms is niet ontginnen de beste keuze, om onherstelbare schade aan het milieu en de samenleving te vermijden.

Daarom ondersteunt Broederlijk Delen in Latijns-Amerika verschillende organisaties die de rechten verdedigen van de plattelandsgemeenschappen die benadeeld worden door ontginning van delfstoffen. Ook zo ‘trekken we mee’ aan de eigen plannen van onze partnerorganisaties in het Zuiden.

 

 

Untitled Document

nieuwsbrief facebook you tube twitter

Deodora_goudmijn

Blogs - Geluiden uit het Zuiden

>> Lees alle blogs

Aanmelden