Burgers van Gaza ‘verraden’ door de internationale gemeenschap

(04-01-2010)

Eén jaar na de oorlog is heropbouw onmogelijk

Een rapport van 16 humanitaire- en mensenrechtenorganisaties, waaronder Broederlijk Delen, stelt dat de internationale gemeenschap de bevolking van Gaza heeft verraden. Ondanks afkeurende verklaringen en substantiële financiële beloftes nam ze geen effectieve maatregelen om Israëls blokkade te stoppen. Eén jaar na de oorlog werd schade aan huizen, burgerinfrastructuur zoals scholen en ziekenhuizen, boerderijen en bedrijven amper gerepareerd. Israël bant immers de invoer van bouwmateriaal zoals cement en glas. Indien de huidige invoer van bouwmateriaal niet wordt opgevoerd, zou het volgens het rapport meer dan 500 jaar duren vooraleer de beschadigde en vernielde huizen gerepareerd zijn. Sinds het einde van de oorlog werden slechts 41 trucks toegelaten. Om de schade te herstellen, zouden meer dan 24.000 trucks bouwmateriaal nodig zijn.

Het effect van de ban op bouwmateriaal is verregaand. Het leidt tot tekort aan elektriciteit, gas en water. Delen van het elektriciteitsnetwerk werden gebombardeerd tijdens het conflict en moeten hersteld worden. Gecombineerd met Israëls beperkingen op de toevoer van industriële diesel, betekent dit dat 90 percent van de bevolking regelmatig kampt met stroomonderbrekingen van 4 à 8 uur per dag. De stroomonderbrekingen veroorzaken op hun beurt een ander kenmerk van het dagelijks leven in Gaza, namelijk watertekort. Ook beschadigde waterleidingen en reservoirs kunnen niet hersteld worden: Israël beschouwt de onderdelen niet als essentiële humanitaire goederen. Door de lage druk stroomt er vervuild water door de pijpen. Hulporganisaties zijn verontrust over het gebrekkige rioolstelsel en de waterkwaliteit. Diarree is immers verantwoordelijk voor 12 percent van de jonge sterfgevallen.

De blokkade, die startte nadat Hamas de controle van Gaza overnam in juni 2007, heeft de armoede de hoogte ingejaagd. 8 op de 10 mensen moeten nu een beroep doen op voedselhulp. Door het gebrek aan basisgoederen  moesten boerderijen en bedrijven de deuren sluiten, werknemers ontslaan, of kregen ze te kampen met enorme financiële verliezen. Het quasi totale exportverbod heeft de boeren zwaar getroffen. De oorlog verwoestte 17 percent van de landbouwgrond, en serres, pompen en irrigatiemateriaal. Bovendien bestempelde het Israëlische leger na de oorlog 30 percent van het meest vruchtbare land tot verboden ‘bufferzone’.

De jarenlange collectieve bestraffing van een burgerbevolking is ongezien. Israël heeft het recht om zijn burgers te beschermen, binnen de grenzen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechtenverdragen. Dat recht op bescherming geldt echter evenzeer voor Palestijnse burgers in Gaza.

In het rapport roepen de organisaties Israël op om de blokkade te beëindigen en de Palestijnse gewapende groepen om het geweld te staken en op vreedzame wijze aan verzoening tussen Palestijnen te werken. Ze sporen de Europese lidstaten tevens aan om meer eensgezind op te treden in het nieuwe jaar. De onmiddellijke opening van de grensovergangen is volgens de organisaties een eerste belangrijke stap om de blokkade stop te zetten.