Broederlijk Delen en honger in Afrika
(25-08-2011 - Jo Dalemans)Wat is er aan de hand in Oost Afrika?
Bijna 11 miljoen mensen in Somalië, Ethiopië, het noorden van Kenia en Djibouti zijn getroffen door een voedselcrisis. Volgens de Verenigde Naties is dit de ergste voedselcrisis van deze eeuw. In België roept het consortium 12-12 op om geld te schenken voor Oost-Afrika.
De situatie in de regio is een acute noodsituatie. Mensen die al maanden honger hebben, zijn massaal gaan migreren. Ze worden opgevangen in vluchtelingenkampen, waar ze aangewezen zijn op noodhulp. Dat gaat over voedsel, sanitatie, medische verzorging en onderdak.
Hongersnood kan nooit aan één oorzaak toegeschreven worden. Het is niet zo dat langdurige droogtes altijd tot hongersnood zullen leiden. Het gaat over een combinatie van factoren. Zo speelt de afwezigheid van een functionerende overheid in Somalië een belangrijke rol. Het land, dat bijna 10 miljoen inwoners telt, moet het al 20 jaar stellen zonder landbouw- of voedselbeleid. Maar ook in de andere landen is niet altijd voldoende prioriteit gegeven aan landbouwontwikkeling om de eigen voedselvoorziening veilig te stellen. Zo hebben landen als Kenia en Ethiopië veel meer geïnvesteerd in exportgewassen dan in voedingsgewassen. Ze worden hiertoe ook aangemoedigd door internationale instellingen.
Doet Broederlijk Delen (n)iets?
Broederlijk Delen is niet betrokken bij de recent op gang gekomen noodhulp aan Oost-Afrika. Hier zijn twee belangrijke redenen voor.
- In de landen waar de crisis zich vandaag voordoet, is Broederlijk Delen niet aanwezig. We hebben er geen partners en geen ervaring. Dat maakt het vrijwel onmogelijk om zinvolle hulp te bieden.
- Broederlijk Delen is geen noodhulporganisatie. We zijn dan ook geen lid van het consortium 12-12 Het bieden van noodhulp vraagt een specifieke expertise en ervaring. Broederlijk Delen heeft dit nooit gedaan en kan op dit vlak geen meerwaarde toevoegen.
Voor deze specifieke crisis, kan Broederlijk Delen dus geen hulp bieden. Dit was ook zo bij de overstromingen in Pakistan in 2010. In Haiti lagen de kaarten anders.. Broederlijk Delen werkte al lang samen met partnerorganisaties in dit land. Daarom beslisten we gericht fondsen in te zamelen om op langere termijn de heropbouw te financieren. De acute noodhulp hebben we toen ook overgelaten aan gespecialiseerde ngo’s en instellingen.
Is noodhulp geen weggegooid geld?
De crisis in Oost-Afrika heeft in de media een discussie op gang gebracht over noodhulp. Er rezen vragen over de zin van dit soort hulp: op termijn verandert er niets, de situatie verergert er zelfs nog door, het geld komt niet altijd bij de juiste mensen terecht, enz. Deze discussie is niet nieuw, maar steekt regelmatig de kop op als een humanitaire crisis in de media komt. In dit geval komt daar nog de specifieke situatie van Somalië bij: een land dat al decennia lang geen werkende overheid heeft en waar verschillende groepen strijd leveren om het gezag. Sommige partijen in dit conflict kanten zich openlijk tegen de hulp die nu wordt geboden.
Het feit dat Broederlijk Delen niet aan noodhulp doet, is geen waardeoordeel over dit soort hulp op zich. Wij specialiseerden ons de voorbije 50 jaar in structurele hulp via samenwerking met partnerorganisaties op lange termijn. We trachten op deze manier duurzame verbeteringen te realiseren. Maar we ontkennen niet dat er andere organisaties met andere expertise nodig zijn om in noodsituaties direct hulp te bieden.
Het is niet fair om te stellen dat noodhulp op lange termijn geen verbetering/verandering brengt. Noodhulp is erop gericht om op korte termijn noodsituaties aan te pakken, om levens te redden, om escalatie te voorkomen, … Heel wat kritiek op noodhulp is als schieten op de brandweer. Als het brandt moet er iemand blussen. Je kan het de brandweerlui niet kwalijk nemen dat bij hun vertrek het huis van de slachtoffers nog niet is opgebouwd.
Gaat er nooit iets fout?
Niet alle kritiek op noodhulp is onterecht. Het wereldvoedselprogramma van de VN (WFP) is een gigant in deze sector en lag al vaak onder vuur. In het verleden werd het WFP ook gebruikt om voedseloverschotten van de Westerse landbouwsector te dumpen. Voedselhulp was op die manier een methode om die landbouw te subsidiëren. Tijdens de Koude Oorlog was voedselhulp of noodhulp een geopolitiek instrument met alle misbruiken en excessen vandien. Ook lokale overheden maken vandaag nog misbruik van voedselhulp om bijvoorbeeld verkiezingen te beïnvloeden. Import van voedselhulp op een moment dat lokale boeren hun oogst willen verkopen, heeft nefaste gevolgen voor deze boeren. En toch is het gebeurd. Voedselhulp, indien niet beperkt in de tijd, kan ook een verlammende afhankelijkheid creëren bij de bevolking.
De sector van de noodhulp staat niet stil en heeft een hele evolutie doorgemaakt. Vandaag stelt het WFP in zijn missie dat voedselhulp volledig geïntegreerd dient te zijn in de ontwikkelingsplannen en prioriteiten van de ontvangende landen. Dit houdt ondermeer in dat voedsel bij voorkeur in de regio wordt aangekocht. Dit was ooit anders. Kritiek is nuttig en misbruiken moeten zeker aangeklaagd worden. Maar aan het einde van het verhaal blijft er een pijnlijke vaststelling. Dé slachtoffers van een noodsituatie hebben de hulp wel nodig. Zonder het voedsel van het WFP, de medische verzorging van Artsen Zonder Grenzen of het water en de sanitatie van Oxfam overleven velen het niet. Vanuit een ethisch standpunt is noodhulp daarom nodig.
Gaat honger altijd over natuurrampen?.
Wie honger zegt, denkt automatisch aan natuurrampen en vluchtelingenkampen. Maar dit is maar een stukje van het verhaal. In Oost-Afrika zijn er vandaag bijna 11 miljoen mensen getroffen. In 2010 waren er volgens de FAO (landbouworganisatie van de VN) 925 miljoen mensen met honger. In 2011 waarschuwde de Wereldbank ervoor dat de stijgende voedselprijzen 100 miljoen mensen extra in de extreme armoede konden drijven.
Honger in de wereld wordt dus in zeer beperkte mate (ongeveer 8%) veroorzaakt door natuurrampen of conflicten. Honger is vooral een structureel probleem en de belangrijkste oorzaak van honger is armoede. Mensen met honger wonen voornamelijk (80%) in rurale gebieden. Mensen hebben honger omdat ze de mogelijkheden niet hebben om productief aan landbouw te doen en de middelen niet hebben om voedsel te kopen. Aan de oorzaak hiervan ligt een beleid dat grootschalige industriële voedselproductie stimuleerde om goedkoop voedsel op de markt te krijgen. Zuiderse landen werden aangezet om vooral exportgewassen te produceren. Voedsel zou men wel kopen op de internationale markt. Maar zonder koopkracht is dat moeilijk en dit werd nog moeilijker toen de voedselprijzen in 2007 niet meer daalden maar fors gingen stijgen.
Wat doet Broederlijk Delen daar aan?
Om de hongerproblematiek op te lossen, moet je dus de armoede aanpakken. Nog meer grootschalige productie aan een nog lagere prijs gaat hier geen verandering in brengen. Werkgelegenheid, een inkomen, eigen voedselproductie en sociale ondersteuning kunnen wel iets veranderen.
In dit verhaal speelt Broederlijk Delen wel een rol. Broederlijk Delen werkt met een sterke rurale focus en richt zich op doelgroepen die actief zijn in de landbouw of in aanverwante sectoren. We trachten dit ook op een duurzame manier te doen. Broederlijk Delen wil boeren die vandaag arm zijn de mogelijkheid geven om te investeren in hun toekomst. Ze hebben nood aan onderzoek en opleiding. Hun overheid moet in infrastructuur kunnen investeren. Hun producten moeten op de markt geraken. We steunen hen ook wanneer ze zich organiseren in verenigingen en zo voor hun belangen willen opkomen. Een gezonde lokale economie vormt ook een buffer tegen het soort drama’s dat we nu in Oost-Afrika zien.

