Het Amaru-district
(21-03-2007)Eind januari ben ik met enkele collega’s van IIRR naar het noorden van Oeganda geweest. Het was een eerste en beklijvend bezoek aan Amuru district, in het vooruitzicht van een nieuw programma. Het gebied kant al 20 jaar oorlog en het leven is er totaal anders als in de rest van Oeganda. De oorlog tussen de rebellen van het LRA (Lord Resistance Army, geleid door iemand van Noord-Oeganda zelf, maar goed gek) en de regering, Staat sinds de wapenstilstand van augustus 2006 gelukkig op een lager pitje. Maar er is nog steeds geen definitieve vrede. 90% van de bevolking van het noorden leeft in kampen, op het hoogtepunt van de oorlog waren het zo’n 1.8 miljoen mensen. De levensomstandigheden in die kampen zijn mensonterend. De hutjes staan heel dicht op elkaar, er is veel geweld en prostitutie (men spreekt hier van transactional sex), en dus ook AIDS. ADaarnast is er armoede en sociale en culturele ontworteling. Ik had er mij op voorbereid veel kampen te zien, maar het was hallucinant te merken dat ongeveer IEDEREEN er nog in kampen leeft.
Maar er is voorzichtige hoop. Sinds de wapenstilstand wagen de mensen zich terug buiten de kampen. In de eerste plaats om opnieuw hun velden te gaan bewerken. ’s Nachts gaan ze terug naar de kampen voor de veiligheid. Maar die veiligheid is er gelukkig al goed op vooruit gegaan. Wij zijn op wegen gepasseerd waar 4 maanden daarvoor niemand zich waagde. Meer en meer mensen vestigen zich in kleinere transitkampen: dichter bij hun oorspronkelijke woonplaats, meer opgevat als een dorp met ruimte tussen de huisjes, maar toch nog altijd in de nabijheid van anderen (de mensen woonden oorspronkelijk eerder verspreid). Want zolang de vrede niet getekend is betrouwen de mensen het niet. Maar je merkt al verandering: er komt meer en meer productie van de velden, en het aandeel van de voedselhulp daalt. IIRR wil de landbouwers helpen om hun productie weer op gang te brengen en zo een nieuw bestaan op te bouwen.
Wanneer komt er nu definitieve vrede? De vredesonderhandelingen zijn als de processie van Echternach: enkele passen vooruit, dan weer achteruit. De bevolking en de plaatselijke leiders zijn bereid zich te verzoenen met de rebellen die hen jarenlang terroriseerden (ze behoren tot dezelfde bevolkingsgroep). Anderzijds is men dan weer afwijzend om de meisjes terug op te nemen die ooit door de rebellen ontvoerd werden als "hun vrouw", en nu naar hun dorp terugkeren. Het is soms niet gemakkelijk dit allemaal te verstaan als westerling. En er spelen ook veel verborgen belangen mee om de oorlog gaande te houden, ook aan de kant van de regering.
In februari is Griet hier geweest voor enkele weken. Ze kwam een onderzoek doen voor haar studies in Thailand over condoomgebruik bij adolescente meisjes. Er is voor zo’n onderzoek over AIDS in Oeganda veel meer openheid dan in Thailand. Ik ben met haar enkele weken naar Fort Portal geweest waar we in 10 scholen zo’n 500 meisjes tussen 15 en 19 jaar een vragenlijst hebben laten invullen. Oeganda staat dan wel al bekend voor zijn open en massale campagnes tegen AIDS, uit het onderzoek blijkt dat er nog heel veel onwetendheid en misvatting is over de ziekte, en over alles wat met sex en zwangerschap te maken heeft. Aan interesse vanwege de meisjes was er anders geen gebrek. In sommige scholen moesten we de deuren sluiten omdat ze maar bleven toestromen. In België wordt er tussen de scholen strijd geleverd om een leerling meer, hier moeten ze de leerlingen weigeren wegens plaatsgebrek. De leerlingen zitten nu al met meer dan 60 in één klas. Soms zijn de klassen maar amper van elkaar afgescheiden, zodat je al even goed de les van de buurklas kan volgen. En dan zitten de leerlingen nog met 4 of 5 op één bank.

